Reserves over `doorstart' van Peper

Premier Kok en minister De Vries (Binnenlandse Zaken) twijfelen nog of Bram Peper weer een openbaar ambt zou kunnen bekleden, nu de strafzaak tegen hem is geseponeerd.

Dat bleek gisteren uit hun eerste reacties. ,,Als minister-president moet ik daar behoedzaam over zijn'', aldus Kok. Volgens De Vries ,,gaat het een beetje te hard'' om daar nu al stellige uitspraken over te doen.

Beiden gaven te kennen in de menselijke sfeer zeer tevreden te zijn over het sepot en Peper daarmee te feliciteren. Zij menen ook dat Peper weer `aan het werk' moet. Zoals D66-leider De Graaf gisteren benadrukte is voor de mogelijkheid van een openbare functie voor Peper niet alleen het sepot van belang. Ook de meer bestuurlijke factoren die in Rotterdam tot problemen en in Den Haag tot Pepers aftreden hebben geleid, zijn in dit verband van belang, net als het opportuniteitsbeginsel tot het OM tot sepot heeft geleid. Volgens het OM waren er wel aanwijzingen voor strafbare feiten, maar het OM heeft de moeilijke prive-omstandigheden meegewogen waarin Peper destijds verkeerde.

Ook Pepers PvdA-partijgenoten Melkert en Netelenbos verklaarden verheugd te zijn, dat er de problemen - die Peper naar verluidt persoonlijk sterk hebben aangegrepen - een eind lijkt gekomen.

GroenLinks en het CDA vinden dat de PvdA te snel concludeert dat Peper door de uitspraak van het Openbaar Ministerie eerherstel heeft gekregen. Er zijn, zegt fractievoorzitter Rosenmöller, volgens het openbaar ministerie te weinig strafbare feiten aangetroffen voor een rechtszaak. Maar dat betekent volgens hem niet dat er niets viel op te merken aan het declaratiegedrag van Peper.

De officieren van justitie die het onderzoek naar Peper hebben geleid, blijken overigens in een brief aan het Rotterdamse raadslid Kneepkens (Stadspartij) te hebben vastgesteld dat Peper zich schuldig heeft gemaakt aan ,,aantasting van de bestuurlijke integriteit waarbij er sprake is van een grote mate van voorbeeldwerking''. Dergelijke woorden komen niet terug in het gisteren door de Bredase hoofdofficier van justitie J.W. Wabeke verspreid persbericht.

Kneepkens kreeg de brief, getekend door de officieren Nieuwenhuizen en Van der Burg, omdat hij eerder aangifte tegen Peper deed. Zij schrijven ook dat Peper ,,op verwijtbare wijze enig voordeel is genoten'' dat volgens de officieren valt onder het delict verduistering in dienstbetrekking. Daarop staat een vrijheidsstraf van zes jaar. Deze feiten zijn niet verjaard, op grond waarvan Kneepkens inschat dat hij een ,,goede kans'' heeft alsnog strafvervolging tegen Peper in te laten stellen.