Parijs

Parijs, ,,je tikt er tegen en het zingt''. Nu doen andere steden dat ook wel, zoals uit dit citaat al blijkt, maar ieder zingt zijn eigen lied en die liederen zijn vaak nogal verschillend. Sommige steden zingen het lied van oude verstilde schoonheid, zoals Venetië en Siena, Brugge en Toledo. Andere zingen het lied van de bruisende metropool, zoals New York en Londen. Parijs echter is de enige stad die beide liederen zingt, tegelijk en door elkaar en dat ook nog op harmonische en melodische wijze. Parijs combineert de schoonheid van de mooiste oude steden van Europa met de allure en dynamiek van wereldsteden als New York en Londen. In Parijs zien meer dan tien eeuwen architectuurgeschiedenis op u neer, vanaf de Middeleeuwen tot nu, van Saint-Julien-le-Pauvre tot het Institut du Monde Arabe. Parijs leeft ook op een unieke wijze met zijn rivier. De meeste steden die aan het water liggen, kennen een gelukkig en een ongelukkig deel: Amsterdam-Noord en Rotterdam-Zuid. Dit geldt ook in belangrijke mate voor Londen en Rome. Maar niet voor Parijs. De Seine scheidt niet, maar verbindt en dat komt natuurlijk doordat de stad ontstaan is op twee eilanden in de rivier.

Parijs is nog in een ander opzicht een bijzondere stad, namelijk door het feit dat het het centrum is van alles, niet alleen van politiek en bestuur – dat geldt voor vele hoofdsteden, zij het niet voor de onze – maar ook van economie en cultuur. Ook dat is uniek. New York is het culturele en financiële centrum van Amerika of in ieder geval van de Oostkust, maar het is niet het belangrijkste centrum van onderwijs en onderzoek. De beroemdste universiteiten liggen elders, in Princeton, New Haven en Cambridge (Mass.). Hetzelfde geldt voor Londen.

Een ander bijzonder aspect van Parijs is dat het de enige echte grote stad van Frankrijk is. Lyon en Marseille zijn forse steden, maar het zijn en blijven toch provinciesteden. In Frankrijk bestaat een bijna absolute tegenstelling tussen Parijs en de `provincie'. In andere landen is dat niet het geval. In Duitsland en Italië, landen die pas laat een politieke eenheid zijn geworden, is geen sprake van een cultureel of economisch monopolie van de hoofdstad. Integendeel, steden als Hamburg en München, Milaan en Napels zijn werelden op zichzelf, met een trots verleden en een glorierijk heden, die niet onderdoen voor Berlijn en Rome.

Die bijzondere positie van Parijs heeft natuurlijk alles te maken met het beroemde of beruchte Franse centralisme. De Franse vorsten hebben zich dan ook altijd krachtig met de stad en haar gebouwen bemoeid. Bekend is vooral de rol van Napoleon III, die in 1852 keizer van Frankrijk werd maar daarvóór een moeizaam leven in ballingschap en in gevangenissen had gesleten. Zoals zoveel politieke ballingen in de negentiende eeuw had hij een deel van die tijd doorgebracht in Londen. Londen was dan ook het grote voorbeeld bij zijn grootscheepse plannen voor de vernieuwing van Parijs.

Eenmaal keizer geworden gaf hij baron Haussmann, de prefect van het departement van de Seine, opdracht de stadsvernieuwing aan te pakken. In hun beider plannen speelden verschillende motieven en desiderata een rol: economische motieven bijvoorbeeld, zoals de bevordering van het verkeer; sociale en hygiënische motieven, want de gezondheidstoestand in de oude stad was abominabel en moest dringend worden verbeterd; politieke motieven, want grote avenues en boulevards zouden het mogelijk maken artillerie en cavalerie in de stad te brengen en zonodig revoluties en volksoproeren te onderdrukken. Haussmann brak veel af, bouwde veel nieuws en maakte zodoende grote schulden, maar de balans van zijn werk was positief, want hij maakte van Parijs een moderne stad. Haussmanns Parijs is de stad die wij ook thans in hoofdlijnen nog kennen en heeft dus een eeuw van grote veranderingen doorstaan.

De directe invloed van het staatshoofd op de ontwikkeling van de hoofdstad is een typisch Frans verschijnsel. Wat Napoleon III deed, was ook al gedaan door zijn voorgangers en zou worden voortgezet door zijn opvolgers, ook toen Frankrijk geen keizerrijk meer was maar een republiek. Deze grote invloed van staatshoofd en regering op de stadsontwikkeling is eigenaardig, want Parijs heeft natuurlijk net als iedere andere stad een burgemeester en een gemeenteraad, kortom een stadsbestuur. Het gevolg hiervan is dat er een zekere spanning bestaat tussen het paleis en het stadhuis en dat hierdoor vaak competentietwisten en meningsverschillen ontstaan. Soms leiden die tot een impasse, maar doorgaans is de rol van het Elysée doorslaggevend. Het verhaal gaat dat president de Gaulle, toen men hem wees op de vele conflicten en belangentegenstellingen die door een nieuw plan voor de Parijse regio zouden worden opgeroepen, met een weids gebaar zou hebben uitgeroepen: `Tout cela se décidera ici.' De Gaulle en zijn opvolgers hadden allemaal bepaalde projecten waaraan zij sterk waren gehecht. Voor De Gaulle waren dat de Hallen, voor Pompidou het Centre Beaubourg, voor Giscard d'Estaing het Musée d'Orsay, maar dit alles zinkt in het niet bij de bouwlust en architectonische ambities van president Mitterrand. Die schreef in zijn boek La Paille et le grain – een van zijn vele –: ,,Dans toute ville, je me sens empereur ou architecte, je tranche, je décide et j'arbitre''. Mitterrand heeft veertien jaar lang de tijd gehad om zijn passies uit te leven. De bouwprojecten die onder zijn presidentschap tot stand zijn gekomen, zijn indrukwekkend en dragen in niet geringe mate bij tot de hedendaagse glorie van Parijs: La Villette, het ministerie van Financiën en natuurlijk vooral het Grand Louvre met het fantastische project van de piramide van Pei, een bouwwerk dat past bij de smaak en ambities van iemand die zich afwisselend bouwmeester en keizer voelde en die zijn kerstvakanties bij voorkeur doorbracht in Egypte.

Niet ieder gebouw is overigens even geslaagd, noch uit esthetisch noch uit praktisch oogpunt. Mitterrands laatste grote project, dat van de Très Grande Bibliothèque of TG, zoals de nieuwe bibliotheek aan de Seine vaak ietwat spottend wordt genoemd, is het resultaat van een problematisch compromis tussen esthetische verlangens (strakke, hoge en elegante torens) en praktische inzichten (boeken bewaar je niet in glazen gebouwen). Het resultaat is esthetisch niet echt geslaagd en praktisch niet erg gelukkig. Het feit dat het het resultaat is van een compromis, bewijst overigens dat zelfs de Franse president niet zo machtig is als wel eens wordt aangenomen.