Onenigheid over uitleg EU-afspraken in Nice

De lidstaten van de Europese Unie zijn het oneens over de afspraken die de regeringsleiders maandagmorgen tegen half vijf in Nice hebben gemaakt over bestuurlijke hervorming van de Unie. Daarom worden de onderhandelingen volgende week op diplomatiek niveau heropend.

Het Franse voorzitterschap van de EU heeft een ontwerp-tekst voor het Verdrag van Nice naar de lidstaten gestuurd waarin cijfers en percentages staan die niet kloppen. Daardoor is de discussie heropend over de vraag hoeveel stemmen nodig zijn om in de EU met een gekwalificeerde meerderheid een besluit te nemen en met hoeveel stemmen nodig zijn om een besluit te kunnen tegenhouden. Grote lidstaten willen een zo klein mogelijke blokkerende minderheid hebben, zodat in de toekomstige Unie (na de uitbreiding met Oost-Europese landen) drie grote landen en een klein land een besluit in de EU kunnen tegenhouden. Kleine landen daarentegen willen een grotere blokkerende minderheid om de besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid te vergemakkelijken.

Brusselse diplomaten verwijten de fouten in het ontwerp-verdrag aan Pierre de Boissieu, de Franse adjunct-secretaris-generaal van de Raad van Ministers van de EU. Volgens de woordvoerder van staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) moet volgende week op diplomatiek niveau naar een oplossing voor de gerezen problemen gezocht worden. Ook een woordvoerder van de Belgische premier Guy Verhofstadt zegt dat getracht zal worden om volgende week bij overleg van de permanente vertegenwoordigers (ambassadeurs) van de EU-lidstaten een uitweg te vinden. Een Finse diplomaat zegt dat zijn land in geen geval wil toegeven aan druk van grote landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en Spanje om met een kleinere blokkerende minderheid in te stemmen.

De eerste fout betreft de gekwalificeerde meerderheid die nodig is met ingang van 2005 in de `oude' Unie van vijftien lidstaten. Volgens het concept zijn daar 170 stemmen voor nodig. Kleine lidstaten menen dat dit volgens het vastgelegde percentage 168 stemmen moet zijn. De tweede fout betreft het aantal stemmen dat nodig is bij een gekwalificeerde meerderheid na uitbreiding van de EU tot 27 lidstaten. Volgens de ontwerp-tekst is dat 73,4 procent van het totaal van 345 stemmen dat over de lidstaten verdeeld is. Dat betekent dat voor een besluit minstens 253 stemmen nodig zouden zijn. Dat heeft tot gevolg dat tenminste 93 stemmen nodig zijn om een besluit tegen te houden. Elders in het ontwerp staat echter dat een blokkerende minderheid gevormd kan worden met 91 stemmen.