Nederlandsche Bank vreest looninflatie

De Nederlandsche Bank (DNB) is bang dat door de groeiende loonkosten een loon- en prijsspiraal ontstaat. De bijdrage van de loonkosten aan de inflatie stijgt volgens de centrale bank in twee jaar tot bijna 1,5 procent. De geldontwaarding neemt volgend jaar toe tot 4,2 procent. Dit niveau is sinds 1982 niet meer voorgekomen. Dat schrijft DNB in haar gisteren gepubliceerde Kwartaalbericht.

Hoewel volgend jaar ook incidentele factoren een rol spelen, zoals de verhoging van de btw en de ecotax, blijft de inflatie ook in 2002 met 3 procent hoog, aldus DNB. Inflatiedempend is het herstel van de koers van de euro. Een hogere euro tegenover de dollar maakt de invoer goedkoper.

Eerder spraken zowel kabinet als werkgevers en vakbeweging de vrees uit voor een loon- en prijsspiraal, waarbij lonen en prijzen elkaar opjagen, zoals dat in de jaren zeventig en tachtig gebeurde. Ondernemers wentelden toen de loonsverhogingen op de prijzen af, waarop de vakbonden hun looneisen verder opschroefden en er een haasje-over van lonen en prijzen ontstond. Dat verslechterde de concurrentiepositie en tastte uiteindelijk de winsten aan. Stagflatie – inflatie plus stagnatie – was het resultaat.

Toch is DNB ondanks het inflatiegevaar optimistisch over de economische groei. Deze blijft, met 4 procent dit jaar, hoog. Er treedt wel enige vertraging op tot 3,5 procent in 2002. Juist deze hoge groei leidt volgens DNB tot een overspannen arbeidsmarkt, waarop de lonen extra kunnen stijgen.

De hausse op de hypotheek- en huizenmarkt – een van de drijfveren achter de hoge consumptiegroei – vlakt af. Samen met de koersdalingen op de internationale aandelenbeurzen kunnen de gevolgen substantieel zijn, aldus DNB.