Iedereen negeerde het vuurwerkgevaar

Tien getuigen hoorde de rechter-commissaris de afgelopen weken over de vuurwerkramp in Enschede. Het was een parade van bestuurlijke en ambtelijke zorgeloosheid: een waarschuwing was er, maar werd niet gehoord.

,,Vuurwerkbedrijven kregen geen aandacht.'' Zo plompverloren zei de plaatsvervangend inspecteur van de Inspectie Milieuhygiëne regio Oost het gisteren tegen de rechter-commissaris.

Misschien zeiden de negen andere getuigen die de rechter-commissaris de afgelopen weken hoorde, het in andere woorden of op een iets subtielere manier, maar ze bedoelden allemaal hetzelfde. Vaak gaven ze een reorganisatie of een bezuinigingsronde de schuld. Hoe dan ook: van de laagste milieuambtenaar in Enschede tot de hoogste politiek verantwoordelijke, de minister van VROM, hadden ze allemaal geen reden gezien zich bijzonder druk te maken over de mogelijke gevaren van vuurwerk. Tot op 13 mei van dit jaar S.E. Fireworks in Enschede de lucht invloog en een complete woonwijk meenam, ja toen zagen ze het wel.

De bestuurlijke en ambtelijk zorgeloosheid zou onder alle omstandigheden laakbaar zijn. Maar misschien dat ze nog te bedekken was geweest onder een algemene deken van je kunt ook niet alles van tevoren weten – als S.E. Fireworks niet juíst een vuurwerkbedrijf was geweest. Want juíst voor vuurwerk had de overheid gewaarschuwd moeten zijn sinds in 1991 MS Vuurwerk in Culemborg ontplofte. Daar vielen toen twee doden, mede door de omstandigheid dat deze vuurwerkfabriek niet midden in een woonwijk stond, zoals S.E. Fireworks.

En de overheid ís gewaarschuwd na Culemborg. Als in de openbare verhoren van de afgelopen weken iets onomstotelijk is komen vast te staan, dan is het dat op verschillende departementen, soms tot op het hoogste niveau, waarschuwingen zijn gegeven voor de omstandigheden die in Culemborg tot de ontploffing leidden die zonder ingrijpen elders ook tot ontploffingen zouden kunnen leiden.

Het openbaar ministerie en onderzoeksbureau TNO hebben de explosie in Culemborg onderzocht en vervolgens aanbevelingen gedaan hoe soortgelijke gebeurtenissen te voorkomen. Gisteren onthulde Netwerk een brief van die strekking, van de advocaat-generaal aan de minister van Justitie, toen nog Hirsch Ballin. Maar pas nadat zo'n soortgelijke gebeurtenis zich heeft herhaald, nu in Enschede en op rampzaliger schaal, lijkt er met precies diezelfde aanbevelingen eindelijk iets te gaan gebeuren.

De belangrijkste bevinding van TNO over de Culemborg-explosie was dat het vuurwerk dat daar lag opgeslagen, niet had gereageerd zoals op papier mocht worden verwacht. Onderzoek wees uit dat sommig vuurwerk veel gevaarlijker was dan het er op papier uitzag.

De aanbeveling van TNO om verder onderzoek te doen naar de werkelijke gevaarklasse van vuurwerk is terzijde gelegd. Geen overheid die wilde opdraaien voor de kosten, zei TNO-onderzoeker Kodde voor de rechter-commissaris, geen ministerie dat zich `probleemeigenaar' achtte – net zo min overigens als de vuurwerkbranche zelf.

De advocaten van slachtoffers van de vuurwerkramp hebben naar het zich laat aanzien de afgelopen weken alsnog enkele `probleemeigenaars' geïdentificeerd. Van boven naar beneden zijn het:

De minister van VROM, die pas na 13 mei zijn ambtenaren vroeg om ,,objectiveerbare gegevens'' over de gevaren van vuurwerk. Gegevens die zijn ambtenaren onder meer vonden in een document van de NAVO – waarvan ter zitting bleek dat het meer dan tien jaar oud kan zijn.

De regionale milieu-inspecties, die in de jaren negentig in het kader van het project Sanering Stukkenstroom aan de gemeenten, wier milieubeleid zij moesten controleren, lieten weten dat ze geen prijs meer stelden op toezending van de milieuvergunningen. En die, in de woorden van de plaatsvervangend inspecteur van regio Oost, ,,uit eigen beweging'' nooit gingen kijken in vuurwerkbedrijven. De ambtenaren van de gemeentelijke milieudienst, die tegenover de rechter-commissaris zonder schroom blijk gaven van een gapend gat in hun kennis over de regelgeving voor vuurwerk. Die relatiegeschenken (vuurwerk) bleken te hebben aangenomen van de vorige eigenaar van S.E. Fireworks. En die in het algemeen een uiterste coulantie betrachtten als het ging om milieu-overtredingen door deze eigenaar. Die ruim drieëneenhalf jaar het concept voor een nieuwe vergunning op hun bureau hielden en daarmee elke vorm van serieus toezicht onmogelijk maakten.

Dit rijtje staat nog los van de personen en instanties die al vóór deze verhoren in diskrediet waren gebracht: de eigenaren van rampbedrijf S.E. Fireworks en de ambtenaren van het Bureau Advies Milieuvergunningen van het ministerie van Defensie, die herhaaldelijk overtredingen van de vergunning door de vingers zagen en hielpen repareren.

Als de advocaten van de slachtoffers een civiele procedure kunnen beginnen – en waarom zouden ze niet, met de belastende verklaringen die voor de rechter-commissaris zijn afgelegd? – doet zich de wonderlijke situatie voor dat er drie grote, *omvattende onderzoeken lopen naar de vuurwerkramp, waarbij de kans is niet denkbeeldig dat elk van die drie onderzoeken een andere hoofdschuldige zal produceren.

Het openbaar ministerie heeft van meet af aan de meeste energie besteed aan de gang van zaken op en rond het bedrijf en heeft niet voor niets de twee eigenaren wekenlang geïsoleerd gevangen gehouden. Toch hebben de leiders van het onderzoek, waarvan de afwikkeling nog hele volgende jaar in beslag zal nemen, al laten weten niet meer te geloven één duidelijke schuldige te kunnen aanwijzen.

De letselschade-advocaten hebben voor het bedrijf niet de minste interesse: daar kunnen zij voor hun cliënten immers nooit meer dan het verzekerde bedrag van 2,5 miljoen gulden weghalen, terwijl ,,de overheid niet failliet kan gaan, zoals een van hen vlak na de ramp al aanstipte. Zo'n civiele zaak kan nog jaren voortslepen.

Rest de commissie-Oosting, uitvoerder van het onafhankelijk onderzoek dat het kabinet na de ramp gelastte. Die commissie onderzoekt werkelijk alle aspecten van de ramp en het zou dus kunnen dat zij in februari naar buiten komt met de conclusie dat er van de nazorg niet veel heeft gedeugd.

Gezien de grote verschillen in oogmerk en termijn van deze drie onderzoeken staat dit wel vast: één, definitief en snel antwoord op de vraag wie voor de vuurwerkramp verantwoordelijk is, zoals de Enschedese bevolking na de ramp in het vooruitzicht is gesteld, zal er niet komen.