Hel langs de Main

Op de markt van het Zuid-Duitse Würzburg drukt een jonge vrouw met felle, bruine ogen mij een pamflet in handen waarin de katholieke kerk frontaal wordt aangevallen. Onder het kopje `het bloedspoor van de kerk' staat een lijstje met slachtoffers: joden, ketters, heidenen, indianen en heksen. De inquisitie wordt verantwoordelijk gehouden voor miljoenen doden en talloze gefolterden.

Gepaster had mijn ontvangst niet kunnen zijn. Ik ben speciaal naar Würzburg gegaan om te kijken wat er herinnert aan de heksenvervolgingen die hier begin zeventiende eeuw plaatsvonden. Hekserij is een drama vol absurde en bizarre wendingen dat mij blijft intrigeren. En niet alleen mij: er zijn over dit onderwerp bibliotheken vol geschreven.

Zowel in Würzburg als in Bamberg laaiden de brandstapels destijds hoog op. Twee bischoppen, die tevens vorst waren, zaaiden er dood en verderf. Men spreekt wel van `de hel langs de Main'. De huidige inwoners van Würzburg verstaan daar heel iets anders onder: op 16 maart 1945 liet de RAF een tapijt van brandbommen op de stad vallen, waarbij 1400 mensen omkwamen.

In Nederland leidde de heksenangst nooit tot excessen. Regenten stonden afwijzend tegenover geestdrijverij van de clerus. Bovendien werd er in de Republiek weinig gemarteld; het aandringen van de beul om namen van andere heksen te noemen, leidde vaak tot een kettingreactie van vervolgingen.

Würzburg ligt tegenwoordig aan de `Romantische Strasse', een geliefde vakantieroute die zuidwaarts langs oude historische plaatsen voert. Een kathedraal en talloze kerken beheersen het stadsbeeld. Alles is weer opgebouwd, in oude stijl of in een modern jasje.

Allesoverheersend is het fort Marienberg aan de overkant van de Main, waar eens de bisschoppen zetelden. Verlaat je de stad over de oude, met standbeelden van martelaren en kerkvorsten versierde Mainbrug, dan kun je via een voetpad door de wijngaarden de vesting bereiken. Daar is een Historisch Museum ingericht, maar aan de heksen wordt geen aandacht geschonken. Alleen ingewijden weten nog dat in de Sint-Kiliaanstoren heksen werden opgesloten.

Een gruwelijk document is de lijst met slachtoffers die na elke `heksenbrand' werd opgesteld. De opsomming van namen, gevoegd bij de summiere biografische informatie, spreekt duidelijker taal over wat er plaatsvond dan beeldende beschrijvingen. Een enkel voorbeeld: `Bij de zesde brand verloren zes personen het leven: rechter Gering; de oude vrouw van de kanselier; de dikke vrouw van de kleermaker; de kokkin van de heer Mengerdorf; een vreemde man; een vreemde vrouw. Bij de achtste brand kwamen zeven mensen om: raadsheer Baunach, de dikste man van de stad; rechter Dom-Propst; een vreemde man; de voerman; de vrouw van de ijker; twee vreemde vrouwen.'

Je hebt het gevoel dat bijna niemand aan deze drijfjacht kon ontsnappen. De jacht werd ontketend in het kielzog van misoogsten en het krijgsgeweld van de Dertigjarige Oorlog dat steeds dichterbij kwam. De heksen zouden bronnen hebben vergiftigd en verantwoordelijk zijn voor het uitbreken van pestepidemieën. Een beschuldiging die ook vaak aan het adres van joden werd gericht. Pas heel laat werden de vlammen gedoofd. Niet door de kerk, maar door de Zweedse troepen die de stad binnendrongen.

Aan de voet van de burcht leidt een straatje naar een poort. In een etalage zie ik heksen bovenop een berg zitten; een naakte vrouw omhelst een gevleugelde duivel. `Historische Handelswaren', staat er op het raam.

Achter de poort bevindt zich Schottenanger, de executieplaats van de heksen. Het is een rommelig pleintje dat wordt ingesloten door een klooster en een kerk van de Duitse Orde. Bijna nergens in Europa voelden latere generaties zich geroepen om gedenktekens voor de heksenwaan op te richten. Te midden van asfalt en geparkeerde auto's is een groene ruimte uitgespaard. Ik stel mij voor dat dit de plek is waar de heksen het leven lieten.

Verder stroomopwaarts aan de Main ligt Bamberg, dat ik na anderhalf uur sporen bereik. Hier is alles barok. Er hangt een uitbundige sfeer in de stad, die (gelukkig) door de Britse piloten werd gespaard. Kleurige muurschilderingen, zwart-witte vakwerkhuizen en met beelden afgezette gevels en deurlijsten vragen om aandacht. Het lijkt of alle huizen schots en scheef door elkaar staan. Op een eilandje in de rivier verheft zich het Oude Raadhuis, waaraan zich een uitbouw vastklampt die boven de stroomversnellingen hangt. Hoog boven de stad troont de Sint-Michaelsabdij, een voormalig Benedictijns klooster. Iets lager liggen het bischoppelijk paleis en de Domkerk.

De wangen van de mollige dame van de VVV kleuren rood als ik over Bambergs heksengeschiedenis begin. Nee, zegt ze afwerend, van het Trudenhaus (Trude of Drude is Frankisch voor heks), waar de arrestanten gefolterd werden, staat geen steen meer op de andere. Het moest plaatsmaken voor het busstation. Vanuit het Trudenhaus schreef oud-burgemeester Johannes Junius een wanhopige brief aan zijn dochter (`Bid voor mij, want je vader zie je nimmer meer').

In de Staatsbibliotheek tegenover de Domkerk ga ik op zoek naar informatie. In de leeszaal wordt mij een boekje met de titel `Bamberger Hexenwahn' voorgelegd. Volgens onderzoekers zijn er hier tussen 1626 en 1631 zeshonderd mensen ter dood gebracht. Een speciale `Hexen-Kommission' stuitte al spoedig op een complot dat zich tot in de hoogste kringen van Bamberg vertakte.

In de Dominikanerstrasse - dominicanen waren fanatieke heksenjagers - stap ik de Schlenkerla binnen, die al in de zeventiende eeuw bestond. Hier tapt men, onder het imposante plafond van verweerde zwarte balken, het fameuze `rookbier'. Het donkere bier heeft een markante en lekkere rooksmaak die te danken is aan het smeulende beukenhout waarboven de mout wordt gedroogd. Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar de houtvuren die hier lang geleden in de open lucht werden aangestoken.

Heeft Duitsland de herinnering aan zijn heksen verdrongen? Je zou het bijna denken. Maar de blos op de wangen van de VVV-dame en het tegen de kerk gerichte pamflet van de activiste spreken een andere taal.

Excerpt uit het reisdagboek `Al dwalend', G.J.Zwier, uitg. Atlas. Publ. jan 2001. ISBN 9045005131. ƒ39,90