Groen paradijs is nog ver weg

De grote oliemaatschappijen willen niet te boek staan als vervuilers en streven naar een groen imago. Maar het proces van vervanging door schone energie gaat heel langzaam.

``STEL JE EEN WERELD VOOR waar energie zo schoon is dat ze geen vervuiling veroorzaakt. Zo eenvoudig dat je het nauwelijks merkt. Geen lawaai, geen rook, geen broeikasgas – slechts zuivere elektriciteit. Die wereld bestaat nu, de wereld van de zonne-energie.'

Met die optimistische tekst presenteert zich BP Solar, het dochterbedrijf van olieconcern BP Amoco dat zeer actief is in ontwikkeling en afzet van apparatuur voor zonne-energie. Een paradijselijke toekomst lijkt tastbaar. Maar BP Solar draaft zichzelf voorbij, want de `wereld van de zonne-energie' is naar verhouding nog erg klein. Zonne-energie speelt wel een belangrijke en groeiende rol in ver afgelegen gebieden waar elektriciteit onbereikbaar is. Ook in de modernste Vinex-wijken wordt zonne-energie gebruikt, vooral voor de verwarming van tapwater. Maar daar is ook de auto (en vaak ook de tweede auto) mateloos populair – en dat betekent nog altijd meer verbruik van olie dan van duurzame energie door de bewoners.

De World Energy Outlook 2000, een rapport dat het Internationaal Energie Agentschap (IEA) net heeft uitgebracht, zegt dat alle `overige' duurzame energiebronnen – naast waterkracht – samen de snelst groeiende primaire energiesoort worden tot het jaar 2020. Het IEA voorziet een gemiddelde groei van 2,8 procent per jaar in die periode. Ondanks die snelle stijging klimt het aandeel van duurzame energie in het totale verbruik in twintig jaar slechts van de huidige 2 procent naar 3 procent. Het grootste deel van die stijging doet zich voor in de rijke industrielanden, waar overheden subsidies uitdelen omdat ze graag demonstreren dat ze iets doen tegen aantasting van het klimaat.

Ook oliemaatschappijen gaan prat op hun inspanningen om een schonere energievoorziening dichterbij te brengen. Ze willen inspelen op deze markt, en op de wens van veel klanten om het milieu zoveel mogelijk te ontzien. Shell en BP Amoco bijvoorbeeld zijn actief in de ontwikkeling van zonnepanelen en windmolens. Oliemaatschappij BP plaatst zonnepanelen op zijn hoofdkantoren en op 200 benzinestations, Shell bouwt windmolens op zee en heeft zonne-energieprojecten in verre landen, die bewoners van afgelegen dorpen voor het eerst elektriciteit bieden. Wie de aanschaf van panelen niet kan betalen, krijgt zelfs een financieringsregeling aangeboden. In Zuid-Afrika kan de klant een magneetstrip kopen waarmee hij betaalt voor het stroomverbruik en het onderhoud van de installatie (die eigendom blijft van `Shell Powerhouse'). Shell werkt ook met een Amerikaanse partner aan de `auto van de toekomst' met een elektromotor.

Niet alle oliemaatschappen volgen het voorbeeld van BP en Shell. De grootste Westerse oliemaatschappij, het Amerikaanse ExxonMobil (Esso in Europa), staat kritisch tegenover de internationale afspraken die eind 1997 tijdens de milieutop in Kyoto zijn gemaakt over vermindering van de emissies van broeikasgassen. Die verhogen de kosten van de energievoorziening aanzienlijk, schrijft topman Lee Raymond in het voorwoord van een recente uitgave over klimaatverandering. Raymond verwacht dat de Amerikaanse economie van die extra kosten schade zal lijden en hij moet niets hebben van hogere belastingen op olie en gas. Ook waarschuwt hij voor de ,,enorme overdracht van welvaart naar andere landen' die daarvan het gevolg zou zijn. ExxonMobil investeert momenteel niet in duurzame energiebronnen, wel in bijvoorbeeld zuinigere automotoren en schonere brandstoffen.

Volgens woordvoerder Thomas Tedder van ExxonMobil-Benelux heeft het concern tien jaar geleden meer dan 500 miljoen dollar geïnvesteerd in onderzoek naar zonne-energie en biomassa. ,,We hadden daar toen ook een apart bedrijf voor. Maar dat is weer opgeheven, het bleek nog wat te ver van ons af. We zijn niet meer actief op dit veld, maar blijven het wel goed volgen. Ik verwacht dat we weer instappen zodra het ook interessant wordt voor de aandeelhouders.'

In vergelijking met fossiele brandstoffen (kolen, olie, aardgas) zijn duurzame energiebronnen duur. In de ontwikkelingslanden stijgt het energieverbruik de komende twee decennia het sterkst, door toenemende economische groei. In het weg- en luchtverkeer blijft olie de makkelijkste en meest gebruikte brandstof (benzines, dieselolie, kerosine). Ook het elektriciteitsverbruik stijgt, voor zowel de industrie, de dienstensector als de huishoudens. Vooral in arme landen worden electriciteitscentrales gestookt op olie en kolen.

Het groene paradijs komt pas tegen 2020 in zicht, zeggen de scenario's van 1996 waarmee Shell de toekomst verkent. Lichtpuntje is dat de kosten van fotovoltaïsche cellen in zonnepanelen dalen naarmate er meer panelen in serie worden geproduceerd en afgezet door BP Solar en Shell Solar. Dat proces is in volle gang.

Verbetering van de technologie, die leidt tot een hogere omzetting van daglicht in stroom, geeft de volgende stoot aan die ontwikkeling. In het Shell-scenario van 1996 wordt verwacht dat de kosten per kilowattuur gaan dalen van 23 dollarcent naar 6 tot 8 dollarcent in 2020. Daarmee naderen ze die van windenergie (4 dollarcent in 2020) en van de gemiddelde marktprijzen bij gebruik van fossiele brandstoffen (zo'n 3,5 dollarcent).

Ook gebruik van biomassa (houtafval, gedroogde gewassen) wordt goedkoper. Tegen 2020 voorzien de Shell-scenario's in een ,,significant' aandeel van duurzame energiebronnen in het totaal en in 2060 zouden olie, kolen en aardgas samen nog maar krap een derde bijdragen. Waterkracht en kernenergie zorgen voor nog eens 10 à 15 procent en de rest is voor alle duurzame bronnen samen, die elk afzonderlijk wellicht een marktaandeel halen van 5 tot 15 procent. Shell heeft ook een scenario waarin rekening wordt gehouden met een veel lagere groei van het energieverbruik (`dematerialisation'), door grotere efficiëntie en energiebesparing. Als dat lukt zal de penetratie van duurzame energie minder zijn en in 2060 een bijdrage van een derde op het totale verbruik leveren.

Ir. Ad Brogtrop, directeur van het Projectbureau Duurzame Energie in Arnhem, denkt dat het allemaal veel sneller zal gaan, omdat burgers zelf de vraag naar schone energie gaan bepalen. Over de prestaties van de oliemaatschappijen is Brogtrop dik tevreden: ,,BP en Shell hebben hun core business opnieuw gedefinieerd en willen energiemaatschappijen worden. Het blijven natuurlijk op winst gerichte ondernemingen, daar is niets tegen. Maar ze gaan de goeie kant op.'