Geruchtencircuit dempt de dreigende crisis

Olie is de belangrijkste energiebron, en zal dat nog heel lang blijven. De snel gestegen prijs van olie heeft dit jaar overal ter wereld voor tumult gezorgd. Toch verloopt de zoek-tocht naar schonere energiebronnen nog steeds heel langzaam. `Het groene paradijs komt pas in 2020 in zicht.'

De hoge olieprijs heeft de Westerse wereld het afgelopen jaar flink in beroering gebracht. Maar terwijl alle ingrediënten voor een crisis nog aanwezig zijn, daalt opeens de prijs.

DEZE NAZOMER DOEMDE het schrikbeeld ineens op. Een oliecrisis. De olie, die vrijwel vergeten grondstof uit de oude economie, zou de hele wereld in een recessie storten. Een prijsexplosie tot 40, 50, ja zelfs tot 60 dollar per vat werd mogelijk geacht. Terwijl de nieuwe economie aan haar zoveelste duikvlucht begon, loerde opeens het gevaar van een allesverzengende oliecrisis. Alsof de oude economie zon op wraak.

Een strenge winter, Irak, een oorlog in het Midden-Oosten – de dreigingen werden opeens levensgroot. De termijnmarkten in Londen en New York reageerden nerveus. De olieprijzen stegen. De druk op de OPEC (de belangrijkste organisatie van olieproducerende landen) om haar productie op te voeren nam toe. De Verenigde Staten spraken hun strategische oliereserves al aan, alsof een oorlog op het punt van uitbreken stond. Op de halfjaarlijkse vergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, in september in Praag, spraken verontruste ministers meer over olie dan over de euro. De brandstofopstand in Europa had hen zenuwachtig gemaakt. Hij beloofde de opmaat tot iets onheilspellends.

Dure olie. Dat was de wereld niet meer gewend. Na een olieprijs van minder dan 10 dollar per vat ten tijde van de Azië-crisis – een crisis die mede door de goedkope olie snel verdween – leek volgens olie-analisten een prijs van hooguit 18 dollar per vat alleszins redelijk. Toen de door de prijsval geteisterde OPEC haar productie inkromp, meenden de analisten dat het nog wel anderhalf jaar zou duren voordat de prijs dat evenwichtsniveau zou bereiken. Het gebeurde in nog geen half jaar tijd.

Sterker: de prijs schoot omhoog naar 30 dollar per vat. De OPEC draaide daarop de productieverlagingen grotendeels terug, de prijs zakte. Te laat. De prijs klom al gauw weer naar 30 dollar en bleef vervolgens hardnekkig op dat niveau staan.

De excessieve prijsstijging van ruwe olie zette een reeks gebeurtenissen in gang die het schrikbeeld van een wereldwijde oliecrisis opriepen. De raffinaderijen in de Verenigde Staten besloten minder olie in te slaan en minder olie te raffineren tot benzine. Door de dure olie waren hun marges negatief geworden. De termijnmarkten beloofden een prijsdaling, dus de raffinaderijen wachtten liever met olie kopen. Het gevolg was een acuut benzinetekort in de VS. Een ongelukkig getimede milieumaatregel en breuken in vitale pijpleidingen maakten de situatie nog ernstiger. De benzineprijs schoot wereldwijd omhoog.

De forse olieprijsstijging leidde via een omweg tot een snel stijgende prijs voor benzine aan de pomp. Was eerst de OPEC de stuwende kracht achter de olieprijsstijging, nu werd de Amerikaanse benzinemarkt dat. De prijsexplosie van benzine deed ook de marges exploderen. Van de weeromstuit draaiden de raffinaderijen opeens op volle capaciteit: om benzine te maken, benzine waaraan ze nu wel goed verdienden.

Het kon de oliemaatschappijen niet meer schelen wat ze voor olie moesten betalen, zolang ze maar benzine verkochten en per vat ruwe olie 9 tot 10 dollar winst konden maken. Of ze nu 10, 20 of 40 dollar per vat zouden moeten betalen, het maakte ze niet uit. Dat hield de olieprijs hoog. De consument betaalt wel, schamperde een analist. Totdat de consument in opstand kwam en de knieën van zijn regering testte. En slappe knieën hadden ze, de regeringen. Met belastingverlaging en subsidies werd de brandstofopstand in Europa afgekocht. Tot groot genoegen van de OPEC, die tevreden toezag hoe de diesel goedkoper werd gemaakt terwijl haar eigen inkomsten intact bleven.

Omstreeks de zomer was in de VS de benzineschaarste voorbij. Maar de volgende crisis was in de maak: bij huisbrandolie, een brandstof die in veel Amerikaanse huishoudens wordt gebruikt. De raffinagecapaciteit was voor benzine gebruikt, niet voor huisbrandolie. Na de voorraden benzine waren nu de voorraden huisbrandolie geslonken, onheilspellend geslonken. Vervolgens hielden deze lage voorraden huisbrandolie op hun beurt de prijs van ruwe olie hoog. Een olie-analist zei deze zomer in Londen: ,,Een zachte winter wordt al een probleem, je hoopt eigenlijk dat er helemaal geen winter komt.''

Die kwam er wel. In het midden-westen van de Verenigde Staten heeft een ijzige winter toegeslagen. Meteorologen voorspellen dat die tot ver in het van huisbrandolie afhankelijke noord-oosten zal doordringen. Irak exporteert sinds 1 december geen olie meer (het eist 40 dollarcent per vat op een eigen rekening buiten de Verenigde Naties om). Het conflict tussen Israël en de Palestijnen lijkt nog lang niet beslecht, en nog steeds dreigt het gevaar dat de strijd zich over de hele olierijke regio verspreidt. En wat doet de olieprijs? Die daalt. Die daalt tegen alle voorspellingen in.

In nog geen twee weken tijd is de olieprijs met 20 procent gekelderd. Hoe kan dat? ,,Als ik het wist, was ik God'', zegt Leonidas P. Drollas, een veel geciteerde olie-analist en de rechterhand van sjeik Yamani, voormalig olieminister in Saoedi-Arabië, op diens Centre for Global Energy Studies in Londen. Drollas stelt vast dat er op de termijnmarkten in Londen en New York meer verkopers van contracten zijn dan kopers. Gijs van Dam, olie-analist bij Salomon Smith Barney op Schiphol, bevestigt dat. Van Dam: ,,Vooral grote beleggers hebben massaal verkocht.'' Het sentiment in de markt is omgeslagen, zegt Drollas. Maar wat is daarvan de oorzaak? De risico's die de oliemarkt bedreigen, zijn toch niet kleiner geworden?

Robert Mabro gebeld, directeur van het Oxford Institute for Energy Studies in Oxford. Mabro is in de oliewereld een alom gerespecteerd deskundige – en dwarsligger. Weet hij misschien waarom de olieprijzen tegen alle voorspelligen in zijn gekelderd? Mabro, schaterlachend: ,,De olieprijs keldert omdat Irak is gestopt met zijn olie-export.'' Dan ernstig: de olieprijzen hebben al jarenlang niets met de toestand op de fysieke oliemarkt te maken. De oliehandelaren op de termijnmarkten handelen niet in olie, ze handelen in papier, in geruchten. Mabro: ,,Nu menen ze dat de prijzen te lang te hoog zijn geweest. Een paar gingen verkopen, daarna volgden ze allemaal.''

Maar waarom hebben de olie-analisten het dan allemaal bij het verkeerde eind gehad? Mabro: ,,Analisten hebben het altijd bij het verkeerde eind. Goedendag.''

    • Paul Friese