Elegant, genereus en heel verschillend

De twee toespraken waarmee Al Gore en George W. Bush gisteravond hun strijd om het Witte Huis beëindigden, bevatten gelijkluidende woorden maar waren toch heel verschillend. Een recensie.

Hun toespraken waren elegant, genereus, vol historisch besef, redelijkheid en verzoening. Maar wat een verschil in voltage. Hoe vreemd afscheid te nemen van een man die is gerijpt in tegenspoed, en kennis te maken met de aanstaande leider van de vrije wereld die zichtbaar huiverend omhoog kijkt, onderaan een steile berg.

Het leek wel of hij terug was, de Al Gore van de Democratische conventie. Op die augustusdag in Los Angeles elektrificeerde de als stijf en kil bekend staande vice-president zijn campagne. De natuurlijke charme van de Republikeinse nieuwkomer George W. Bush was niet meer genoeg. De strijd lag opeens open en werd vanaf dat moment gevoerd met een heftigheid die resoneerde in de verscheurde Supreme Court-uitspraak van dinsdagavond.

Opnieuw vond Al Gore gisteravond de bewogenheid, de spontaniteit en zelfs de humor die van hem zonder veel twijfel de winnaar van deze verkiezingen hadden kunnen maken. Hij bleef de vechter voor degenen die geen lid zijn van de country club, maar hij haalde zijn vader aan, die vóór hem senator was en tijdens de Vietnam-oorlog zijn kiezers te ver vooruit was gegaan: ,,Hoe hard het verlies ook mag zijn, nederlagen kunnen even goed als overwinningen de ziel vormen en de grootheid een kans geven''.

Zoiets kan pathetisch klinken, maar dat deed het niet. Hier stond een man die 36 dagen had doorgevochten voor zijn recht en dat van de ruim vijftig miljoen Amerikanen die op hem hadden gestemd. Een man die was gegroeid en misschien voor het eerst in 2004 een goede president van de Verenigde Staten zou kunnen worden.

Een uur later was in Austin, Texas, een mooi-klassieke parlementszaal het decor van de aanvaardingsspeech van de tweede zoon van een president die president wordt. Hij liet zich aankondigen door de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van zijn staat, een Democraat. Een symbool: ik wil samenwerken met de tegenstander. Hij oefende nog op zijn gezicht. Ernstig of toch met de guitige grijns, die zijn handelsmerk tijdens de campagne was geworden? Het werd voorlopig een beetje van allebei.

Toen kwam de tekst, drie velletjes ruim getikt. Aardig, waardig, met veel God en gebed, en een bescheiden toon. Geen overwinningsroep. Maar ook geen emotie, geen bevlogenheid, geen missie. ,,Na een moeilijke verkiezingstijd moeten we de politiek achter ons laten en samenwerken om de belofte van Amerika bereikbaar te maken voor iedere burger.''

Hij kijkt naar schuin links, en naar schuin rechts. Daar staan de teleprompters waar de tekst op verschijnt. Daardoor kijkt hij nauwelijks naar de kijkers in het land. Wat denkt hij, terwijl de zinnen zich aaneenrijgen? Het eind van een campagne en het begin van iets onoverzienbaars. Waar is Dick Cheney? Wie is de nieuwe president van Joegoslavië ook al weer?

Hij zegt: ,,Ik ben niet gekozen om één partij te dienen, maar één natie''. Dat wilde Amerika horen. Een nieuw boek, hoofdstuk één.