Een slome Alpenexpress

Nieuwzeelanders reizen per auto of vliegtuig, niet per trein. Te langzaam. Zonde, want de treinen doorkruisen spectaculaire landschappen. Deel 11 in een serie over bijzondere treinreizen in de wereld.

In het dunbevolkte Nieuw-Zeeland, waar kinderen van vijftien hun rijbewijs met een minimum aan vaardigheden halen en waar het autobezit relatief het hoogste ter wereld is, leiden de spoorwegen een kwijnend bestaan. Terwijl treinreizen er juist comfortabel en spectaculair is.

Toeristisch hoogtepunt van het dunne net is de oostwestverbinding op het Zuidereiland tussen Christchurch en Greymouth, van kust tot kust, dwars over de Nieuw-Zeelandse Alpen. Toen ik onlangs voor de tweede keer de reis met deze Alpenexpres maakte, miste ik de enige trein van de dag op een haar na. Na vijftien jaar bleek deze niet meer vanuit het mooie oude spoorwegstation aan de rand van Christchurch te vertrekken, maar van een rommelige plek op een industrieterrein, vijf kilometer westelijker.

In de tussentijd werden de spoorwegen geprivatiseerd. Het Amerikaanse Wisconsin Rail is de belangrijkste aandeelhouder van Tranz Rail, dat het 3000 km lange Kiwi-spoornet exploiteert. De staat heeft nog steeds de rails en het onroerend goed in handen, maar de krenten in de pap, zoals het station van Christchurch met overbodige rangeerterreinen, zijn aan projectontwikkelaars verkocht.

's Ochtends vertrekken vanaf het nieuwe station drie treinen. De Pacific Express tuft langs de oostkust naar de havenplaats Picton, met aansluiting op de veerboot naar de hoofdstad Wellington en de Southerner gaat op zijn gemak langs dezelfde kust zuidwaarts naar Invercargill, het zuidelijkste spoorwegstation ter wereld. In de avond keren de drie treinen op hun uitgangspunt terug. Zie daar de samenvatting van de volledige dienstregeling van het passagiersnet van het Zuidereiland, een gebied vier keer zo groot als Nederland.

Bijna alle treinreizigers zijn toeristen. Nieuw-Zeelanders reizen met eigen auto, vliegtuig of bus. De laatste is een stuk sneller dan de trein die over de smalle (1.05 meter) en bochtige rails nauwelijks een gemiddelde van 50 kilometer per uur weet te halen. Mijn gezelschap op mijn meest recente Zuidereilandkruising van 240 kilometer bestond overigens geheel uit Nieuw-Zeelanders: leden van het planologeninstituut dat de avond te voren de jaarlijkse conferentie in Christchurch met feestgedruis had afgesloten. Een dagretourtje Greymouth met Alpendecor en barrijtuig vormde een mooie gelegenheid voor een ontspannen dagje netwerken en onthaasten.

Op de eerste tachtig kilometer vanuit Christchurch zet de Tranz Alpine er nog wel de sokken in. De trein raast over de Canterbury Plains en haalt hier en daar zelfs een auto in. Dit is de platte graanschuur van Nieuw-Zeeland, als de hete föhnwind uit de Alpen de oogst tenminste niet verdort. Na een uurtje stopt de Express in Springfield. Hier beginnen de Alpen. Vijftien jaar geleden moesten we hier nog de trein uit voor de in Nieuw-Zeeland ook thans, wegens de erbarmelijke kwaliteit, nog beruchte Railway Pie and Cup a Tea. Die tijden behoren met de komst van het restauratierijtuig tot het verleden. Via een bandje vertelt de treingastheer hoeveel keer het inmiddels overleden hondje van de stationsbaas van Springfield passerende treinen heeft begroet. Ook meldt de intercom twee keer, als we het bord `Sheep, Please Close the Gate' passeren, dat Nieuw-Zeelandse schapen de slimste ter wereld zijn. ,,Onze schapen kunnen lezen'', meldt de blikken stem triomfantelijk.

Tussen Springfield en Arthur's Pass kronkelt de trein langs de rivier de Waimakariri (Maori voor koud water) naar het hoogste punt van de route, op 737 meter hoogte. In tegenstelling tot de Europese Alpen waar dalen zijn volgestouwd met wegen, dorpen en hoogspanningsleidingen is de natuur hier maagdelijk. Oerbossen van zilverkleurige berken worden afgewisseld met wilgen en sparren, aangelegd voor de houtwinning en erosiebestrijding. De trein rijdt langzaam zodat je het prachtige schouwspel op je kunt laten inwerken. En opsnuiven, omdat een van de balkons zich in de open lucht bevindt. Die attractie staat overigens onder druk, omdat er al eens iemand van de trein is gevallen.

In Arthur's Pass kruisen we een oostwaarts reizende kolentrein. Het vervoer van kolen van de mijnen rond Westport en Greymouth is de werkelijke reden waarom de spoorlijn naar de lege westkust nog bestaat. Tranz Rail profiteert van de afwezigheid van een diepzeehaven aan de westkust, waardoor de kolen via de grote haven van Lyttelton (bij Christchurch) naar internationale markten moeten worden verscheept. De plannen van de mijnbouwbedrijven om in Greymouth een diepzeehaven te bouwen werden door Tranz Rail tot bij de rechter bestreden. Uiteindelijk is een compromis bereikt, waarbij Tranz Rail de kolen naar Lyttelton mocht blijven vervoeren, maar tegen een lagere prijs. De plannen voor de haven werden afgeblazen. Wanneer het kolentransport zou worden gestopt, zou het lot van de Tranz Alpine Express bezegeld zijn.

Onmiddellijk ten westen van Arthur's Pass verdwijnt de trein in de Otiratunnel, met 8,5 km de langste van het Zuidereiland en bij de opening in 1923 de langste spoortunnel in het Britse Rijk. Omdat de tunnel met een gradiënt van 1 op 33 erg steil is, werden de goederentreinen tot voor kort door elektrische locomotieven door de tunnel getrokken. Sterkere diesels en nieuwe ventilatoren zorgen er nu echter voor dat twintig minuten nadat een trein door de tunnel bergopwaarts is getrokken een nieuwe trein er doorheen mag, zonder dat de inzittenden de verstikkingsdood wacht.

Na de tunnel verandert het toneel radicaal. De westkust is het natste deel van Nieuw-Zeeland. De regenwouden die de westelijke Alpen bedekken zijn verzengend groen. In de gestaag vallende regen hebben ze een Tolkieneske geheimzinnigheid.

Aan de westkust leeft de geschiedenis, omdat de ontwikkeling stilstaat. Nog steeds trekt de bevolking van de westkust weg naar de waan en het werk van Auckland, Wellington en Christchurch. Yuppen met groene ideeën hebben de regering gedwongen de kap van oerbossen op de westkust te stoppen, zo klagen de Coasters. Daardoor is er in de houtindustrie geen werk meer. Dat de regenwouden de Unesco-erfgoedstatus hebben, biedt volgens de kustbewoners onvoldoende economische compensatie. Ook de mijnbouw biedt door mechanisatie steeds minder werk. Het gevolg is bijna uitgestorven dorpen en stadjes.

Greymouth is met 8.000 zielen de belangrijkste plaats en eindpunt van de reis. De spoorlijn loopt nog veertig kilometer door naar Hokitika, met zijn brede wildwestachtige straten. Wie daarheen wil, moet in Greymouth overstappen op bus, kampeerwagen of huurauto, die in het piepkleine station kunnen worden geboekt. Wij strekken de benen een uurtje in Greymouth voor de viereneenhalf uur durende terugreis naar Christchurch. Opnieuw een mooie, maar nu toch wel erg lange rit, die door de te vroeg ingezette alcoholconsumptie en de festiviteiten van de vorige avond uitlopen op een groepsslaapsessie. Er blijken in Nieuw-Zeeland grenzen aan het nut van spoorweg-netwerken.

De Tranz Alpine Express vertrekt dagelijks om 9u uit Christchurch (Addington) en komt 4,5 uur later in Greymouth aan. De trein terug uit Greymouth vertrekt om 14u25. Kosten (enkele reis) van NZ$ 61 tot NZ$ 87. Zie ook www.tranzrailtravel.co.nz