De democratie is gered

Miljoenen Amerikanen beschouwen het vonnis van het Amerikaanse Hooggerechtshof als een aanslag op de democratie. Het hof heeft echter voorkomen dat Al Gore een loopje heeft kunnen nemen met het systeem, meent Michael Kelly.

In de zaak George W. Bush versus Gore heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof de democratie en de republiek een grote, historische dienst bewezen. Miljoenen mensen zien het anders: zij zien het vonnis van het verdeelde hof als een partijdige en ideologische aanslag op de democratie. Maar in wezen gaat het niet om het feit dat vijf conservatieve het meerderheidsvonnis van vier progressieve rechters van het hooggerechtshof van Florida nietig verklaarden. Het gaat om twee zinnen uit het meerderheidsstandpunt: ,,Zeven opperrechters zijn van oordeel dat er constitutionele problemen kleven aan de door het hooggerechtshof van Florida bevolen hertelling. Het enige verschil van mening betreft de oplossing.''

Rechter David H. Souter, die een minderheidsstandpunt in nam, erkende dat het gelijkheidsprincipe inderdaad ruimte biedt aan ,,een scala aan stemmechanismen binnen een rechtsgebied'', maar constateerde vervolgens: ,,Uit de verklaringen blijkt echter dat geen sprake was van uniforme regels aan de hand waarvan men de bedoeling van de kiezer moest vaststellen, terwijl men deze regels toepaste (en zou kunnen blijven toepassen) op identieke soorten stembiljetten die gebruikt werden bij identieke machines van hetzelfde merk en met dezelfde eigenschappen.'' Souter voegde eraan toe: ,,Ik kan me niet voorstellen dat het belang van de staat gediend is met deze ongelijke behandeling van de kiezer. De verschillen lijken me volledig willekeurig.'' Souter distantieerde zich van het meerderheidsstandpunt waar het de oplossing betrof; van hem had het hof van Florida nog één keer mogen proberen een eerlijke en consequente procedure te bedenken voor het tellen van de stemmen, een procedure die in overeenstemming is met de Grondwet.

Rechter Stephen G. Breyer was het ook met de conservatieve meerderheid eens dat ,,op grond van het simpele principe van eerlijkheid een uniforme procedure had moeten worden gezocht voor de oplossing van het probleem.'' Hij sloot zich aan bij de conclusie van de meerderheid ,,dat volgens het gelijkheidsprincipe bij handmatige hertelling niet alleen de uniforme, algemene maatstaf van de `duidelijke bedoeling van de kiezer', maar ook nadere uniforme maatstaven moeten gelden.'' Ook sloot hij zich aan bij de meerderheidsuitspraak dat stembiljetten uit verschillende districten met verschillende maatstaven door het hof van Florida als `rechtsgeldige stemmen' waren gerekend, een duidelijke schending van dit principe. Breyer was het evenmin als Souter eens met de oplossing voor dit probleem.

Het hooggerechtshof concentreerde zich in zijn vonnis op de opzet van Gore en zijn advocaten in Florida. Ze wilden helemaal niet `alle stemmen tellen', behalve bij wijze van loos retorisch gebaar. Met hulp van het hooggerechtshof van Florida wilden ze de stemmen in Democratische districten tellen, waarbij Democratische campagnevoerders toezicht hielden, en waarbij normen voor de rechtsgeldigheid van een stem werden gehanteerd, die van plaats tot plaats verschilden en in de loop van de tijd veranderden. Alles om zo veel mogelijk stemmen voor Gore te vinden.

,,In Palm Beach County begon het telproces met een richtlijn uit 1990, die bepaalde dat ponsstukjes die nog helemaal vast zaten niet meetelden. Toen ging men over op een regel waarbij een stem rechtsgeldig was als er ook maar enig licht door het gaatje viel. Vervolgens werd de regel uit 1990 weer gehanteerd. Later gold er helemaal geen regel meer, alleen een rechterlijk bevel waaruit bleek dat alle ingedeukte biljetten rechtsgeldig waren'', aldus het hof.

In een mondelinge verklaring hield Gores advocaat David Boies het Hooggerechtshof voor dat daar niets mee mis was, dat de normen voor een ,,geldige stem best konden variëren, niet alleen tussen de districten, maar ook van persoon tot persoon.'' Wat zeven van de negen rechters zeiden, kwam hierop neer: niet zolang de Grondwet geldt. ,,Het stemrecht wordt beschermd door meer dan alleen de toekenning van het privilege'', aldus de meerderheid. ,,Het gelijkheidsprincipe geldt ook voor de wijze waarop het wordt uitgeoefend. Als het stemrecht eenmaal op gelijke gronden is verstrekt, mag de staat later niet door willekeur of ongelijke behandeling de ene stem hoger aanslaan dan de andere.''

Bij alle landelijke verkiezingen zijn er miljoenen `ongetelde' stemmen: stemmen die om verschillende redenen worden afgewezen. Dat is nu eenmaal zo, maar Al Gore en zijn advocaten hebben getracht daarvan te profiteren en het systeem te manipuleren om Gore een nipte overwinning te bezorgen. De benodigde stemmen wilden ze `vinden' door bepaalde regio's te selecteren en veranderlijke maatstaven te hanteren voor de rechtsgeldigheid van een stem. Volgens de meerderheid van het Hooggerechtshof is dat niets anders dan de ene stem hoger aanslaan dan de andere, en dat mag niet.

Daarmee heeft het Hooggerechtshof de democratie gered – niet door Gore te dwarsbomen, maar door het voorbeeld dat Gore heeft gegeven af te wijzen. Als Gore de kans had gekregen een loopje te nemen met het systeem, dan zou de volgende verliezer bij de presidentsverkiezingen met een bijna gelijke uitslag dezelfde stunt hebben uitgehaald, en bij die ene zou het niet zijn gebleven. We zouden op een hellend vlak zijn gekomen. En dat is nu voorkomen.

Michael Kelly is columnist.

©Washington Post Writersgroup

    • Michael Kelly