Benarde huisartsen voeren actie zonodig op

Voor de tweede keer in twee maanden trekken huisartsen uit protest de straat op. Vanmiddag kwamen ze in groten getale naar de Amsterdamse Rai.

De tevredenheid van de organisatoren van de `wilde' demonstratie op 17 oktober in Den Haag bleek uiteindelijk van korte duur. Ze voelden zich serieus genomen door minister Borst (Volksgezondheid), die tijdens het gesprek nog eens opsomde hoeveel extra geld er al naar de huisartsen ging. En welke maatregelen al waren genomen maar nog op uitvoering wachten - ook door de huisartsen zelf.

Een week later installeerde de Landelijke Huisartsenvereniging een comité dat een actieplan voor de eerstvolgende ledenvergadering moest voorbereiden. De ledenvergadering (op 9 november) verliep tumultueus. Het bestuur kon de zaak nauwelijks in de hand houden. Daarom werd besloten voor de volgende ledenvergadering een onafhankelijke vergadervoorzitter van buiten in te huren.

De LHV, de vertegenwoordiger van de huisartsen tijdens overleg met de minister en andere belangengroepen, houdt het initiatief voor nieuwe acties nu in eigen hand: de bond wil zich niet opnieuw laten verrassen door de districten, zoals in oktober gebeurde toen het huisartsen uit Nijmegen en omgeving waren die tot actie hadden opgeroepen.

Maar de inzet van beide acties is dezelfde. De LHV wil er 1,3 miljard gulden bij, en de toezegging dat er extra geld komt voor salarisverhoging. Ten behoeve van dit laatste is intussen een onafhankelijk commissie aan de slag gegaan. Maar als de uitkomsten daarvan tegenvallen, worden de acties opgevoerd, zo kondigt de LHV al aan in een `hand out' met instructies over het zoeken van publiciteit.

Dit jaar is er voor de huisartsen 2,6 miljard gulden (350.000 gulden per huisarts) beschikbaar, een budget dat de afgelopen vijf jaar met ruim 25 procent is gegroeid. De 1,3 miljard gulden die de huisartsen eisen is bedoeld voor uitbreiding van de huisartsenopleiding, de regeling van de diensten buiten kantooruren en een hogere vergoeding van de praktijkkosten. Overigens zegt de LHV op voorhand dat die 1,3 miljard gulden onvoldoende is. Dat komt doordat de minister inmiddels een andere eis van de bond heeft ingewilligd: de opleiding tot huisarts wordt verruimd van 456 tot 525 plaatsen.

De LHV baseert haar claim op een rapport van Deloitte en Touche over de kosten van een normpraktijk van de huisarts. Het bureau kreeg daarvoor van de LHV de `duurste' praktijk als maat: een als solist werkende huisarts die ook opleider is, een assistente heeft en verloskundig actief is. De uitkomst: ruim 295.000 gulden, zo'n 140.000 gulden meer dan verzekeraars nu gemiddeld aan praktijkkosten vergoeden.

Voor de 7.000 praktiserende huisartsen samen zou die verhoging dan neerkomen op zo'n miljard gulden. Maar inmiddels werkt nog maar zo'n 40 procent van de huisartsen als solist – veelal oudere huisartsen, die zelden als opleider functioneren. De bijkomende kosten voor artsen die in een groepspraktijk (of in een ander samenwerkingsverband) werken, zijn beduidend lager. De zorgverzekeraars hebben met de huisartsenvereniging onlangs afgesproken samen onderzoek te laten doen naar de kostenstructuur van de huisartsenpraktijk. Dit onderzoek moet half januari klaar zijn.

Om de werkdruk van huisartsen te verkleinen, hebben LHV en Borst afgesproken dat per drie huisartsen een praktijkverpleegkundige kan worden aangesteld, die een deel van de routinematige behandelingen van de artsen kan overnemen. De huisartsen zouden die deels zelf gaan `verdienen', door voortaan bij het voorschrijven van medicijnen de computer te gaan gebruiken (het Elektronisch Voorschrijf Systeem). In de praktijk maken de huisartsen daar, anders dan was afgesproken, nauwelijks of geen haast mee.

Door alle aandacht voor de acties wordt er minder op de interne problemen van de LHV gelet. De crisis die dit voorjaar leidde tot het voortijdig aftreden van de voorzitter, smeult nog steeds. De strijd om de macht tussen de districten en het centraal bestuur is nog niet beslecht. Ook kampt de LHV met een miljoenentekort. Het bestuur wil dit onder meer oplossen door `rijke' districten de `arme' financieel te laten helpen, een voorstel dat niet overal warme steun krijgt.