`Amerika wil verzoening' (1)

Zojuist heb ik gesproken met George W. Bush en hem gefeliciteerd met het feit dat hij de 43ste president van de Verenigde Staten wordt, en ik heb hem beloofd dat ik hem dit keer niet zal terugbellen. Ik heb aangeboden hem zo spoedig mogelijk te ontmoeten, zodat we een begin kunnen maken met het bijleggen van de verdeeldheid tijdens de campagne en de strijd die we hebben geleverd.

Bijna anderhalve eeuw geleden zei Senator Stephen Douglas tegen Abraham Lincoln, die hem net had verslagen voor het presidentschap: `Partijdigheid moet wijken voor vaderlandsliefde. Ik sta achter u, meneer de president, en God zij met u.' Wel, in diezelfde geest, heb ik tegen president Bush gezegd dat resterende partijwrok nu opzij gezet moet worden, en dat God zijn rentmeesterschap over dit land moge zegenen.

Hij noch ik heeft rekening gehouden met deze lange en moeilijke weg. Zeker is dat we dit geen van beiden hebben gewild. Maar het gebeurde toch, en nu is het voorbij, beslecht zoals het moet worden beslecht, door de gewaardeerde instellingen van onze democratie.

Boven de bibliotheek van een van onze vooraanstaande rechtenopleidingen staat het motto: `Niet onder de mens, maar onder God en de wet'. Dat is het leidende Amerikaanse vrijheidsbeginsel, de bron van onze democratische vrijheden. Ik heb geprobeerd dit tot mijn richtsnoer te maken tijdens deze krachtmeting, zoals dit het richtsnoer is geweest in het debat over alle ingewikkelde kwesties van de afgelopen vijf weken.

Nu heeft het federale hooggerechtshof gesproken. Laat er geen twijfel over bestaan: ik accepteer zijn oordeel, hoewel ik het er geheel mee oneens ben. Ik aanvaard het definitieve karakter van de uitkomst die maandag door het College van Kiesmannen zal worden geratificeerd. En vanavond erken ik, in het belang van de eenheid van het volk en de kracht van onze democratie, mijn nederlaag.

Ik aanvaard ook mijn verantwoordelijkheid, die ik onvoorwaardelijk in dienst zal stellen van de nieuw gekozen president.

Ik zal alles doen om [Bush] te helpen Amerikanen bij elkaar te brengen voor de vervulling van de grote visie die vastligt in onze Onafhankelijkheidsverklaring en die onze grondwet bevestigt en verdedigt. [...]

Het zijn buitengewone verkiezingen geweest. Maar op een van Gods onvoorziene paden kan deze te elfder ure doorbroken impasse ons allemaal voeren naar een nieuwe gemeenschappelijke basis, omdat het heel kleine verschil ons eraan kan herinneren dat we één volk zijn met een gemeenschappelijke geschiedenis en een gemeenschappelijke bestemming. Zeker, die geschiedenis levert ons vele voorbeelden van strijd, zowel in heftige discussies als in zware gevechten. [...] En telkens hebben zowel de winnaar als de overwonnene het resultaat vreedzaam en in de geest van verzoening aanvaard. Moge dat ook nu zo zijn.

Ik weet dat veel van mijn aanhangers teleurgesteld zijn. Dat ben ik ook. Maar onze teleurstelling moet worden overwonnen door onze liefde voor het land. En ik zeg tegen onze vrienden in de internationale gemeenschap: laat niemand dit gevecht zien als een teken van Amerikaanse zwakte. De kracht van de Amerikaanse democratie blijkt het duidelijkst door de problemen die zij weet te overwinnen. [...]

Dit is Amerika. We strijden hard als de belangen groot zijn, we sluiten de rijen als het gevecht voorbij is. En omdat er tijd genoeg is om te debatteren over onze voortdurende verschillen, is nu het moment gekomen te erkennen dat hetgeen ons verenigt groter is dan hetgeen ons verdeelt. [...]

Sommigen hebben gevraagd of ik ergens spijt van heb en er is een ding dat ik betreur: dat ik niet de kans heb gekregen te blijven en te vechten voor het Amerikaanse volk gedurende de komende vier jaar, in het bijzonder voor degenen voor wie lasten moeten worden verlicht en belemmeringen moeten worden weggenomen, in het bijzonder voor degenen die vinden dat hun stemmen niet zijn gehoord. Ik heb u gehoord en ik zal u niet vergeten. [...]

Nu is de politieke strijd gestreden en keren we terug naar de nimmer eindigende worsteling voor het gemeenschappelijke goed van alle Amerikanen en voor de tallozen in de hele wereld die voor leiderschap in de zaak van vrijheid naar ons kijken. [...]

En nu, vrienden, om een uitspraak van mezelf tot anderen te citeren, is het tijd voor mij om te gaan. Dank u en goedenavond. God zegene Amerika.