Stijging van koopkracht valt tegen

De herziening van het belastingstelsel volgend jaar leidt tot een veel minder grote koopkrachtstijging dan de officiële raming van 5,25 procent van het Centraal Planbureau (CPB).

Dit stelt de Rabobank in haar Visie op 2001, de jaarlijkse publicatie met economische vooruitzichten van de bank. Volgens de Rabo is de feitelijke koopkrachtontwikkeling ,,echter aanmerkelijk kleiner dan de standaardplaatjes voorspiegelen''. De bank stelt dat er geen rekening wordt gehouden met de effecten van de wijziging van de belastingheffing op (vermogen-) inkomsten, en de verbreding van de belastinggrondslag die resulteert in een beperking van aftrekmogelijkheden. ,,Als gevolg van de fiscale wijziging zal een aantal huishoudens zelfs met een koopkrachtdaling worden geconfronteerd,''aldus de bank. De netto-lastenverlichting voor alle gezinnen samen bedraagt volgens de Rabo 6,6 miljard, en dat is maar 1,5 procent van van het totale beschikbare inkomen.

De Rabo verwacht voor volgend jaar een economische groei van 3,25 procent, tegen 4 procent dit jaar. De inflatie zal volgens de bank volgend jaar fors oplopen tot 3,75 procent, met een piek van ver boven de 4 procent in de eerste maanden.

Uit nog vertrouwelijke cijfers blijkt dat ook het Centraal Planbureau (CPB) zijn verwachtingen flink heeft teruggeschroefd. In plaats van de eerder gepubliceerde 4,5 procent groei voor 2000, komt het CPB uiteindelijk 0,25 procentpunt lager uit op 4,25 procent. Voor 2001 wordt de groei met 0,5 procentpunt gecorrigeerd, van 4 procent naar 3,5 procent. Volgende week publiceert het CPB haar driemaandelijkse Report, waarin de cijfers openbaar worden gemaakt.

Bronnen in Den Haag melden dat de lagere ramingen vooral gebaseerd zijn op de lagere realisaties in met name het derde kwartaal dit jaar. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde eind november dat de groei in dat kwartaal 3,4 procent bedroeg. Ook de wat minder uitbundig groeiende wereldmarkt is voor het CPB aanleiding de raming voor 2001 naar beneden bij te stellen.

Een ingewijde bij het CPB bestempelde de suggestie dat een (door Rabo verwachte) tegenvallende koopkrachtstijging door het belastingplan een negatief effect op de groeiverwachting zou hebben, als ,,aperte onzin''.