Slachtoffers Indië krijgen 385 mln

De Indische gemeenschap in Nederland krijgt 385 miljoen gulden als ,,gebaar van rechtsherstel'' voor ,,het formalisme, de bureaucratie en de kilte'' waarmee zij na afloop van de Tweede Wereldoorlog door de overheid is bejegend. Minister Borst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft dit gisteren bekendgemaakt tijdens het gesprek dat zij had met het Indisch Platform.

Van de 385 miljoen gulden is 35 miljoen gulden bestemd voor de financiering van projecten in de ,,sfeer van educatie, welzijn en cultuur''. Het Indisch Platform zal aangegeven voor wie precies de resterende 350 miljoen gulden is bestemd. Borst heeft daarbij wel als voorwaarde gesteld dat het geld ten goede moet komen aan Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in het voormalige Nederlands-Indië verbleven, of die onvrijwillig door de Japanners zijn geïnterneerd of tewerkgesteld, zoals bij de Birma-spoorlijn.

De donatie van het kabinet vloeit voort uit de erkenning, in maart, dat de overheid na de oorlog fouten heeft gemaakt bij de opvang van oorlogsslachtoffers. Voor de Indische gemeenschap werd toen 250 miljoen gulden uitgetrokken. Dit aanbod werd door het platform als ,,onvoldoende'' van de hand gewezen. Ook zou het geld alleen voor ,,collectieve doelen'' zijn bestemd. Borst laat nagaan hoe individuele claims het best kunnen worden gehonoreerd.

Volgens Borst speelt voor de Indische Nederlanders naast de gevolgen van de bezetting door Japan ook de onafhankelijkheidsstrijd een bijzondere rol. Dit geldt met name voor de vijandelijke bejegening door de Indonesiërs die naar onafhankelijkheid streefden. Voor de gevolgen daarvan was in die tijd nauwelijks aandacht, aldus Borst. Er komt ook een ,,breed historisch onderzoek'' naar de sociale en economische gevolgen van de Japanse bezetting, de bersiap- en revolutietijd en het dekolonisatieproces, zo heeft Borst toegezegd.