RÖNTGEN

De Nederlandse kamermuziek van de eerste helft van deze eeuw geniet weinig aanzien. Wie neemt nog de moeite de sonates en pianotrio's van Julius Röntgen (1855-1932) uit te voeren? Dat die veronachtzaming onverdiend is, blijkt op de recent verschenen opname met kamermuziek van door Concertgebouwmusici Alexander Kerr (viool), Gregor Horsch (cello) en pianist Sepp Grotenhuis.

Julius Röntgen was mede-

oprichter van het conservatorium in Amsterdam en studeerde zelf in Leipzig. Zijn klassiek romantische idioom knoopt aan bij Brahms en Grieg, en doet daar in originaliteit vele male minder voor onder dan Röntgens geringe bekendheid wellicht zou doen vermoeden. Niet voor niets schreef Clara Schumann in 1896 aan Brahms over Röntgen dat zij in lange tijd niet `zoveel plezier aan iemand beleefde'! Vol lof ook was Clara Schumann over Röntgens aansprekende Vioolsonate (1879-83), het oudste werk van de opname, dat door Kerr en Grotenhuis met frisse frivoliteiten en elegische breedsprakigheid wordt gespeeld. De Cellosonate ontstond twintig jaar later, en de tussenliggende tijd ging aan Röntgens stijl niet onopgemerkt voorbij. De melodiek is complexer, de modulaties zijn gewaagder. Het Poco andante, ingetogen vertolkt door Horsch, is van een onzware melancholie en bevestigt de indruk dat Röntgens kamermuziek de zorg en aandacht van deze opname meer dan waard is.

Julius Röntgen, kamermuziek door Alexander Kerr, Gregor Horsch en Sepp Grotenhuis. (NM Classics, 92089)