Raadsel

De dekking van het draadloze telefoonnet is verbluffend: afgelopen nacht had ik mijn vier jaar geleden overleden moeder aan de lijn. ,,Hoe gaat het, jongen?'' 'k Mag niet klagen, ma. ,,Loopt alles op rolletjes?'' Zeker, al loopt het bij tijd en wijle daverend uit de hand. Himmelhoch jauchzend de ene, zum Tode betrübt de andere dag. ,,Daar had je als kind al last van. Snuif en spuit je nog steeds niet?'' Nah, ik ben gewoon gelukkig met Nuf. ,,Zo klink je ook, hoe ziet je nieuwe vlam er uit?'' Zij lijkt geloof ik een beetje op Sandra Bullock en Courteney Cox Arquette. ,,Wie zijn dat nou weer, hedendaagse streekromanschrijfsters of zo?'' Eh, eerlijk gezegd weet ik het niet. 't Is ook niet van belang, Nuf vindt dat zij op hen lijkt, daarmee is voor mij de kous af.

Bedeesd informeerde ik tijdens het ontbijt naar Bullock en Cox Arguette. Nufs nauwgezet geëpileerde wenkbrauwen schoten omhoog en zij siste: ,,Fuck a duck! You really don't know, do you. Well sweetheart, you think you're the Wizard of the Western World, so you figure it out, I'm not gonna tell.'' Mooie boel, van de regen in de drup, mompelde ik en verschool mij achter de krant. Gepikeerd ging zij onder de douche. Zwijgend smeerde ik haar naderhand in met een nieuw zalfje; volgens het etiket gewonnen uit schors van de citroenboom, het hart van witte lelies en verrijkt met `zachtzure accenten' van grapefruit en sterappel. Het goedje stonk uren in de wind. Ik kuchte iets te demonstratief. ,,I'm not an eccentric, yóu are! I'm just exceptional.'' Terwijl zij voor de spiegel stond en van haar gezicht een kunstwerk maakte, zat ik te pruilen op de badkuiprand. Even later sloeg zij zonder boe of bah haar huisdeur achter zich dicht.

Fotomodellen, operazangeressen, mannequins! dacht ik in de trein terug naar de Achterhoek. Kate Moss doemde als eerste op, en viel ook als eerste af: te sperziebonig. Claudia Schiffer dan? Nee, te blond. Cindy Crawford misschien? Ik merkte dat ik aan die naam alleen amorfe begrippen als elegant, mooi en fameus verbond; een beeld van Crawford diende zich niet aan. In het atelier dook ik in de naslagwerken: louw loene. Telefonisch consulteerde ik een doorgaans goed geïnformeerde professor die Nederlandse taal en letterkunde doceert. Hij schoot in de lach en beloofde het aan zijn echtgenote te vragen. In afwachting van haar telefoontje faxte ik een anglofiele graficus die altijd het naadje van de Britse kous weet. Wéér mis. Ik gaf de moed op en ging verder met het met de hand uit losse loden letters zetten van schitterende, niet eerder gepubliceerde tekstflarden van Oscar Timmers, v/h J.Ritzerfeld. Klokslag tien uur die avond belde Nuf; op bokkige toon informeerde zij of ik al wist op wie? Repliek: geen idee, zijn het operazangeressen? Die mijd ik zoals je weet als de pest. Wel weet ik dat Oscar Timmers lang voor nu bewierookte postmodernisten als A.F.Th. van der Heijden, Reve en Grunberg koos voor schuilnaam en initialen. Timmers publiceerde zijn roman Haar gaan & haar liggen (1971) als O.T. en werd later J. Ritzerfeld. ,,You still think you're smart; fat chance wise ass'', snauwde zij en verbrak de verbinding. Even later belde de echtgenote van de professor: ,,Het gaat duidelijk niet om concertpianistes of operazangeressen. Waarom wil je het eigenlijk weten?'' Ik durfde, kon niet uitleggen dat mijn moeder vroeg en dat Nuf...

Tot diep in de nacht zocht ik in uiteenlopende indexen naar Bullocks en Cox Arquettes. In atlassen, Verzamelde Werken van deez' en gene schrijver en dichter. Alles vergeefs. Wel leerde ik onder meer dat Britten een os bullock noemen en dat bullatus van het Latijnse bulla komt en gebobbeld of opgebold betekent. En dat arguere in het Latijn staat voor berispend of beschuldigend en, in botanische zin, scherp. Coïx en koïx zijn respectievelijk een gras- en een palmensoort. Natuurlijk is Nuf, zoals alle vrouwen, op bepaalde plaatsen gebobbeld. Scherp gesneden is zij ook, van tong, wenkbrauwen en schaamhaar. Met een malend brein en vermoeide ogen tolde ik in mijn bedstee.

Ooftsoorten was het woord waarmee ik wakker werd. Subiet raadpleegde ik het vooroorlogs Geïllustreerd tuinboek van Fiet & Bleeker. Het staat barstensvol mooie namen zoals Louise bonne d'Avranches en Triomphe de Vienne (op kwee veredelde peren), Cox Pomona en Cox's Oranje Pippeling (appelen); maar geen spoor van Nuf. Voor de zekerheid liep ik nogmaals de index na van het verzameld werk van Shakespeare en fietste even later treurig naar mijn atelier. De zandpaden waren vergeven van de eikels, beukennootjes, esdoornvleugels, kastanjes. Als pingpongballetjes schoten ze weg onder de fietsbanden. Na een paar uur zetten speelde mijn rug op en maakte ik een ommetje met de hond van de buurmanboer. Tijdens de wandeling viel het kwartje. Mijn moeder is dood, die van Nuf ook, dus wat maakt het uit dat Nuf beweert dat zij lijkt op zus of zo? Nuf is Nuf. Modegevoelig als zij is, verandert zij met de seizoenen van uiterlijk. En hoe meer ik haar zoen en bemin, hoe sneller zij van vorm verandert. Nu is het herfst, dus kiest zij voor amberkleurige contactlenzen en een kastanjebruine haarspoeling. Raadsel opgelost? Welnee, toch fietste ik tevreden in de duisternis over de zaadkrakende zandpaden naar huis. Proefdrukken in tweevoud in de ene, een kilo tamme kastanjes in de andere fietstas. Sommige raadsels dient men te koesteren, andere lossen zichzelf op door de telefoon niet op te nemen.