Pensioen in EU rem op mobiliteit

Ongunstige pensioenregelingen belemmeren werknemers in de Europese Unie in een andere lidstaat te gaan werken. De EU zou de arbeidsmobiliteit moeten vergroten door maatregelen te nemen tegen pensioenbreuken en pensioenverlies. Dat adviseren de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de Sociaal-Economische Raad (SER) aan het kabinet.

Het vrije verkeer van werknemers is vastgelegd in het Verdrag van Rome uit 1957. Volgens de SER bevordert arbeidsmobiliteit de welvaart in Europa.

Doordat pensioenregelingen niet op elkaar aansluiten is het vaak ongunstig voor werknemers om in een ander land te gaan werken. Daarom pleit de SER er voor dat pensioenrechten in het land van herkomst behouden kunnen worden, dat pensioenen eenvoudiger internationaal overgedragen kunnen worden en dat werknemers de kans krijgen deel te nemen aan grensoverschrijdende pensioenfondsen.

Met het oog op uitbreiding van de Europese Unie moet het volgens de SER voor werknemers uit Midden- en Oost-Europa snel mogelijk worden om in West-Europa te werken. Hierdoor gaat de arbeidsmarkt beter werken. Vooral technici, horecapersoneel en seizoenarbeiders zullen een baan kunnen vinden in de huidige Europese Unie.

Voor grootscheepse volksverhuizingen hoeft geen angst te bestaan, meent de SER. Bovendien zijn de ervaringen na de toetreding van Spanje en Portugal illustratief. Dit leidde ook niet tot massale migratie.