Het draait om rekkelijk of precies declareren

Bram Peper is strafrechtelijk vrijgepleit. Daarmee is echter niet gezegd dat zijn declaraties ook correct waren.

Bij Bram Peper kan vandaag de vlag uit. Bijna een jaar lang is hij door het leven gegaan als een geblameerde oud-bestuurder.

Het door een Rotterdamse raadscommissie in maart opgemaakte rapport bevatte zoveel bevindingen van dubieus declaratiegedrag, dat zijn reputatie, na zijn gedwongen vertrek als minister van Binnenlandse Zaken, dit voorjaar definitief leek geknakt.

Maar van Peper is bekend dat hij nooit opgeeft, dat hij altijd terugkomt, en vandaag is zo'n dag waarop dat wordt onderstreept. Het onvoorwaardelijke sepot waarmee het openbaar ministerie het strafrechtelijk onderzoek naar zijn declaraties heeft afgesloten, kan moeiteloos worden uitgelegd als bewijs van Pepers stelling dat hij slachtoffer was van een politiek proces. Een wraakoefening van modale Rotterdamse politici die te lang hadden moeten buigen voor de grote Bram.

Omwille van de zuiverheid is het goed te bedenken dat deze uitkomst niet alles zegt. Er is een verschil tussen strafbare en onjuiste declaraties. Het rapport van de gemeenteraad stelde slechts onjuiste declaraties vast. Wie uitgaven in rekening brengt bij de werkgever zonder die te onderbouwen (met bonnen bijvoorbeeld), heeft de functionaliteit van zijn onkosten niet aangetoond. Dat is een formele vaststelling, een wijsheid uit de wereld van de accountancy, die veelvuldig was terug te vinden in het rapport van dit voorjaar. De negatieve gevolgen daarvan voor Peper waren groot.

Maar met dat oordeel was niet aangegeven dat Peper ook strafbaar had gedeclareerd. Een declaratie is in het algemeen pas strafbaar als zij valselijk is opgemaakt met het oogmerk er particulier profijt van te hebben. Zulke declaraties zijn niet uit het onderzoek van het openbaar ministerie gebleken. Peper is geen graaier, mocht iemand dat ooit gedacht hebben.

Daar komt bij dat het OM impliciet een negatief oordeel velt over het werk dat forensische accountants van KPMG verrichtten voor de Rotterdamse raadscommissie. Peper heeft KPMG destijds al scherp bekritiseerd, omdat men onvoldoende zou hebben gezocht naar beleidsnota's die reizen legitimeerden waarvan KPMG de functionaliteit niet kon vaststellen.

Het OM laat nu weten dat men de beschikking heeft gekregen over ,,meer documentatie'' dan KPMG, waardoor uitgaven alsnog konden worden geplaatst. Een tik op de vingers van de accountants, die Peper goed van pas komt in de lopende tuchtprocedure tegen KPMG.

Smetteloos is de oud-burgemeester echter niet uit het onderzoek van het OM gekomen. Het gaat om klein geld (7.500 gulden), het is lang geleden (1990), maar toch heeft het OM rekeningen aangetroffen die hij ten onrechte heeft ingediend. Het gaat overigens niet om valse rekeningen, het gaat om privé-betalingen die hij ten onrechte voldeed met een gemeentelijke creditcard. Het gebeurde in een tijd dat het niet goed ging met Peper. Verwijtbare slordigheid kan men dat noemen. Of formeel strafrechtelijk: wederrechtelijk verkregen voordeel. Peper zelf heeft tijdens het onderzoek ingezien dat hij verkeerd zat, hij heeft de centen aan de gemeente Rotterdam terugbetaald.

Het is een detail dat men gemakkelijk kan aanwenden om het dit voorjaar gesmoorde debat over de integriteit van de overheid te heropenen. Twee geloven botsen daar met elkaar. Er zijn de preciezen, de `punaisepoetsers', die menen dat een overheidsbestuurder al fout zit zodra hij een paar gulden ten eigen bate aanwendt. En er zijn de rekkelijken, de `ondernemingsgezinden', die vinden dat creativiteit en prestatiedrift niet gedijen in een ambiance waar over iedere cent wordt gemierd.

Een ongemak in dat debat was, en is, dat veelal de bestaande, strenge normen onbesproken blijven. Die normen zijn sluipenderwijs ingevoerd, nadat de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Ien Dales (PvdA) begin jaren negentig het thema integriteit van de overheid op de agenda plaatste. Zij behoorde tot de preciezen. Zij heeft ervoor getekend dat burgemeesters die zich kleinschalig vergaloppeerden met declaraties (Riem van Brunssum: 2.500 gulden; Seinstra van Goes: 3.900 gulden) werden ontslagen wegens `schade aan het burgemeestersambt'. ,,Met onthouding van het predikaat eervol'', luidde steevast de toevoeging, wat betekent: geen (volledig) wachtgeld.

Het zijn zaken die tot in de hoogste gerechtelijke instanties zijn uitgevochten, waarbij Binnenlandse Zaken het department dat Peper tot maart diende met succes de harde ingreep van het `oneervolle' ontslag verdedigde. Zo heeft het door Peper terugbetaalde geldsommetje ook een pijnlijke kant. De vraag rijst of hij in de ogen van de maatschappij `de integriteit van de overheid' heeft geschaad.

Toch is het, in navolging van Dales, nog steeds Pepers eigen PvdA die bij dit thema consequent kiest voor de strakke lijn. Toen deze krant onlangs meldde dat gemeenteambtenaren grootschalig collectieve kortingen bij de lokale middenstand bedingen, werd dat door de Tweede-Kamerfractie van de PvdA betiteld als `passieve fraude'. De leer van Dales is nog altijd gemeengoed in die kringen. Maar mogelijk dat Bram Peper zelf de komende maanden via een doorwrocht essay het PvdA-debat alsnog op een ander spoor kan krijgen. Hij kent de theorie én de praktijk.