Hard optreden leger roept kritiek op in Israël

In de strijd tegen de Palestijnse opstand verwoest het Israëlische leger steeds meer Palestijnse bezittingen. Voor het eerst zijn in Israël nu kritische geluiden te horen.

Het Israëlische leger heeft een variant van de politiek van de verschroeide aarde tot tactische verdediging verheven. Doel is onder andere om Palestijnse schutters schuilplaatsen te onthouden van waaruit kolonisten en militairen onder vuur kunnen worden genomen.

Evenals tijdens de eerste intifadah verstrekken verschillende Palestijnse bronnen sedert het begin van de tweede intifadah eind september dagelijks gedetailleerde informatie over Palestijnse doden en over de verwoestingen die het Israëlische leger op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook aanricht. Daaruit blijkt dat deze Israëlische strijdmethode betrekkelijk grote schade aan de Palestijnse economie en omgeving toebrengt.

Vrijwel dagelijks worden boomgaarden en huizen door bulldozers platgelegd om het leger beter zicht te geven op de situatie of om nieuwe wegen vrij te maken. Zo werd twee dagen geleden van negen uur 's avonds tot twee uur 's nachts ten noorden van de Salah El-Din weg naar Gush Katif in de Gazastrook 5,3 hectare landbouwgrond verwoest. Het ging hier om 4 hectare palmen, 1 hectare groenten en 0,3 hectare waarop drie groentenkassen stonden. Een waterpomp en irrigatieleiding werden eveneens verwoest. Gisteren werd ten zuiden van de nederzetting Dogi 1,1 hectare landbouwgrond waarop citrusbomen stonden, palmen en twee groentenkassen, eveneens geëgaliseerd.

Volgens Palestijnse bronnen zet het Israëlische leger de vernietiging van Palestijnse landbouwgrond en groentenkassen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook onverminderd voort. In de Israëlische media is aan dit aspect van de Israëlische strijd tegen de Palestijnse opstand tot dusverre weinig aandacht besteed. Onder de kop `Het leger gaat te werk als een geblinddoekte bokser' nam de krant Ha'aretz gisteren echter met een zeer kritisch oog het optreden van het Israëlische leger in de bezette gebieden onder de loep.

Ha'aretz stelt zich de vraag of door het verwoesten van boomgaarden, van huizen, het graven van diepe sloten rondom Palestijnse dorpen en steden en door uitgaansverboden, wegblokkades, en andere strafmaatregelen niet zoveel weerstand wordt opgeroepen dat ,,het zaad voor de volgende ramp wordt uitgestrooid''.

Een opperofficier, die onlangs het militaire uniform voor burgerkleding verwisselde, is zo bezorgd over het excessieve geweld van het Israëlische leger dat hij volgens Ha'aretz het initiatief heeft genomen om brigade-generaals in de bezette gebieden te overreden daarvan af te zien. Ook sleutelfiguren in het ministerie van Defensie en stafofficieren neigen tot de opvatting dat Israël de laatste tijd te grof geweld tegen de Palestijnen gebruikt. Dat kan naar hun opvatting tot een onherstelbare breuk met het Palestijnse zelfbestuur van Yasser Arafat leiden.

,,Niemand kan me overtuigen dat we niet onnodig tientallen kinderen hebben gedood'', zei een hoge officier tegen Ha'aretz. ,,Kwade opzet was waarschijnlijk niet in het spel. Maar wel werd afgeweken van orders of werd er in vele gevallen verkeerd geoordeeld''. (Dit citaat verscheen overigens wel in de Hebreeuwse uitgave van Ha'aretz maar haalde de Engelse uitgave van het blad niet.)

Het is opmerkelijk dat de militaire leiding geen goede greep heeft op de motieven van de Palestijnen om ondanks hun zware verliezen de strijd vol te houden. Ami Ayalon, tot voor kort hoofd van de Shin-Beth, gaf deze week de dienstdoende generaals een voor Israëlische oren nogal provocerende uitleg voor het Palestijnse gedrag en incasseringsvermogen. ,,De Palestijnen hebben de afgelopen jaren geleerd dat Israël alleen de taal van het geweld verstaat'', zei hij.

Uit het verhaal in Ha'aretz, dat kennelijk een bezorgde ex-generaal tot belangrijkste bron heeft, blijkt dat de juridische controle van het leger op de eenheden in bezet Palestijns gebied vrijwel nihil is. In dat ,,wilde westen'', zoals de krant de toestand definieert, opereren ook uit kolonisten samengestelde territoriale eenheden die ondergeschikt zijn aan het militaire commando. Gewapende patrouilles van deze eenheden opereren echter zonder instructies in vier sectoren op de Westelijke Jordaanoever. ,,Tsahal (het leger) noch de regering hebben het lef om de operaties van dergelijke eenheden te verbieden'', stelt Ha'aretz vast.

Naast de min of meer georganiseerde militaire activiteit van de kolonisten neemt het aantal incidenten waarbij individuele kolonisten, in groepen of als enkelingen, tegen Palestijnen optreden en geweld gebruiken volgens Palestijnse bronnen opmerkelijk snel toe.

In het artikel in Ha'aretz wordt dat aspect ook aangestipt. Het kwam volgens de krant zelfs tot ruzie tussen twee nederzettingen in Samaria over de mate van wraak op een Palestijns dorp. De inwoners van een joodse nederzetting waren boos dat de kolonisten van een andere nederzetting het niet lieten bij verwoesting van Palestijns eigendom in het nabij gelegen Palestijnse dorp maar ook nog landbouwmateriaal onklaar maakten.

    • Salomon Bouman