Een in juristentaal vermomde veldslag

Achteraf gezien had Amerika beter kunnen loten. Na vijf weken politieke en juridische guerrilla hebben vijf conservatieve rechters in Washington de dobbelsteen neergelegd waar zij hem wilden hebben: bij George W. Bush.

Het lijvige vonnis van de negen hoogste rechters van de Verenigde Staten is het verslag van een in juristentaal vermomde veldslag. Over één ding zijn de dames en heren het eens geworden, namelijk dat de verkiezingen in Florida een zootje waren. De stemmachines waren verouderd, de procedures om problemen op te lossen schoten te kort en de tijd ontbrak om alles nog eens rustig over te doen.

De vier opperrechters die aan het kortste eind trokken, lieten er geen gras over groeien: ,,Het Hof had ongelijk deze zaak te behandelen. Het had ongelijk het hertellen te verbieden. Het zou dat verbod moeten opheffen en het Supreme Court van Florida moeten toestaan te beslissen of het hertellen weer moet beginnen.''

Het heeft niet zo mogen zijn. Zoals het ongesigneerde deel van het vonnis vroom verklaart: het Supreme Court bewondert de opzet van de Grondwet die de selectie van de president overlaat aan het volk, ,,maar het wordt zijn ongezochte verantwoordelijkheid de juridische en grondwettelijke vraagstukken op te lossen waar de rechterlijke macht zich voor ziet gesteld''.

De vijf `winnende' opperrechters Rehnquist (president), Scalia, Thomas, O'Connor en Kennedy geven Bush op genoeg fronten gelijk om de buit binnen te halen. Voor het afschieten van de vorig weekeinde gedeeltelijk uitgevoerde hertelling krijgen zij zelfs rechters Breyer en Souter mee. Maar terwijl deze laatste twee het Supreme Court van Florida een kans willen geven een uniforme standaard te vinden om `blanco' stemmen te beoordelen, doen de Vijf daar niet aan mee. De hard-rechtse flank (Rehnquist, Scalia en Thomas) gaat zelfs nog een heel eind verder in het veroordelen van het hoogste Hof van Florida. De advocaten van Bush hadden het niet welsprekender kunnen verwoorden.

De `afvalligen' hebben minder ingewikkelde zinnen nodig om hun verontwaardiging tot uitdrukking te brengen. ,,De federale vraagstukken die uiteindelijk naar boven kwamen zijn niet wezenlijk'', schrijft rechter Stevens. Daarmee is de rol van het Supreme Court weggeveegd. Zijns inziens heeft de meerderheid ,,in het belang van een tijdige oplossing een onbekend aantal kiezers, wier bedoeling afleesbaar en dus rechtsgeldig was, de stem afgenomen''.

Stevens schrijft, met steun van rechters Ginsburg en Breyer (de twee door Clinton benoemde leden van het Hof), dat het hele beroep van Bush op het Supreme Court berust op gebrek aan vertrouwen in de onpartijdigheid en deskundigheid van de rechterlijke macht in Florida. ,,De steun van de meerderheid van dit Hof voor die houding kan slechts steun geven aan de meest cynische beoordeling van het werk van rechters in het hele land. Vertrouwen in de mannen en vrouwen die de rechtspraak verzorgen is de werkelijke ruggengraat van de rechtsstaat. De tijd zal eens de wond helen die aan dat vertrouwen is toegebracht door de beslissing van vandaag''.

Dat is dodelijke kritiek van de nestor van het Hof, die 25 jaar geleden door de Republikeinse president Ford in het Hof werd benoemd. `Het vertrouwen van de natie in de rechter als bewaker van de rechtsstaat' is geen lichte zaak. Het verwijt van Stevens aan zijn vijf collega's die de meerderheid vormden, is in wezen een nauwkeurig geformuleerde beschuldiging aan Bush en zijn entourage.

De Republikeinen hebben de afgelopen vijf weken weinig meer gedaan dan zand in de machine strooien. Nadat de verkiezingen op 7 november zo goed als onbeslist waren geëindigd, met een voorsprong van ruim 300.000 stemmen voor Gore in het absoluut aantal uitgebrachte stemmen in de hele VS maar een kleine winst voor Bush in Florida, heeft de Bush-campagne met zijn legioen bedrijfs- en verkiezingsjuristen er alles aan gedaan om het tellen van het ongebruikelijk hoge aantal voor de machine onleesbare stemmen in Florida te voorkomen.

Dat gebeurde met alle argumenten. Zoals Gore zijn slagzin `Alle stemmen tellen' opschortte in de poststem-zaken in Seminole en Martin county, zo aarzelden de Bush-cohorten niet om hun afgrijzen van federaal ingrijpen om te zetten in een nu geslaagd beroep op het federale Supreme Court. Dat Hof met zijn zeven Republikeinen, die meestal de staten en hun eigen rechtssysteem ruim baan geven (tegen die `bemoeials' uit Washington) veegt nu allerlei redenen bij elkaar om in te grijpen in wat wetgevers en rechters er in Florida van hadden gemaakt.

Politisering van de rechtspraak is een onderdeel van het Amerikaanse systeem. Men geeft daar de voorkeur aan boven de Europese mythe van een professionele, onpartijdige rechtspraak. Maar nu zijn de beperkingen van het concept wel duidelijk aan het licht gekomen. Zes van de zeven rechters in het Supreme Court van Florida zijn door Democratische gouverneurs benoemd. Hun uitspraken hebben Gore soms wel, soms niet plezier gedaan.

Het meest gepolitiseerde Hof is het hoogste van het land. President Rehnquist (benoemd door Nixon, verheven door Reagan) en rechter Sandra Day O'Connor (een Reagan-benoeming) zouden met aftreden hebben gewacht tot een Republikeinse president een opvolger kon benoemen. Rechter Scalia (ook een Reagan-voorstel) is duidelijk de meest ideologisch actieve Republikein in het Hof. Hij werd door presidentskandidaat Bush, mét die andere rechtsbuiten Clarence Thomas, regelmatig ten voorbeeld gesteld en zou een promotie tot president van het Hof zeker niet uit de weg gaan.

Stel rechter Ginsburg, wier gezondheid te wensen overlaat, en rechter Stevens (80) verlaten ook de komende vier jaar het Hof, dan krijgt een nieuwe president misschien vier nieuwe rechters te benoemen. De vijf in de meerderheid van gisteravond hebben er voor gezorgd dat die nieuwe president Bush heet, en dat hun nieuwe collega's zullen lijken op Scalia en Thomas.

Maar de Bush-campagne heeft geen enkel risico genomen. Voor het geval de negen opperrechters in Washington onverhoopt de andere kant zouden opkijken, of Gore gelijk zouden geven, had de BV Bush nog een ander mechanisme in werking gesteld: de zwaar Republikeinse Senaat en Huis van Afgevaardigden van Florida zouden voor de zekerheid een eigen lijst van 25 kiesmannen benoemen. Naar men zei om de wil van de kiezer in Florida nationaal te laten meetellen.

Over twee jaar volgt de eerste afrekening. Dan wordt niet alleen een deel van het Congres in Washington opnieuw gekozen. Ook een aantal gouverneurs is dan toe aan het oordeel van de kiezer. Een van hen is broer Jeb Bush, die zich stil heeft gehouden, maar in Florida toch presideerde over dit spektakel. Een ding is zeker: zowel Jeb als George W. kan rekenen op het solide verzet van de georganiseerde vakbeweging en van zwart Amerika. Bij de verkiezingen van 7 november stemde één van de negen zwarten op Bush. In Florida waren duizenden van hen voor het eerst gaan stemmen, om te merken dat het stemlokaal 's nachts van plaats was veranderd, of de prikkaartmachine sinds 1980 niet meer was gesmeerd.

De Republikeinen lachten de afgelopen weken in hun vuistje: wie niet slim genoeg was om goed te stemmen, verdiende zijn stem niet. Dat heeft geleid tot aanzienlijke Afrikaans-Amerikaanse frustratie. Het moet blijken of die strijd herleeft. Het waren andere Supreme Courts in andere tijden die aan slavernij en de rassenscheiding een einde maakten. De haat waarmee Republikeinen de afgelopen weken iedere Democratische poging alle stemmen geteld te krijgen hebben bejegend, is niet beantwoord door Gore en zijn medewerkers. Bush riskeert nu dat die haat wel een echo zal vinden bij de zwarte gemeenschap.

En die gekke prikmachines hebben hun langste tijd gehad. De nationale standaardisatie-commissie adviseerde dat al twaalf jaar geleden. `Een moderne democratie die geen stemmen kan tellen' staat vanmorgen boven een bijtende reportage in de Los Angeles Times. Daarin wordt uitgelegd dat het waarachtig niet Florida alleen is waar het kiezen een soort ballengooien op de kermis is.

In Texas zijn dames van lichte electorale zeden werkzaam, die tegen vergoeding poststemmen van onverschilligen leveren. In New York zijn de stemmachines zo verouderd dat zij allang niet meer gemaakt en met moeite gerepareerd worden; de stembureaus worden bemand door slecht betaalde uitzendkrachten. In Alaska zijn meer geregistreerde kiezers dan stemgerechtigde volwassenen. In Oregon is op aanzienlijke schaal gestemd door anderen dan de ontvangers van de stembiljetten. In Wisconsin hebben studenten vier keer gestemd.

Amerika is een sterke democratie. Maar een grillige, opzettelijk irrationeel ver gedecentraliseerde en krenterige democratie. Met als gevolg dat wanneer bij presidentsverkiezingen winnaar en verliezer bijna even veel stemmen halen, de uitslag niet serieus is vast te stellen.

DOSSIERwww.nrc.nl