Belast presidentschap

AAN DE LIJDENSWEG van de Amerikaanse presidentscampagne lijkt met de jongste uitspraak van het federale Hooggerechtshof een einde te zijn gekomen. Vice-president Gore en gouverneur Bush, de twee kandidaten voor het Witte Huis, hebben ieder hun `ups' en `downs' gekend. Het begon allemaal tijdens verkiezingsavond toen de media Gore en vervolgens Bush op het schild hieven om ten slotte tot de conclusie te komen dat de uitslag in Florida `too close to call' was. Sindsdien raakten de hoofdrolspelers verwikkeld in een reeks van hertellingen en een ware fontein aan rechtszaken – tot aan het hoogste, federale niveau toe. Een feit was dat iedere nieuwe rekensom een geringere meerderheid voor Bush liet zien, een ander feit dat Gore de nodige juridische gevechten won, maar in de laatste een fikse nederlaag leed.

Voor Gore en zijn Democraten is vooral bitter dat de vice-president landelijk gezien ruim tweehonderdduizend stemmen meer op zich wist te verenigen dan zijn rivaal. Maar het Amerikaanse systeem is nu eenmaal van federale snit. Dat betekent dat de resultaten-per-deelstaat bepalend zijn voor de einduitslag. Gore heeft van meet af aan deze staatsrechtelijke werkelijkheid erkend. Tegelijkertijd heeft de vice-president zijn omgeving er niet van weerhouden de suggestie te wekken dat hij op grond van de zogenoemde popular vote eigenlijk de rechtmatige winnaar was. De pijn dat een kandidaat met de meeste stemmen toch het onderspit delft, zal ondanks alle verwachte oproepen tot het sluiten van de rijen, niet eenvoudig worden weggenomen.

GOUVERNEUR BUSH is nu de gedoodverfde 43ste president elect van de Verenigde Staten, maar hij is het met de hakken over de sloot. Niet alleen is zijn meerderheid in het electoral college minimaal, hij zal het eerste Amerikaanse staatshoofd in de moderne tijd zijn dat niet rechtstreeks door de kiezers in het Witte Huis is geplaatst. De door het hooggerechtshof van Florida toegelaten handmatige hertelling van door de machines terzijde gelegde stemkaarten verdiende, gezien de verscheidenheid van telmethoden in de verschillende districten, geen schoonheidsprijs, een smet die aan een zege van Gore zou zijn blijven kleven. Dat het Hooggerechtshof in Washington uiteindelijk de doorslag gaf, gaat dan wellicht niet ten koste van de formele legitimatie van Bush' presidentschap, het is zonder meer een ondermijning van het democratische fundament waarop het rust.

Het profiel van Bush als president zal meer worden bepaald door wat er na verkiezingsdag is gebeurd dan tijdens de eigenlijke campagne er aan voorafgaande. De wijze waarop dit presidentschap tot stand kwam, zal een bijzondere last blijken te zijn die niet eenvoudig kan worden afgelegd. De Republikeinse meerderheid in het Congres zal bij de noodzakelijk geworden poging tot verzoening bovendien eerder een handicap zijn dan een ondersteuning. In het Huis van Afgevaardigden is de invloed van radicale Republikeinen aanzienlijk. Zij zullen alles in het werk stellen `hun' president te binden aan een radicaal conservatisme. Tijdens de campagne toonde Bush zich een gematigd politicus die beseft dat een president het land behoort te verenigen. In de ontstane constellatie zal hij die instelling hard nodig hebben, maar in de eigen rijen zal hij zo een verzoenende houding moeten bevechten.

VOOR GORE EN de Democraten rest de toekomst. Bij herhaling zijn zij, ondanks de verwezenlijkte voorspoed, er niet in geslaagd de meerderheid in het Huis die hun in 1994 ontglipte, te heroveren. Maar als de tegenslagen van 2000 de Democratische aanhang activeren voor de verkiezingen in 2002 en 2004, wacht de partij wellicht alsnog genoegdoening. En Gore zelf? De vice-president zou zich kunnen spiegelen aan voorganger Nixon die na twee verkiezingsnederlagen kans zag in het Amerikaanse rampjaar 1968 toch nog het door hem fel begeerde Witte Huis te veroveren. Gore heeft laten zien dat althans de strijdlust hem niet ontbreekt.