Bakkum Noord

Een flinke ruk en de dissel scheurt finaal af. ,,Daar zijn we lekker mee'', zegt Lex, ,,hij móet vandaag weg.'' `Hij' is de stacaravan die Lex en Simone dit voorjaar hebben aangeschaft. Hij staat op een lommerrijke plek tussen de oude duinen van camping Bakkum Noord. De zwoele zomeravonden die we er doorbrachten waren schier eindeloos. Nu zijn we de caravan aan het leegruimen en gereed aan het maken voor transport. Vanmiddag komt `de boer' om hem met zijn tractor naar de winterstalling te slepen.

Bakkum Noord is een begrip. Het is altijd een camping van de gewone man geweest, hoewel de laatste jaren ook wel mensen uit andere lagen van de bevolking, zoals juristen en journalisten, de rust en de eenvoud op dit kampeerterrein zijn gaan waarderen. Duizenden Amsterdammers uit de volksbuurten hebben hier generaties lang, jaar in jaar uit, een groot deel van de zomer doorgebracht. Als het echter aan de PWN ligt is dat binnenkort afgelopen. Het waterleidingbedrijf, dat eigenaar is van het terrein, is van plan alle vaste staanplaatsen op te doeken en het hele gebied om te toveren tot een luxe 4-sterren verblijf, uiteraard met aangepaste prijzen. Het zal duidelijk zijn dat de bewoners zich hier fel tegen verzetten en het zal zeker nog de nodige voeten in de duingrond hebben voor het zover is.

Natuurbeleving is altijd een belangrijk aspect geweest van het kamperen hier en daarom moeten elk jaar alle caravans en `tenthuisjes' gedurende het winterseizoen worden verwijderd. De natuur krijgt dan tot het volgend voorjaar de tijd zich te herstellen van de jaarlijkse invasie. Terwijl we bezig zijn hipt een roodborstje steeds dichter om ons heen, alsof het wil zeggen: ,,Schiet een beetje op, dan is het allemaal weer van mij.''

Overal om ons heen worden de opstallen en het kampmeubilair afgebroken, opgeladen en afgevoerd. Vooral de passerende tenthuisjes maken grote indruk. Grote platte wagens met enorme bergen palen, planken, schotten, balken, kasten en alle denkbare soorten huisraad worden voorbij gesleept. En dat moet volgend voorjaar in een paar dagen tijd weer een monter tenthuisje worden. Ons was de moed bij voorbaat al diep in de sandalen gezonken, maar dit soort kampeerders is uit taai hout gesneden en elk jaar opnieuw creëren ze weer hun eigen 's Zomers Buiten, Zonnehoekje of Duinrust.

Ons disselprobleem verbleekt bij de passerende karavanen schijnbaar sloophout en wordt al snel tot een eenvoudig klusje teruggebracht. Via een terreinmedewerker belanden we bij een plaatselijke smid die de volgende dag een nieuwe dissel zal komen plaatsen.

Na enkele uren zwoegen met krikken en zware moersleutels hebben we het gevaarte vrijgemaakt van de blokken waarop het rustte en hangt de caravan op zijn wielen als een tandartspatiënt achterover, wachtend op de smid.

Zo, alles is rond. De wagen is leeg, reparatie en transport zijn geregeld. Zou het dan toch nog goed komen met de caravan en met Bakkum Noord? Trots en voldaan over de geleverde prestaties fietsen we weg. We werpen nog een laatste blik over onze schouders en we zien het laatste dat we hadden willen zien, een platte band. We slaken een diepe zucht, rijden verder en kijken niet meer om.