Appelboor

Het Amerikaanse zakenblad Fortune heeft een rubriek met de titel Ask Annie. De lezer kan aan een zekere Anne Fisher vragen stellen over carrièreproblemen. In het nummer van 4 december wordt behandeld welk kerstcadeau je moet kiezen voor een collega of zakenrelatie. Antwoord van Annie: een appelboor. Motief: `I love it! I use it everyday!'

Ik ken nu tenminste één huishouden waar de appelboor elke dag wordt gebruikt, maar origineel is het cadeau wel. Op het eerste gezicht zou het onderwerp kerstkaarten en -cadeaus voorwerp van veel lacherigheid moeten zijn. Toch wordt er over weinig onderwerpen zo serieus door het topmanagement van ondernemingen gepraat als dit. De gevoeligheid, respectievelijk de lengte van diverse tenen doen menig bestuurder stomen.

Hoe komt het dan toch dat ik thuis een doos heb vol pennen met logo's, paperclips, zakmesjes, agenda's, baseballpetjes, gedenkmunten, flessenopeners, glaswerk, theekoppen, muismatjes, barbecuehandschoenen, stropdassen, onderzetters en zelfs een afwasborstel? Is het zo moeilijk om smaakvol of leuk te zijn? Of is dat helemaal niet de bedoeling?

Blijkbaar is het geven van cadeaus door ondernemingen moeilijker dan je denkt. In het bijzonder geldt dat voor bedrijfstakken waar cadeaus en gunsten sinds jaar en dag als onmisbaar smeermiddel voor zakelijke overeenkomsten dienen. Kerstpakketten van financiële dienstverleners, de auto-industrie, toerisme en media waren tot enkele jaren geleden vooral overdadig en duur. Blijkbaar werd dat te gek. Daarom zijn veel ondernemingen overgegaan tot het vastleggen van een paar afspraken over het verstrekken en ontvangen van giften.

Doel van die afspraken is dat elke zweem van corruptie of gesjoemel wordt weggenomen. De eerste regel is vaak dat een cadeau een gelegitimeerde zakelijke relatie moet dienen, maar dat geen sprake mag zijn van rechtstreekse beïnvloeding. Het gaat erom dat de attentie goodwill bij de ontvanger oproept, weliswaar op grond van zakelijke overwegingen en niet op basis van vriendjespolitiek alleen.

Uiteraard moet het cadeau ook wettelijk zijn toegestaan. In de Verenigde Staten mag je bijvoorbeeld geen alcoholhoudende dranken weggeven. Verder is het gebruikelijk dat de gulle gever er even bij stilstaat of de begunstigde het cadeau wel mag aannemen, bijvoorbeeld een blikje paté. Dit wordt nauwelijks gedaan omdat het bij collis kerstpakketten te ingewikkeld schijnt variaties per persoon aan te brengen. Een ander element is dat het cadeau in redelijkheid moet overeenstemmen met de zakelijke praktijk. Een zakenlunch van drie gangen doet dat zeker, een gratis verblijf op een koraalrif niet. Ook dient het cadeau onregelmatig te worden verstrekt. Voor kerstcadeaus is dit – naar zijn aard – een moeilijke voorwaarde. Maar voor andere gunsten is het duidelijk dat een hoge frequentie tot compromitterende situaties kan leiden. Sommige ondernemingen eisen dat de te geven cadeautjes enigszins in overeenstemming zijn met ontvangen geschenken: hou het in dezelfde sfeer, vermijd de indruk dat de ontvanger zich op de een of andere manier ongemakkelijk gaat voelen. En in het algemeen moet je je even afvragen of het bekend worden van de inhoud tot schade aan de reputatie van de onderneming kan leiden.

Veel ondernemingen stellen een maximumbedrag vast dat zonder speciale goedkeuring kan worden uitgegeven of ontvangen. Meestal gaat het om bedragen rond de 100 gulden. Op lokaal niveau kan dit misschien dienstig zijn. Maar op internationaal niveau is een bedrag volstrekt irrelevant. Die 100 gulden is beledigend laag in Hongkong en schaamteloos hoog in Centraal Afrika. Dit werkt niet. Standaardverpakkingen werken evenmin. In China wordt het niet op prijs gesteld indien cadeaus in wit en/of groen papier zijn verpakt. Zelfs voor getallen moet je uitkijken. In Japan worden alle cadeaus die in vier- of negentallen worden aangeboden als verdacht en bovendien beledigend beschouwd.

Merkwaardig bij dit alles is dat door middel van beleid wordt getracht neutraliteit en openheid te creëren op een terrein waar persoonlijkheid en discretie als wezenskenmerken zouden moeten gelden. Bij kerstcadeaus geldt dat bij uitstek. Juist daar treedt de onderneming de privésfeer van de ontvanger binnen en dan stoort het eens te meer indien objectiviteit en angst leidt tot verzending van allerlei prullaria. Er zijn ook ondernemingen die uit onmacht gaan overdrijven. Een paar jaar geleden kreeg ik een lederen stropdassenhouder – voor de reizende manager – toegestuurd. Verzilverde doosjes voor visitekaartjes vallen eveneens in die categorie. Beide hebben geen praktisch nut en zijn eigenlijk alleen maar poenig en zielig.

Zijn er dan helemaal geen nuttige en leuke kerstcadeaus meer? Zeker wel. Ik noem: een badhanddoek, een notitieblok van speciaal papier, een restaurantbon voor twee, een concert naar keuze, één mooie fles wijn, een goed boek.

Trouwens: wat is een goed boek? Even kijken naar de top tien `business books' van de Sunday Times. Wat zien wij daar? Vier keer een boekje van de stripheld Dilbert en twee boeken over Richard Branson (Virgin). Echt diep hoef je dus niet te gaan. Voor het schrijven van een persoonlijk woordje moet je wél even gaan zitten.

Er is nog leven na de appelboor.

verwey@wanadoo.be

    • Wynold Verwey