Afscheid van splijtstof

Vanuit de in 1997 stilgelegde kernreactor Dodewaard vertrekt morgenochtend het eerste transport van splijtstof naar de opwerkingsfabriek in het Britse Sellafield. Actievoerders van Greenpeace vinden de bestemming verkeerd.

De kernreactor Dodewaard gaat deze week de laatste fase in voorafgaande aan de `veilige insluiting' die haar de komende veertig jaar van de wereld moet afsluiten. Gisteren mocht de pers afscheid nemen van de kleine, betrouwbare kokendwaterreactor die in de jaren zeventig en tachtig zoveel commotie teweeg bracht. Er waren lezingen en toelichtingen, er konden vragen worden gesteld en toen kwam het begripvolle aanbod nog éénmaal een blik op de afkoelende splijtstof te werpen. De aanwezigen lieten zich de gelegenheid niet ontgaan. Beschermende sloffen en kleding waren niet meer nodig. Buiten verschenen de eerste actievoerders van Greenpeace op de Waaldijk.

Als alles volgens plan verloopt, zal morgenochtend om tien uur per dieplader het eerste deel worden afgevoerd van de splijtstof die nog aanwezig was toen de centrale in maart 1997 werd stilgelegd. Het speciale transportschip de `European Shearwater' dat het afval in Vlissingen-Oost zal opnemen, ligt al bij Zeeland op de rede. Het eerste transport omvat tien splijtstofelementen van elk 36 staven. In totaal zullen, tot begin 2003, nog 19 identieke transporten volgen. Steeds over de weg naar Vlissingen en dan per schip naar de opwerkingsfabriek Thorp van British Nuclear Fuels Ltd (BNFL) in Sellafield, waar plutonium en nog bruikbaar uranium zullen worden teruggewonnen.

Het finale transport start twee jaar later dan de bedoeling was. In mei 1998 ontstond opschudding rond een vergelijkbaar transport, per trein, van een Duitse kerncentrale naar de Franse opwerkingsfabriek Cogéma bij Cherbourg in Normandië. De zware stalen containers (zogenoemde `flasks') waarin de vaten met bestraalde splijtstof werden vervoerd, waren van het stekelvarkentype: voorzien van een grote hoeveelheid koelvinnen die adequate reiniging en ontsmetting bemoeilijkte. Op een enkele container was wat radioactief materiaal uit het koelwater van de reactor achtergebleven, een vervuiling die ten onrechte als `lekkage' is omschreven. Toen later bleek dat ook Nederlandse transporten in het verleden wel eens (minimaal) de norm hadden gepasseerd, verbood VROM-minister De Boer in juni '98 alle verdere transporten. Ook een aantal Belgische burgemeesters, door Greenpeace op de kwestie geattendeerd, weigerde voortaan Dodewaard-splijtstof te laten passeren voor de afvoer naar de haven van Duinkerken.

Eind december '98 maakte de nieuwe VROM-minister Pronk bekend dat de kerncentrales opnieuw transportvergunningen konden aanvragen, die zouden dan binnen zes weken worden afgegeven. Het jaarverslag 1999 van Dodewaard beschrijft het met grote bitterheid. Want in werkelijkheid werd pas na een moeizame procedure eind juli '99 een vergunning afgegeven. Mèt de expliciete mogelijkheid om daartegen binnen zes weken bij VROM een bezwaar in te dienen. Die kans liet Greenpeace zich niet ontgaan. Inclusief een verzoek tot schorsing bij de Raad van State wist zij transporten tot eind vorige week met legale middelen tegen te houden. Om het zekere voor het onzekere te nemen hebben Dodewaard en BNFL nu aan de Amsterdamse rechtbank gevraagd Greenpeace en de anti-kernenergiegroep Wise op straffe van een dwangsom te verbieden ook nog eens een fysieke blokkade op te werpen. De uitspraak van de rechtbank komt pas morgenmiddag.

Inmiddels staat vast dat wat betreft de veiligheid van het komende transport niets aan het toeval is overgelaten. Voor het oog van de pers werd de zware NTL 15 flask, die inmiddels al met splijtstof was gevuld, nog onderworpen aan talrijke veegproeven. Die kunnen het bewijs leveren dat de flask geheel schoon vertrok. Vertegenwoordigers van BNFL somden nog eens alle veiligheidseisen op waaraan de flasks moeten voldoen, zoals val- en vuurproeven en langdurige onderdompeling. Wat transport betreft heeft BNFL een goed staat van dienst. Dodewaards directeur Jan Hoekstra heeft zich bovendien verzekerd van ruime politiesteun.

De bezwaren van Greenpeace richten zich ook niet in de eerste plaats tegen het transport maar tegen de eindbestemming van het afval: de opwerkinsgfabriek van BNFL in Sellafield. `Sellafield', voorheen Windscale genoemd, heeft in de halve eeuw van haar bestaan een ongunsige reputatie opgebouwd wat betreft lozingen op bodem, zee en lucht. Er hebben zich in het verleden, toen het complex ook een militaire taak had, ernstige ongelukken voorgedaan. De laatste tien jaar is er veel verbeterd, maar het wantrouwen is gebleven. Er is, zegt Diederik Samsom van Greenpeace, ook geen enkele noodzaak meer om plutonium en uranium uit afval terug te winnen, want er is geen behoefte meer aan. Het zou het beste zijn de speciale opslagmogelijkheid voor hoog actief afval bij de Covra in Vlissingen aan te passen vor de opslag van intacte splijtstofstaven. ,,Daar hebben we geen tijd meer voor'', zegt Dodewaards Hoekstra. ,,En bovendien, dan gaat Greenpeace daar de vergunningverlening weer tegen houden.''