Zalm achter DNB-vonnis

Als de toezichthouder op het bankwezen, De Nederlandsche Bank (DNB), een beroep wil doen op haar verschoningsrecht, moet de rechter beoordelen of dat terecht is. Dat heeft minister Zalm (Financiën) vandaag geantwoord op Kamervragen van de SP.

De bewindsman onderschrijft hiermee een recent rechterlijk vonnis in een procedure in het beursfraudeonderzoek (Operatie Clickfonds). Daarin hadden raadslieden om toezichtsinformatie gevraagd, omdat dat belangrijk zou zijn voor de waarheidsvinding. DNB wilde, vóórdat ze deze stukken afgaf, zelf beoordelen welke documenten de advocaten onder ogen zouden krijgen. Maar de rechter bepaalde dat DNB niet automatisch een verschoningsrecht heeft zoals advocaten of artsen. Niet DNB, maar de rechter maakt de uiteindelijke afweging tussen het belang van waarheidsvinding en vertrouwelijkheid, aldus de vice-president van de Amsterdamse rechtbank.

Zalm stelt dat de rechter ,,om tot een gedegen beoordeling te kunnen komen'' moet beschikken over de argumenten van de toezichthouder waarom bepaalde informatie niet zou worden verstrekt. Maar hij erkent ook ,,dat de rechter over de relevante stukken dient te beschikken, zodat hij kan beoordelen of een beroep op het verschoningsrecht kan worden gedaan.''

De minister wil verder bekijken of de wet duidelijker moet worden gemaakt.