Vredesakkoord Eritrea, Ethiopië

Eritrea en Ethiopië tekenen vandaag in de Algerijnse hoofdstad Algiers een vredesverdrag, waarmee een einde komt aan de in 1998 begonnen oorlog. Maar leiders in beide landen spraken aan de vooravond van de ondertekening opnieuw vol haat en wantrouwen over elkaar.

De partijen hebben afgesproken elkaars krijgsgevangenen vrij te laten. Verder worden worden drie commissies opgericht, één om `het misverstand' dat tot de oorlog leidde uit te zoeken, één om de omstreden grenzen vast te stellen en één om financiële compensatie voor de oorlogsschade te regelen. De commissie die het grensconflict moet beslechten, dient binnen drie jaar zijn werk te hebben voltooid en heeft als thuisbasis Den Haag.

De twee bittere rivalen kwamen onder internationale druk tot het compromis. De oorlog was in beide landen populair.

De koppige kemphanen bekogelen elkaar nog steeds met modder. De Ethiopische leider Meles Zenawi zei vorige week dat er geen sprake kan zijn van normalisering van de verhoudingen met de huidige Eritrese regering. Meles had tegen het einde van de oorlog de Eritreeërs opgeroepen hun president Isayas Aferworki af te zetten. De Eritrese minister van Buitenlandse Zaken, Ali Sayyid Abdallah, waarschuwde gisteren op de televisie de bevolking op haar qui-vive te zijn. De Ethiopische regering valt volgens hem niet te vertrouwen want ze is in het verleden `haar verplichtingen aangaande verdragen niet nagekomen'.

De aanleiding tot de oorlog was een grensconflict. De voormalige Italiaanse kolonie Eritrea werd in 1962 bij Ethiopië ingelijfd en kreeg in 1993 zijn onafhankelijkheid. De presidenten van Eritrea en Ethiopië waren in 1993 trouwe kameraden en zij achtten een precieze demarcatie van hun grenzen niet nodig. De grenzen in het onherbergzame gebied dateren uit 1900, 1902 en 1908 toen tegenstrijdige koloniale verdragen werden gesloten. De commissie zal nu al deze verdragen uit de voddendoos moeten halen en gaan besturen waar de grenzen komen te liggen.

De oorzaak van de oorlog is het gevecht om wie de supermacht is in de Hoorn van Afrika. Eritrea en Ethiopië maken beide aanspraak op die status. Door het diepe onderlinge wantrouwen zal het vredesverdrag daarom geen einde maken aan de rivaliteit. Een vredesmacht van de Verenigde Naties van 4500 man moet toezicht houden op het bestand. Nederland, dat 700 manschappen leverde, leidt de militaire component van de vredesmissie.