Vonnis tribunaal geeft `troostmeisjes' erkenning

Vanochtend heeft een `volkstribunaal' uitspraak gedaan over het Japanse systeem van seksslaven ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De keizer is verantwoordelijk.

Met een staande ovatie onthaalde het publiek vanochtend de schuldigverklaring door een `volkstribunaal' van wijlen keizer Hirohito wegens misdrijven tegen de menselijkheid. Het tribunaal acht de in 1989 overleden keizer verantwoordelijk voor de gedwongen prostitutie van 200.000 vrouwen in Oost-Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog ten behoeve van het Japanse leger.

Het tribunaal heeft geen enkele juridische basis, maar is opgezet door non-gouvernementele organisaties uit frustratie over de houding van de Japanse regering tegenover de voormalige `troostmeisjes'. Wel werkte een groot aantal vooraanstaande juristen mee om het tribunaal zo'n groot mogelijke morele kracht te geven. Voorzitter is de Amerikaanse Gabrielle Kirk McDonald, voormalig president van het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag. Kirk McDonald zelf doopte het tribunaal tot ,,volkstribunaal''.

,,Waarom heeft het zo lang, meer dan vijftig jaar, geduurd tot dit oordeel?'', vroeg een aanklager uit Zuid-Korea zich na afloop af. Om er direct aan toe te voegen: ,,Dat is de belangrijkste vraag die voor de Japanners over blijft en die zij zélf moeten beantwoorden.'' Korea was tijdens de oorlog de belangrijkste `leverancier' van vrouwen voor het Japanse leger.

De Japanse regering was uitgenodigd haar positie te verdedigen maar zij gaf er de voorkeur aan het tribunaal te negeren. Dit kan niet worden gezegd van een aantal buurlanden. Gevraagd of zijn regering hun aanwezigheid bij het tribunaal steunde, zei een lid van de Chinese delegatie: ,,Zonder regeringstoestemming zouden wij hier niet zijn. Daaruit kunt u uw eigen conclusies trekken.'' Hetzelfde kan worden geconcludeerd over de delegatie uit Noord-Korea, momenteel het meest totalitaire land in Oost-Azië en een land waarmee Japan moeizame onderhandelingen voert over het aangaan van relaties.

De aandacht van de Japanse media is matig. Een krant ter linkerzijde besteedde er tamelijk veel aandacht aan, maar de grootste krant van het land, de Yomiuri, en de conservatieve Sankei hebben tot dusver nog geen woord besteed aan het tribunaal, dat dit weekeinde een veelheid aan zeer emotionele momenten kende. Een Chinees slachtoffer stond tijdens haar getuigenis wild gesticulerend op, verstijfde en viel vervolgens om. Een ambulance moest haar afvoeren naar het ziekenhuis. Na afloop van alle getuigenissen op zondagmiddag beklom een Koreaans slachtoffer het podium, ging op haar knieën en boog met voorhoofd tot op de vloer. Ze liet zich niet wegvoeren totdat ze alle `functionarissen' van het tribunaal op deze wijze had bedankt. Dit alles op een steenworp afstand van het keizerlijk paleis.

De organisatoren hadden later vandaag een ontmoeting met vrouwelijke Japanse parlementariërs om hun zaak te bepleiten. Ook willen ze de conclusies van het tribunaal aanbieden aan de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties in Genève. Een gedetailleerde juridische onderbouwing van de uitspraak komt pas in maart, en men overweegt dit te presenteren in Den Haag wegens de belangrijke rol van deze stad in het internationale recht.

De rechters concluderen vandaag in hun uitspraak dat het Japanse standpunt, dat het oorlogshoofdstuk met vredesverdragen en herstelbetalingen is afgesloten, niet van toepassing is. De rechters achten uit getuigenissen van diverse Japanse experts en twee ex-militairen onomstotelijk bewezen dat de hoogste Japanse leiders verantwoordelijkheid droegen voor het opzetten van het systeem van seksuele slavernij. Dit systeem betreft een misdrijf tegen de menselijkheid en ,,staten kunnen niet bij verdrag overeenkomen om een andere staat te ontslaan van de verantwoordelijkheid voor misdrijven tegen de menselijkheid''. De reden dat deze kwestie van troostmeisjes nu pas aan de orde komt ,,is het resultaat van falen van staten''. Een falen van de geallieerden die de kwestie na de oorlog grotendeels lieten passeren en een falen van Japan.

Een schadevergoeding voor het aangedane leed ,,moet van de regering komen'', menen de rechters. Het particuliere fonds dat de Japanse regering in 1995 oprichtte (nadat de eerste troostmeisjes de publiciteit zochten) om betalingen te doen aan voormalige troostmeisjes is daarom niet afdoende, eerder een ontwijken van de verantwoordelijkheid.