Subsidie afkoop bloedwraak gevraagd

Een Koerdische familie uit het Gelderse Zevenaar heeft in mei dit jaar de burgemeester van Zevenaar gevraagd om een bijdrage in de kosten van een ton om een slepende bloedwraak af te kopen. Burgemeester R. Oudenhoven heeft het verzoek geweigerd. In de vete met een andere Koerdische familie zijn vanaf 1994 al vijf doden gevallen.

De burgemeester heeft de familie meteen al laten weten dat Zevenaar geen gemeenschapsgeld wil inzetten om een einde aan het conflict te maken. Bovendien zou het maar de vraag zijn of een door de gemeente betaalde diyet (bloedgeld) effect zou hebben, aldus zijn woordvoerder, aangezien het idee erachter is dat een familie moet lijden, een groot offer brengt.

De families leven al zes jaar op voet van oorlog met elkaar. In 1994 doodden in Zevenaar de nabestaanden van een slachtoffer van moord de dader nadat deze zijn gevangenisstraf had uitgezeten. In februari dit jaar werd in Turkije de gewroken familie op haar beurt het slachtoffer van bloedwraak. In april dit jaar culmineerde de vete toen twee Koerden werden doodgeschoten tijdens een grote schietpartij in de wijk Stegeslag in Zevenaar. De ene familie bood de andere familie vervolgens honderdduizend gulden aan om de bloedwraak af te kopen. Morgen doet de rechtbank in Arnhem uitspraak in deze zaak. Tegen drie broers van de ene familie zijn vier, veertien en zestien jaar geëist. Tegen hun moeder is veertien jaar celstraf geëist.

Het is niet gebruikelijk om voor bloedgeld steun van de overheid te vragen, stelt de Leidse antropologe en turkologe Clementine van Eck in een reactie. In Turkije wordt bloedwraak zeer zwaar bestraft, meestal met de doodstraf die wordt omgezet in een levenslange celstraf. Van Eck verbaast zich over het bedrag voor de diyet. ,,Dit is wel erg veel geld.'' Ook zij betwijfelt of betaling door derden als bloedgeld geaccepteerd zou worden. Volgens Van Eck komt bloedwraak voor in gebieden waar de overheidsbemoeienis van oudsher klein is, zoals langs de Zwarte Zee en in Zuid-Oost-Turkije.