Restauratie van Sint Jan vergt 45 miljoen extra

De restauratie van de Sint Jan in Den Bosch valt aanzienlijk duurder uit dan verwacht. Volgens recente berekeningen kost de opknapbeurt van de kathedrale basiliek 70 miljoen gulden. Eerder werd nog uitgegaan van 25 miljoen gulden.

Uit onderzoek van de Stuurgroep Restauratie Sint Jan is gebleken dat nu, dertien jaar na de vorige restauratie, grote hoeveelheden gebeeldhouwde onderdelen van de kerk alweer aan een opknapbeurt toe zijn. Het beeldhouwwerk is tijdens de eerste restauratie tussen 1859 en 1946 deels vervangen door ongeschikt tufsteen dat nu verpulvert. Bovendien blijken de tijdens die restauratie aangebrachte ijzeren verbindingen te roesten. Daardoor zijn zandsteenornamenten gebarsten.

Om de kosten te kunnen dekken, heeft het kerkbestuur een bijdrage van 49 miljoen gulden gevraagd aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Dat geld moet uit de pot `Kanjerrestauraties' komen. De gemeente Den Bosch en de provincie Noord-Brabant zouden samen zeven miljoen gulden moeten bijdragen. De eigenaar, de Binnenstadsparochie, zal de resterende veertien miljoen gulden betalen.

De nieuwe restauratie gaat tien jaar duren. Om het werk binnen de afgesproken termijn te kunnen voltooien, moeten de restauratiebedrijven nieuwe beeld- en steenhouwers opleiden. Nu zijn er nog te weinig vaklieden om de klus te klaren.

Volgens directeur A. Asselbergs van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg behoort de Sint Jan tot de ,,absolute topgroep van monumentale kerken in Nederland''. Asselbergs zei dat gisteren tijdens de presentatie van de restauratieplannen. Hij is optimistisch dat de Sint Jan de gevraagde 49 miljoen gulden uit het `Kanjerfonds' krijgt. In januari neemt staatssecretaris Van der Ploeg een besluit.