Oude muziek in moderne omlijsting

Het eigenzinnig samengesteld en alleen al daardoor zo unieke Maarten Altena Ensemble viert in deze decembermaand zijn 20-jarig jubileum met concerten in Amsterdam en Alkmaar. In de bloeitijd van de Engelse renaissancemuziek zou men het ensemble, samengesteld uit stem, blokfluit, elektrische gitaar, trombone, saxofoon, klarinet, viool, bas, piano en slagwerk, getypeerd hebben als een broken consort, een heterogeen kamerensemble, dit in tegenstelling tot het wolliger whole consort in één instrumententype.

Oprichter en artistiek leider Maarten Altena hééft iets met Engelse oude muziek en ook in de programmering streeft hij naar heterogeniteit. Zijn ideaal omschreef hij eens badinerend in een ontmoeting tussen de stoffige pruik van Purcell en het gepommadeerde haar van Ellington.

In dit jubileumprogramma werd de nog een eeuw oudere wereld van William Byrd (1543-1623) en John Dowland (1562-1626) eigentijds ingelijst. Byrd beviel mij meer dan Dowland, waar het reciteren dwars door een melodie heen iets hoorspelachtigs heeft, hoe fraai er ook op zichzelf gemusiceerd werd deze avond. Nu moest indertijd zelfs een contrasterend broken consort harmonieuze verfijning uitstralen: `gar still sanft und lieblich accordiren', zoals tijdgenoot Preatorius dat omschreef. Maar in het Maarten Altena Ensemble behoudt elk van de leden, ditmaal aangevuld met de kittige sopraan Cora Burggraaf, zijn strikte individualiteit en blijft de achtergrond van een improviserend jazzensemble hoorbaar in de striemende akkoorden binnen een swingend kader.

Nog een karakteristiek betreft de rol van de zowel gezongen als gesproken stem. Altena houdt van poëzie en ontwerpt diverse projecten met Remco Campert. Vandaar dat dit jubileumprogramma moeiteloos was in te passen in de serie Voices and Words.

Een nieuw en typerend werk van Altena betrof zijn Eluard/Beckett voor sopraan, alt en het voltallige Maarten Altena Ensemble, waarin de gedichten van Paul Eluard met de vertalingen van Samuel Beckett om en om verklankt worden. Het strakke Engels suggereert ondanks de vrij precieze vertaling een nieuw gedicht. Ten slotte komen het Frans en het Engels tezamen in een fragment uit Becketts 1. Poémes (1937-1939), dat tweetalig is van opzet, in een spiegelvorm reciteren en zingen sopraan en alt, wat een Berio-achtige lyriek oplevert, uiterst verfijnd in combinatie met de getokkelde pianoklank, want hoe uitgedunder het ensemble, het mooier. Soms werd je herinnerd aan Louis Andriessens Melodie uit 1974, waarin een moeder stevig in de toetsen tastend haar altblokfluit spelend zoontje eenstemmig ondersteunt. Zo kreeg in Slow Motion (1994) de neuriënde alt een versterking mee in een unisono met viool, blokfluit en piano, benauwend broeierig ingebed door de lage instrumenten, waardoor het neuriën opeens als een bezwering van de angst aandeed: voorzichtig wandelen, landmijnen!

Maar nee: Altena suggereert veel, maar ontwikkelt weinig. Dat is zowel zijn zwakte (geen ontknoping) als zijn kracht (ijzeren consequentie).

Concert: Jubileumprogramma Maarten Altena Ensemble.

Gehoord: 11/12 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 14/12 Provadja Alkmaar, opname VPRO voor latere uitzending

op Radio 4.