Ondernemingen

In zijn essay over de plichten van een bedrijf (NRC Handelsblad, 2 december) merkt Jurriaan Kamp terecht op dat ondernemingen, met name grote ondernemingen teveel macht hebben. In zijn verhaal lijkt het probleem van de aansprakelijkheid in geval van grote schade veroorzaakt door een onderneming, en de oplossing van dat probleem nog niet volledig uitgekristalliseerd. Is een organisatie het ene moment een groep mensen, op een ander moment in zijn betoog moet het hele bedrijf ontmanteld worden zodra het grote schade heeft aangericht. Want ,,[...]die zelfstandige onderneming heeft geen ziel en voelt geen pijn.'' Terloops worden daarbij de werknemers van het bedrijf door de auteur vergeten.

Want dat is in wezen een organisatie. Een groep werknemers die zich hebben georganiseerd opdat ze op die manier een beter product kunnen maken. Daarnaast is voor de werknemers een bestaanszekerheid in de vorm van een vast inkomen gegarandeerd.

Juist omdat mensen ertoe doen, is de gemeenschap niet gebaat bij de ontmanteling van een heel bedrijf, waarbij afhankelijk van de grootte, honderden tot tientallen duizenden mensen op straat zouden komen te staan. Het zijn vaak beleidsmakers binnen een onderneming die verantwoordelijk zijn voor misstanden van een organisatie. Bestuurders verdienen navenant niet voor niets zoveel meer dan de werknemer op de werkvloer. Dat is hun beloning voor het dragen van hun grote verantwoordelijkheid. Begaan zij een misstap, dan lijdt ook het bedrijf, dus de werknemers en de aandeelhouders, daar onder. Oneervol ontslag, dus zonder gouden handdruk, is dan op zijn plaats.

Het is aan de drie machten, de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht van een samenleving, te zorgen dat diezelfde bestuurders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de samenleving en het milieu, ongeacht de macht van het bedrijf. Zoals die aansprakelijkheid geldt voor iedere burger.