Nederland vaardigt Post af naar Biennale

Kunstenaar Liza May Post zal Nederland in 2001 vertegenwoordigen op de Biennale van Venetië. Naast Posts solo-presentatie in het Rietveld-paviljoen op het Biennale-terrein zal Nederland ook aanwezig zijn met een groepstentoonstelling in het Ca' Zenobio.

Dit heeft de Mondriaanstichting, verantwoordelijk voor de Nederlandse bijdrage, bekend gemaakt. De deelnemers aan de groepstentoonstelling zijn kunstenaars die, volgens Biennale-conservator Jaap Guldemond, `al langere tijd internationaal in de belangstelling staan'. De definitieve lijst namen is nog niet bekend. Voorlopig zijn Aernout Mik, Marijke van Warmerdam, Michael Raedecker, Suchan Kinoshita, Job Koelewijn en Mark Manders benaderd.

Liza May Post (1965) werd bekend met theatrale foto- en videowerken waarin, volgens de Mondriaanstichting, `altijd een element van ontheemding en kwetsbaarheid aanwezig is'. Volgens de stichting is Post gekozen `vanwege de kwaliteit en consistentie van haar werk'.

De keuze voor Post en de groepstentoonstelling is een opmerkelijke koerswijziging ten opzichte van twee jaar geleden, toen Nederland werd vertegenwoordigd door de schilder Daan van Golden. Op die keuze kwam achteraf kritiek omdat Van Goldens sobere, abstracte doeken `verdronken' in de drukte van de Biennale. Voor conservator Jaap Guldemond was dat mede een reden om het nu anders aan te pakken. ,,De Biennale is een spektakel, waar je de aandacht van de toeschouwer snel moet trekken'', aldus Guldemond. ,,Er heerst een echte zap-cultuur. Dat betekent dat wanneer je met een onbekende kunstenaar komt, of een onoverzichtelijke tentoonstelling, het publiek meteen verder loopt. Daar kun je tegenin gaan, zoals Karel Schampers vorige keer deed met Van Golden, ik maak er liever gebruik van. Van Liza May Post verwacht ik dat ze in staat is het paviljoen met films en video's om te toveren tot een totaalervaring, die de toeschouwer naar binnen zal lokken.''

Op de vraag of hij zich daarmee niet teveel aan die `zap-cultuur' aanpast, antwoordt Guldemond ontkennend. ,,Nee, daar ben ik niet bang voor. Als de toeschouwer eenmaal binnen is ziet hij verstilde, trage filmpjes, die eerder het tegendeel zijn van die cultuur.''

Guldemond zegt zich geen zorgen te maken over het feit dat Posts laatste twee werken, de films Under en Trying in de pers opvallend kritisch werden ontvangen. Daarbij werd haar vooral vrijblijvendheid verweten. ,,Post maakt relatief weinig'', aldus Guldemond ,,haar hele oeuvre bestaat uit misschien 30 werken. Dan valt het extra op als er twee wat minder zijn. Als geheel vind ik dat haar werk juist een grote consistentie in kwaliteit en thematiek vertoont; ik verwacht dat ze heel goed het paviljoen naar haar hand kan zetten.''

Volgens Melle Daamen, directeur van de Mondriaanstichting, heeft het bestuur van de stichting ,,langer dan normaal'' vergaderd over de plannen voor deze Biennale. ,,Het bestuur vroeg zich vooral af of zo'n grotere presentatie wel effectief is, zeker omdat de groepstentoonstelling op enige afstand van het Biennale-terrein plaatsvindt. Uiteindelijk hebben we ermee ingestemd omdat de Biennale, samen met de Documenta, nog steeds hét platform is om kunstenaars aan de internationale vakwereld te presenteren. Dan is het wel verstandig om kunstenaars te tonen die al vaker in het buitenland hebben geëxposeerd, zodat buitenlandse bezoekers een aanknopingspunt hebben. We hebben niet de illusie dat alle deelnemers ineens internationaal doorbreken, maar we hopen dat de `grote' namen de aandacht op de anderen weten te vestigen.''