Makro neemt crisis in de Filippijnen voor lief

De economie van de Filippijnen zit in een diep dal, maar met de Makro gaat het er erg goed.

Ze zijn weer in de aanbieding dit jaar bij de Makro in de Filippijnen. Voor 109 pesos (ruim vijf gulden) vliegen de queso's de bola, de bolle kazen, ook deze kerst de winkels uit. Op kerstavond en vooral op oudejaarsdag moet er iets bolvormigs op tafel staan, dat brengt geluk. Edammer kaas dus – het stamt uit de tijd dat het land een Spaanse kolonie was. De meeste van de miljoenen Edammer kazen die de Filippijnen gaan eten komen uit de Filippijnen zelf. De zeven vestigingen van de Makro in dat land verkopen alleen Nederlandse kazen. ,,Import, buitenlandse merken, dat soort producten doet het altijd fantastisch hier'', zegt operationeel manager Pieter Boone van Pilipinas Makro.

Met deze detailhandelsdochter van het Nederlandse SHV-concern zelf gaat het ook goed in de Filippijnen, het land dat verlamd is door een afzettingsproces tegen de president. Het land waar de beurs in elkaar is geklapt, de buitenlandse investeringen dit jaar 83 procent lager zijn dan vorig jaar en waar de peso steeds minder waard is. En het land met een rampzalige infrastructuur, een gemiddeld inkomen van hooguit 2.000 gulden per jaar en een dalend onderwijsniveau.

In dat land maakt de Nederlandse Makro vanaf de eerste dag in maart 1996 een volgens Boone ,,zeer goede winst''. En het opent vestiging na vestiging. Dit jaar drie, volgend jaar drie om uiteindelijk uit te komen bij vijftien winkels die vooral in en om Manila en op het eiland Luzon worden neergezet. ,,Overal in Azië, Thailand, Taiwan, Indonesië, Maleisië en China zijn we de eerste'', legt Boone uit. ,,Ook hier willen we er staan en marktleider zijn voordat onze concurrenten komen.''

Opmerkelijk is Makro's investeringslust zeker, gezien de deplorabele staat van de Filippijnse economie. Buitenlandse investeerders piekeren er volgens Boone niet over hun dure dollar in de Filippijnen te steken. Ze achten het risico veel te groot en wijken liever uit naar bijvoorbeeld China.

Makro roeit dan ook tegen de stroom in, maar met succes. In de Filippijnen, maar ook in Indonesië waar tijdens de rellen rondom de afzetting van oud-president Soeharto een Makro-winkel in vlammen opging en een andere werd geplunderd. ,,Die hebben we weer opgebouwd en dit jaar hebben we nog een nieuwe winkel geopend.'' Het lijkt wel een trend: ,,In Venezuela openden we begin jaren negentig een winkel op de dag dat daar een revolutie begon.''

Kennelijk zit Makro in een markt waar altijd geld te verdienen valt, hoe slecht de situatie ook is. Een groot deel van het assortiment van de Makro-winkels vervult dan ook een primaire levensbehoefte: voedsel. ,,Daar draaien we de meeste omzet in'', zegt Boone. Dagelijks worden bijvoorbeeld zestig varkens afgeleverd bij de achterkant van `winkel nummer vier' aan de snelweg naar Manila. Een winkel die veel weg heeft van een vliegveldhangar, maar dan een met zeven meter hoge stalen rekken.

De varkens worden in de winkel aan stukken gesneden. Varkensstaartjes bungelen over de planken van een rijdend roestvrijstalen rek. ,,Hier komt ook dagelijks vijf ton kip binnen'', vertelt Boone als hij wijst naar het deel van de hangar waar hij het meest trots op is: de versafdeling. ,,Het lukt ons om dit vers-assortiment aan te bieden terwijl in dit land distributie zo ontzettend moeilijk is.''

Wat helpt is het bestedingsgedrag van de Filippijnse consument. Die spaart niet, maar geeft het grootste deel van zijn geld uit op de dag dat hij salaris krijgt. Om de Filippino tegen zichzelf te beschermen krijgt hij zijn loon per twee weken uitbetaald. ,,Dit is een van de weinige landen waar dat gebeurt. Op payday zie je ook lange rijen voor loketten waar mensen kunnen gokken.'' Op dezelfde dagen lopen ook de zaken in de Filippijnse Makro-winkels voortreffelijk.

Net als in Nederland kun je op de Filippijnen alleen iets bij de Makro kopen met een pasje dat uitsluitend aan ondernemers wordt uitgereikt. Ondernemers die ook over de bakken hangen waar de Armani-spijkerbroeken voor zeventien gulden te krijgen zijn. In het Verre Oosten geldt hetzelfde adagium als in Nederland: lage kosten, hoge volumes. ,,We moeten werken met enorm kleine marges. Onze inkomsten uit duurzame goederen blijven daarbij eerlijk gezegd achter.'' In `winkel nummer vier' is geen franje te bespeuren. Of het zouden de jaren-zeventigkleuren moeten zijn: magenta, oranje en groen. ,,Deze winkel is mijn blauwdruk'', zegt Boone. ,,Alle winkels die na deze gebouwd worden zijn hetzelfde, met kleine verbeteringen.''

Dat worden er nog acht, want Boone en Makro geloven ondanks alles heilig in de potentie van de Filippijnen, dat volgens economen in het land meer een imagoprobleem heeft dan structurele economische moeilijkheden. De kracht van het land zit in de mensen. Die mogen arm zijn, ze spreken bijna allemaal Engels en hebben een goede ondernemersgeest en arbeidsmoraal, zeker als ze voor buitenlandse bedrijven werken. ,,Bedrijven die hier zitten weten dat. Shell investeert miljarden dollars in een gigantisch gasproject. Ook Philips breidt hier uit, net als wij. Meer winkels betekent ook meer volume en dus betere afspraken met leveranciers. ,,Af en toe worden we geconfronteerd met corrupte leveranciers. Die zetten we er meteen uit.''

Ruim 85 procent van de producten wordt in de Filippijnen geproduceerd. Ze zijn volgens Boone naar Aziatische begrippen van goede kwaliteit. Daaronder vallen ook buitenlandse merken die alleen om die reden een kwaliteitsuitstraling hebben. ,,Heineken zou een dominante rol kunnen spelen in dit land'', tipt Boone terwijl hij het etiket van een queso de bola inspecteert. ,,Kijk hier staat het'', zegt hij dan, ,,from Holland.''