Kater voor Fransen

,,Passend'' noemde de Franse president Jacques Chirac het verdrag van Nice op zijn persconferentie in de vroege uren van maandagochtend, om zichzelf direct te corrigeren: het was zelfs een ,,goed'' akkoord. Als dat inderdaad de juiste kwalificatie is van het resultaat van de marathon-koorddansen, dan mag dat een wonder heten, gezien de fabelachtige machtsstrijd in Nice. Maar Chirac heeft goede redenen om enthousiasme te veinzen over het ook in de Franse pers als ,,mager'' en ,,minimaal'' omschreven verdrag: Frankrijks prestige is immers op twee fronten, in het binnen- en het buitenland, in het geding. De Fransen moet verteld worden, dat het Franse belang goed verdedigd is, het buitenland moet denken, dat het Franse voorzitterschap van de EU een succes is geweest.

Wat het laatste betreft: misschien is dat wel zo, alle (traditionele) geluiden over Franse arrogantie ten spijt. Misschien hebben Chirac en premier Lionel Jospin er inderdaad het hoogst haalbare uit gesleept. Misschien was hun eerste alom afgebrande zittingsdocument een briljante tactische zet, zodat alle deelnemers stoom konden afblazen en de redelijkheid daarna een kans kreeg. Anderzijds zijn er de geruchten, dat niet Frankrijk maar Duitsland op menig moment de rol van voorzitter leek te spelen en erin slaagde de gemoederen te sussen. Dat bondskanselier Schröder na afloop verzuchtte geen ruzie met Frankrijk te hebben willen maken, bevestigt die lezing.

Op nationaal-politiek niveau geldt de handhaving van het gelijke Franse en Duitse stemgewicht als winst. De prijs die ervoor betaald moest worden meer Duitse zetels in het Euro-parlement en invoering van het demografische criterium bij stemmingen loopt minder in het oog. De grote landen als geheel krijgen bovendien meer gewicht, ook een ingelost oogmerk van Nice. De beroemde exception française, ten aanzien van het vetorecht ter bescherming van de filmindustrie, is ook intact gebleven géén oogmerk van Nice overigens. Het maximum aantal commissarissen (20 was Frankrijks inzet) is uitgekomen op 27.

Al met al is veel onveranderd gebleven en is er toch een akkoord. Voor de Fransen is dat een succes. Maar de kater die het moeizame resultaat en de ruzies die eraan voorafgingen, achterlaat, schaadt behalve de Europese gedachte ook het Franse voorzitterschap.