IJskast

Twee weken geleden schreef ik hier dat minister Borst in schijnheilige verontwaardiging was uitgebarsten bij de suggestie dat de akelige toestand in Nederlandse verpleeghuizen tot verzoeken om euthanasie zou kunnen leiden, maar dat was niet juist.

Ik ging af op een artikel in de Volkskrant waarin die verontwaardiging was opgemerkt, maar in een brief aan die krant corrigeerde de minister dat. Ze had iets anders gezegd in de Kamer. Niet dat het ondenkbaar was dat zulke verzoeken zouden komen, integendeel, het leek haar plausibel dat het wel zou gebeuren. Waar ze zich tegen had verzet, al of niet verontwaardigd, was de gedachte dat verzoeken om de dood op deze grond ook door artsen zouden worden ingewilligd.

Dat is inderdaad iets heel anders en met een zucht van opluchting neem ik mijn aantijging van schijnheiligheid graag terug. Toch blijft de vraag hangen of het wel waar is wat de minister in de Kamer zei. Dat weet ik zo net nog niet, en zij zelf waarschijnlijk ook niet.

Is het echt ondenkbaar dat een arts zou ingaan op de doodswens van iemand die het leven in een verpleeghuis als een ondraaglijk lijden beschouwt? De arts is jong en recht van lijf en leden. Hij verafschuwt afhankelijkheid. Het is heel goed mogelijk dat hij het leven in een verpleeghuis zelf ook als een ondraaglijk lijden beschouwt.

Uit de kranten kent hij gevallen van mensen die er objectief gezien veel beter aan toe waren en die hun doodswens toch verhoord zagen, zonder dat een rechtbank dat later afkeurde. ,,Waarom nu dan niet, wat is het verschil?'' vraagt hij zich af. Het antwoord dat het lijden van mensen die niet genoeg geld hebben om zichzelf uit een verpleeghuis te houden minder ernstig genomen moet worden, is onaanvaardbaar. Dan heeft hij geen antwoord en minister Borst ook niet.

Maar ze kon natuurlijk niet anders in de Kamer dan zeggen wat ze zei. Het zou als een ware uitnodiging tot doden zijn beschouwd als ze iets anders had gezegd. Wat een minister in zo'n geval zegt is niet zo maar een mening, het is ook een instructie.

Waar zouden we zijn als een lijden dat door overheidsbeleid veroorzaakt wordt, erkend zou worden als zo ondraaglijk dat de door diezelfde overheid gelegitimeerde dood er een einde aan moet maken? De gedachte is onuitspreekbaar, in ieder geval voor een minister.

Ik heb er wat lang over gedaan om mijn fout recht te zetten en ik wilde het eigenlijk helemaal niet over iets ernstigs hebben. Dagelijks zit ik voor mijn computerscherm naar de schaakpartijen van het wereldkampioenschap in New Delhi te turen en er is niets dat de geest zo totaal in beslag kan nemen als ingewikkelde trivialiteiten. Voor ernstige zaken is geen plaats meer.

Laten we het dan over iets anders triviaals hebben, de nieuwe economie, daar kan je tenminste om lachen.

Ik werd opgebeld door een vriend die net een nieuw en duur huis had betrokken, van alle moderne gemakken voorzien. Hij was in paniek, want hij kon zijn deur niet meer open maken. Zijn deur werd bediend door de telefoon en daar kon hij niet mee omgaan. Hij bestudeerde nu de handleiding, een kloeke pil die hij niet kon en wilde begrijpen.

Ha, ha, ha, wie zegt dat vrienden nergens goed voor zijn? Ik wist dat ons een toekomst voorspeld is waarin je de ijskast opbelt en dan te horen krijgt dat alle lijnen nog steeds bezet zijn, bedankt voor het wachten en probeert u het later nog eens. Dat er een consument zo gek zou zijn om als proefkonijntje voor die toekomst te dienen, had ik niet gedacht en het was een buitenkansje om er nu een te treffen.

,,Waarom doe je dan ook zo raar, bevielen de deuren van vroeger je zo slecht?'' vroeg ik. ,,Ieder modern huis heeft zo'n installatie'', zei mijn vriend en kort daarna hing hij op, omdat ik mijn lachen niet kon houden.

Ik was natuurlijk een beetje jaloers op zijn mooie nieuwe huis, maar mijn leedvermaak kwam vooral voort uit een diepe tevredenheid over het falen van de moderne technologie.

Mensen die zichzelf onder constante bewaking van hun bazen stellen door een telefoontje mee te dragen, kleine kinderen die in hun klas oefeningen doen tegen het RSI-syndroom dat ze van de schoolcomputers krijgen, een partij Leefbaar Nederland die voorstelt om alle scholieren een laptop te geven, zodat straks de helft ervan op zijn twintigste in de WAO zit met wat lichtzinnig een `muisarm' wordt genoemd, dat is toch vreselijk?

,,Kom, kom, het is altijd zo geweest dat nieuwe uitvindingen in het begin niet gewaardeerd werden.''

Nee, dat is niet waar. Een telefoon leek misschien in het begin niet zo nuttig zolang de rest van de wereld geen telefoon had, maar van het nut van een uitgebreid telefoonnet was iedereen meteen overtuigd. Ook de auto, de trein en de mechanische reproductie van muziek werden meteen als heerlijke wonderen begroet. Pas veel later bleken er ook onaangename kanten aan die uitvindingen te zitten.

Met de moderne uitvindingen is het net andersom. De kwalijke kanten zijn meteen bij de introductie al zonneklaar, terwijl het nut ver te zoeken is. Het internet als oplossing voor wratten, mee-eters, sociaal gedepriveerde stadswijken en de teloorgang van de democratie, het zijn altijd mensen die zelf nog geen computer durven aanraken die er mee aankomen.

Er was vroeger een economische theorie die grote overheidsprojecten bepleitte, niet in de eerste plaats omdat die op zichzelf waardevol waren, maar vooral omdat de geldstroom die er door gegenereerd werd de algemene economische bedrijvigheid zou stimuleren. Je zou bij wijze van spreken op grote schaal gaten in de grond kunnen laten graven en ze dan weer dicht laten gooien, ook dat zou goed voor de economie zijn.

De theorie is uitgekomen, al is het niet door de overheid. Het moderne bedrijfsleven graaft gaten en gooit ze weer dicht en het schijnt dat we erbij groeien en bloeien.