Gegoochel met cijfers maakt Duitsland sterk

Rekenwerk leert dat Duitsland in Nice officieel het machtigste land van de Europese Unie is geworden.

Een wiskundige hoeft geen moment te twijfelen: Duitsland is de grote winnaar van de Europese Top in Nice. Doordat het bevolkingsaantal een rol gaat spelen in de besluitvorming heeft Duitsland als veruit het grootste land van de EU de meeste mogelijkheden gekregen om besluiten te blokkeren.

De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder heeft zo langs een achterdeur extra macht voor zijn land binnengehaald. Door het met één van de groten en één van de kleinen op een akkoordje te gooien, kan Duitsland in de toekomst elk meerderheidsbesluit in de Raad van Ministers (het besluitvormende orgaan van de EU) tegenhouden.

Daar komt bij dat Duitsland er als enige (behalve Luxemburg, maar dat speelt getalsmatig geen rol) in het Europees Parlement niet op achteruitgaat. De meeste andere landen verliezen, om ruimte te maken voor nieuwkomers, ongeveer 20 procent van hun zetels in het Europarlement.

De aandacht is de afgelopen dagen vooral uitgegaan naar het aantal stemmen dat elk land in de Raad van Ministers krijgt. Maar het bouwwerk van het stemgewicht in de Raad heeft in Nice een geheel nieuw fundament gekregen. De begrippen gekwalificeerde meerderheid en blokkerende minderheid hebben voortaan een nieuwe betekenis. En het is hier dat Duitsland zijn buit heeft binnengehaald.

Straks is een meerderheid in de Raad van Ministers alleen genoeg als de lidstaten die zo'n meerderheid vormen, ten minste 62 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen. (Overigens wordt de burgers zelf niets gevraagd, voor het gemak wordt ervan uitgegaan dat ze allemaal hetzelfde vinden als hun regering.) Dat betekent dus ook dat 38 procent van de EU-bevolking, ofwel 142,6 miljoen burgers, voldoende is om een besluit te blokkeren.

Duitsland telt sinds de incorporatie van de DDR in 1990 meer dan 82 miljoen inwoners (21,8 procent van de huidige EU-bevolking) en ruim 22 miljoen meer dan nummer twee, Groot-Brittannië. Duitsland heeft dus nog slechts een kleine 60 miljoen EU-burgers nodig om een beslissing tegen te houden.

Wat rekenwerk leert dat er 37 combinaties te maken zijn van drie landen die gezamenlijk genoeg inwoners tellen om een besluit te blokkeren, daarvan kunnen 33 combinaties niet zonder Duitsland. Nederland kan in een drielandencombinatie alleen een blokkade opwerpen vormen als Duitsland ook meedoet.

Van de 86 mogelijke combinaties van vier blokkerende landen, kunnen 38 niet zonder Duitsland. Zij hebben ten minste de steun van Duitsland nodig of van twee andere grote landen, waarbij ook Spanje groot genoeg is.

De `noordelijke' landen (Duitsland, Nederland, Oostenrijk en de Scandinaviërs) kunnen samen geen blokkade opwerpen, tenzij ook de Britten meedoen. De Latijnse landen Frankrijk, Italië en Spanje zijn gezamenlijk wel groot genoeg om een besluit tegen te houden. De eurodwarsliggers (Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden) daarentegen niet. En alle kleine landen bij elkaar (inclusief Nederland) hebben onvoldoende inwoners om een besluit tegen te houden.

Als de kandidaatlanden straks allemaal zijn toegetreden, kunnen ze samen op geen stukken na een blokkade opwerpen. Met Duitse steun halen ze het net wel (maar dan is het zaak dat hun bevolkingsaantal niet veel verder afneemt, zoals op dit moment in veel Oost-Europese landen het geval is).

Voor het oog van de buitenwereld hebben de regeringsleiders de indruk weten te wekken dat de grote vier hun macht eerlijk hebben verdeeld. Daarvan is het zogeheten stemgewicht in de Raad van Ministers het beste bewijs. het Duitse `stemgewicht' is niet groter geworden dan dat van Frankrijk, Groot-Brittannië of Italië. Maar dat is de gebruikelijke window-dressing.

Een Franse president moet nu eenmaal laten zien dat hij in staat is Duitsland in te tomen – meer stemgewicht voor Duitsland was voor Chirac dus ,,onacceptabel''. Een Duitser dient zich historisch bescheiden op te stellen – dus legde Schröder achteraf deemoedig uit dat hij `Nice' toch niet kon laten mislukken uit eigen belang.

De Britten hebben in dit rollenspel de taak om te doen alsof Europa hun geen zier interesseert, behalve als er iets te halen valt. En Italië, dat zwijgt, omdat besluiten uit Brussel nu eenmaal altijd beter zijn dan uit Rome.

Dit voor de Europese kiezer opgetrokken bouwwerkje, spreekt door zijn helderheid tot de verbeelding. Kennelijk kon ook premier Wim Kok de verleiding ervan niet weerstaan. Zo wordt Nederland (dat straks in de Raad 13 stemmen waard is) nu openlijk erkend als groter dan België en Portugal (beide 12 stemmen). Dat dit uiteindelijk, na toetreding van alle nieuwe kandidaten, gaat om slechts 0,29 procent meer invloed, valt niet meteen op.

Intussen is het `stemgewicht' van Duitsland in de Raad van Ministers ook groter geworden en is dus de invloed van Duitsland – net als van de andere groten – ook hier toegenomen. Nederland mag tegenover de buitenwereld blij zijn met zijn ene stem extra ten opzichte van België, voorlopig gaan alle kleintjes, inclusief Nederland, er alleen maar op achteruit. De groten hebben na ratificatie van `Nice' ieder 12,2 procent stemgewicht (was 11,5 procent), Spanje gaat zelfs van 9,1 procent naar 11,4 procent. Nederland daarentegen zakt van 5,7 procent naar 5,5 procent. België zelfs van 5,7 naar 5,1 procent.