Eigenlijk is de Dover-zaak simpel

Politiek doet de mensensmokkelzaak uit Dover steeds opnieuw stof opwaaien, strafrechtelijk ligt de zaak echter heel eenvoudig.

De minister naar de Kamer, het openbaar ministerie naar de rechtbank: morgen is het opnieuw `Dover'-dag. Het mensensmokkeldrama van 58 overleden Chinezen, alweer bijna een half jaar geleden, begint zich te ontwikkelen tot schoolvoorbeeld van de precaire moderne verhoudingen tussen politiek en openbaar ministerie, en van openbaar ministerie en advocatuur.

Verwijten gaan over en weer, de wederzijdse achterdocht is groot. Men zou bijna vergeten dat het in de `Dover'-zaak in de eerste plaats gaat om een vrij overzichtelijke strafzaak, met een vrij overzichtelijke dadergroep, waartegen een baaierd bewijs is verzameld. Onder normale omstandigheden zou op deze plaats de voorspelling gerechtvaardigd zijn dat alle hoofdverdachten een fikse veroordeling te wachten staat, variërend van tussen de tien en vijftien jaar vrijheidsstraf.

Maar de omstandigheden zijn niet normaal. Steeds opnieuw blijkt het `Dover'-dossier te worden belast met vragen over de kwaliteit van het opsporingswerk. De jongste loot aan de stam is de late vermelding in het strafdossier dat hoofdverdachte Gürsel O. vóór het fatale weekeinde intieme connecties had met een Chinese vrouw die antecendenten in de Chinezensmokkel heeft. De politie stelde talrijke ontmoetingen van de twee vast maar liet tot drie dagen na het drama achterwege te bekijken of mevrouw een bekende van de politie was. Dat was ze dus.

Tweemaal eerder reeds zijn vragen gerezen over het onderzoek naar Gürsel O.. De politie in Rotterdam observeerde O. al sinds dit voorjaar in een onderzoek naar Koerdensmokkel. Nog drie dagen vóór het fatale Dover-weekeinde werden nabij hotel New York in Rotterdam voorbereidende besprekingen van de dadergroep vastgelegd. Maar in het weekeinde zelf bleek de observatie van O. gestaakt. Korthals werd naar de Kamer geroepen en zei: dat was logisch, we wisten niet dat O. een grote mensensmokkelaar was, en het ging om een `oriënterend' onderzoek, het openbaar ministerie was er niet op bedacht dat de groep-O. Chinezen ging smokkelen.

Vorige maand volgde het bericht dat ook de ambtelijke leiding van het ministerie van Justitie, opnieuw enkele weken vóór het fatale weekeinde, bekend was met de status van O. als mensensmokkelaar. Op 22 mei tekende topambtenaar H. Borghouts de beschikking die de uitlevering van O. aan Frankrijk regelde; daar was hij veroordeeld voor mensensmokkel. Ook die informatie was aan parlement noch rechtbank vermeld. Korthals werd opnieuw naar de Kamer geroepen, nu in een meer beladen politieke situatie, mede door toedoen van PvdA-fractievoorzitter Melkert. Ditmaal zei de minister: helaas hebben het openbaar ministerie en delen van mijn departement langs elkaar heen gewerkt, dat had niet gemogen - maar van kwade opzet (bewust doorlaten van het transport) is geen sprake, het mankeerde slechts aan `de communicatie'. Vooruit, zei de Kamer, verbeter de communicatie. En, voegde het Kamerlid Kalsbeek (PvdA) toe, indachtig de alarmerende woorden van haar fractievoorzitter: de minister moet wel weten dat dit de laatste keer is geweest.

Intussen geldt dezelfde Kalsbeek als kandidaat Korthals te komen vergezellen op Justitie. Zij zou staatssecretaris Job Cohen op kunnen volgen, na diens voorziene vertrek naar Amsterdam. Een complicerende factor, mogelijk niet ongunstig voor Korthals: Kalsbeeks eerste reactie gisteren was terughoudend. En van Melkert zijn deze keer geen waarschuwingen-vooraf vernomen. Vooral Van de Camp (CDA), Dittrich (D66) en Halsema (GroenLinks) roeren de trom. Geen van hen preludeert op een aftreden. Vorige week nog zond Korthals zijn plan naar de Kamer om `de communicatie' in zijn apparaat te verbeteren.

Nog voordat de Kamer morgenmiddag aan de kwestie toekomt, begint 's ochtends de Rotterdamse rechtbank aan de `Dover'-zaak. Het is een pro forma-zitting, met de vraag of de voorlopige hechtenis van vijf belangrijke verdachten (hoofdverdachte O. is nog altijd voortvluchtig) wordt verlengd. Morgen zullen advocaten eens temeer betogen dat de staat nalatig is geweest en daardoor zelf (moedwillig) heeft bijgedragen aan het Dover-drama. Het is een dubbelhartige positie. Hoe meer belastende feiten bekendworden over het werk dat Gürsel O. en de zijnen vóór 18 juni als mensensmokkelaar verzetten, des te pregnanter zal de verdediging invrijheidsstelling van de cliëntéle bepleiten. De verdachte is schuldig, laat hem gaan.