De tijden zijn veranderd in Turkije

De bankencrisis in Turkije, die door het noodkrediet van het IMF even bezworen lijkt, is paradoxaal genoeg juist een bewijs dat het land de afgelopen tijd een aantal stappen in de richting van economisch herstel heeft gezet.

Even leek het of de tijd in Turkije had stilgestaan. Net als vroeger stevende het land immers af op een regelrecht financieel debacle. Nadat de Turkse autoriteiten een groot aantal banken die op de rand van faillissement balanceerden, onder curatele hadden gezet en een strafrechtelijk onderzoek waren begonnen naar de handel en wandel van het topmanagement, verloren buitenlandse beleggers al snel hun vertrouwen in het Turkse economische bestel. Binnen een paar dagen trokken zij naar schatting zes miljard dollar uit Turkije terug. De beurs in Istanbul verloor tientallen procenten aan waarde, de Turkse lira kwam onder druk en op de geldmarkten klom de rente tot meer dan duizend procent. Turkije, sinds ongeveer een jaar kandidaat-lid van de Europese Unie, leek gereduceerd tot de status van een Derde Wereld-land.

Leek – want paradoxaal genoeg is de crisis, die met een noodlening van het IMF even bezoren lijkt, ook en misschien zelfs wel met name een bewijs dat Turkije de afgelopen tijd een aantal stappen in de richting van economisch herstel heeft gezet. De tijden zijn veranderd in Turkije, zo becommentarieerde menige economieprofessor de crisis, en ook banken moeten zich daaraan aanpassen. In het verleden – toen Turkije gebukt ging onder een inflatie van zo'n honderd procent en de regering altijd op zoek was naar geld om gaten in de begroting te dichten – was bankieren in Turkije gemakkelijk. Zeker als bankiers vriendjes bij de regering hadden konden ze gemakkelijk staatsobligaties aanschaffen die zo lucratief waren dat de eigenaars, zeker als ze slim speculeerden, slapende rijk werden.

Maar sinds enige tijd is het Turkije ernst om de aanbevelingen van het Internationale Monetaire Fonds in de praktijk te brengen. En met succes, want voor het eerst in jaren lijken de Turkse autoriteiten enige greep op de economie te krijgen. De inflatie is al vijftien jaar niet zo laag geweest als nu, de autoriteiten hebben enige controle over de koers van de Turkse lira en de rente nam het afgelopen jaar – dat wil zeggen: voor de financiële crisis – een duikvlucht naar beneden. De Turkse economie lijkt in rustiger vaarwater gekomen. En dus lijkt de tijd van slim speculeren en snelle winst op overheidsobligaties voorbij. ,,Banken moeten nu geld verdienen door diensten te verlenen aan hun klanten'', zo zei een bankdirecteur (wiens bank overigens wel winst maakt) onlangs. ,,En dat moeten veel banken leren.''

Een stabiele economie – na de verkiezingen van vorig jaar leek dat vooruitzicht verder weg dan ooit. Bij de stembusstrijd waren er immers twee grote winnaars – de sociaal-democratische DSP van premier Ecevit en de extreem-nationalistische MHP van Devlet Bahceli. Op grond van de zetelverdeling in het parlement waren beide partijen tot elkaar veroordeeld maar ideologisch gezien lagen de twee partijen zo ver uit elkaar dat eigenlijk alle waarnemers er van uitgingen dat deze regering, waarvan overigens ook de liberale ANAP-partij van Mesut Yilmaz deel uitmaakt, geen lang leven beschoren zou zijn. Alle pessimisten werden echter in het ongelijk gesteld. Binnen een aantal maanden kwam de nieuwe regering met een reeks maatregelen en initiatieven die de financiële markten ervan overtuigden dat er eindelijk eens een bezem door de Turkse Augiasstal werd gehaald. Al snel werd deze regering dan ook erg geliefd bij de markten.

Het krachtige herstelbeleid van de regering is des te opvallender omdat er binnen de Turkse maatschappij groot verzet tegen bestaat. Zo kwam de coalitie al in augustus vorig jaar in felle botsing met de vakbonden toen zij het pensioenstelsel wilde hervormen.

Sinds jaar en dag kende Turkije een uiterst coulant pensioensysteem waarbij de oude dag soms al op veertigjarige leeftijd begon. Instellingen als de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds hadden Turkije al jaren gewaarschuwd dat zo'n genereus systeem uiteindelijk niet meer te financieren is. En dus wilde de nieuwe coalitie de pensioenleeftijd – net als in veel andere landen – optrekken tot ongeveer zestig jaar. Toen de regering met haar voorstel kwam passeerde op de Turkse televisiekanalen direct een stoet bezorgde werknemers die, zo vertelden zij, dachten nog maar een jaartje te hoeven werken maar nu tot de conclusie kwamen dat zij er nog twintig jaar tegenaan konden. Tegenstanders haalden zelfs gezondheidheidsstatistieken aan om hun gelijk te bewijzen: Turken leven gemiddeld minder lang dan andere Europeanen, zo was het argument, en dus is vroege pensionering niet meer dan normaal. De regering liet zich echter door dit publiciteitsoffensief niet van de wijs brengen. Zij hield voet bij stuk en veranderde de wetgeving.

Een ander succes van de regering is het anti-inflatiebeleid. Vorige week werd bekend dat de prijsstijgingen dit jaar zo'n veertig procent bedragen. Dat is hoger dan de regering had gewild maar een wereld van verschil met een aantal jaren terug, toen een prijsstijging van tachtig procent in Turkije gebruikelijk was. Hoezeer het prijzenklimaat veranderd is, bleek wel enige maanden geleden toen hoge overheidsfunctionarissen voor het eerst serieus met het idee begonnen te spelen om de `miljoenen' van de Turkse bankbiljetten af te halen om zo Turkije wat dichter bij Europa te brengen.

Ook de strijd tegen de inflatie ging echter niet zonder slag of stoot. Veel waarnemers klaagden dat de Turkse autoriteiten de inflatieindex verkeerd berekenen omdat het gewicht van de goederen in het Turkse bestedingspakket (een prijsstijging van brood heeft veel meer bestedingsconsequenties dan die van een luxegoed als parfum) niet voldoende wordt verdisconteerd in de index. Ook nu weer protesteerden vakbonden, en dan met name die van overheidspersoneel, fel. De inflatie wordt niet voldoende gecompenseerd in de lonen, was de klacht, en dus gaat de gemiddelde werkende Turk er reëel steeds verder op achteruit. Maar vooralsnog houden de Turkse autoriteiten wederom voet bij stuk.

Natuurlijk wordt de Turkse regering in haar wil tot hervorming gesterkt door het kandidaat-lidmaatschap van de Europese Unie dat Turkije op de Helsinki-top van vorig jaar december ten deel viel. Want de deur naar de Unie zal voor altijd gesloten blijven, zo beseft iedereen hier, als Turkije niet economisch orde op zaken stelt. Daar staat tegenover dat de regering al voor 'Helsinki' aan het hervormingsprogramma begon en al vrij snel na haar aantreden een aantal lastige knopen doorhakte. Die prestatie is des te opmerkelijker daar West-Turkije vorig jaar augustus door de grootste aardbeving uit zijn moderne geschiedenis werd getroffen.

Overigens is het hervormingsprogramma niet op alle punten succesvol. Zo klaagt het IMF al enige tijd dat het privatiseringsprogramma niet snel genoeg gaat. Om deze internationale instelling die Turkije afgelopen week met een verrassend hoog bedrag te hulp schoot, gunstig te stemmen liet premier Ecevit echter weten dat staatsbedrijven als Tüurk Telekom en vliegtuigmaatschappij THY (waarvan de dienstverlening vroeger zo slecht was dat Engelstaligen haar They Hate You noemden) op de markt worden gebracht. Ook de bancaire sector wordt, zo liet Ecevit weten, snel en grondig hervormd.

En daar ligt onmiddellijk de eerste valkuil voor het Turkse hervormingsprogramma. Want de problemen in de sector zijn veel groter dan overheidsfunctionarissen tot voor kort beweerden. Op de dag dag het IMF zijn noodhulp aan Turkije bekendmaakte, plaatsten de Turkse autoriteiten opnieuw een financiële instelling, de Demirbank, onder curatele. Waarnemers gaan er van uit dat andere banken zullen volgen. Onlangs waarschuwde Sakip Sabanci, een van de meest vooraanstaande zakenlieden in Turkije, dat er nog een twintigtal andere banken in de gevarenzone verkeert.

Het onderzoek van de autoriteiten naar de banksector heeft inmiddels veel meer dan alleen falend management aan het licht gebracht. Zo werd de eigenaar van Egebank, een neef van ex-president Demirel, gearresteerd op beschuldiging van het illegaal doorsluizen van driehonderd miljoen dollar naar Noord-Cyprus en het Caraibische gebied. In Turkije gaan vrijwel alle waarnemers ervan uit dat dit het topje van de ijsberg is en dat de serie onthullingen over wat zich in de banksector heeft afgespeeld, voorlopig nog niet zal ophouden. Elke nieuwe onthulling bewijst eens te meer hoeveel je in Turkije voor elkaar kon krijgen – als je een beetje geld had en de juiste politieke vrienden aan je zijde vond. Het is voor iedereen duidelijk dat Turkije met die cultuur van non-transparantie en cliëntelisme moet breken als het daadwerkelijk wil opstoten in de vaart der Europese economieën.

Op middellange termijn ligt er nog een hele serie andere problemen in het verschiet. Zo is het met de belastingmoraal in Turkije over het algemeen uiterst droevig gesteld. Zo bleek onlangs uit onderzoek dat bijvoorbeeld advocaten – die over het algemeen in dure auto's door bijvoorbeeld een stad als Istanbul zoeven – in de ogen van de Turkse fiscale autoriteiten maar een fractie verdienen van wat zij in werkelijkheid bij elkaar sprokkelen. Winkeliers geven alleen na de grootste aandrang officiële facturen omdat zij geen zin hebben om omzetbelasting te betalen.

Op termijn een groter probleem, waar ook internationale instellingen al enige malen over aan de bel hebben getrokken, is de ongelijke inkomensverdeling in Turkije. Deze week uitte werkgeversorganisatie TÜSIAD nog zijn bezorgdheid over de Turkse inkomensongelijkheid. In 1987 kreeg de rijkste een procent van de bevolking 10 procent van het nationaal inkomen en in 1994 was dat zelfs opgelopen tot 13 procent. De armste een procent zag zijn deel in de nationale economische koek in diezelfde periode teruglopen tot 0,5 procent. In geen enkel Europees land is de inkomensverdeling zo ongelijk als in Turkije. De kloof tussen rijk en arm speelt overigens niet alleen tussen individuen maar ook tussen regio's (zo is het Koerdische zuidoosten stukken armer dan het westen). Wil Turkije echt een Europees niveau bereiken, aldus TÜSIAD, dan zal het ook dit probleem moeten aanpakken.

Maar die problemen lijken vooralsnog ver weg. De Turkse autoriteiten halen voorlopig adem omdat de acute financiële crisis met de noodhulp van het IMF overwonnen is. De beurs in Istanbul veerde vorige week dinsdag al op toen duidelijk werd dat het IMF Turkije niet zou laten vallen. Ook de rentetarieven zijn sinds de crisis weer aanzienlijk lager geworden. Alweer een economische veldslag is gewonnen – maar in de lange strijd voor duurzame economische hervorming zullen er ongetwijfeld nog vele volgen.