De Brugse connectie

VOETBALLERS HEBBEN soms vreemde vrienden. Ze houden van hun sport, maar willen ook geld en aanzien verdienen. Zo was het vroeger, toen voetballen nog een bescheiden beroep was. Zo is het vandaag, nu de sport is opgerukt naar de hogere regionen van de economische piramide. Spelers én clubs profiteren daarvan. Een kwart eeuw geleden was het bijvoorbeeld ondenkbaar dat Feyenoord een jongetje uit Brazilië zou halen om hier op te leiden tot een talent waarop de rijkere clubs hun begerig oog laten vallen. Dat de papieren voor de nu 17-jarige Leonardo op orde moesten zijn, is daarom over het hoofd gezien.

Rond de velden hangt echter ook een sportief aureool. Behoedzaamheid van de volwassenen is dus geboden. Geen geringe taak in een gemeenschap, waarin het wemelt van handelaren voor wie spelers koopwaar zijn en van voetballers die steeds jonger dromen van de `grote klapper'. Paus Johannes Paulus II heeft de voetbalwereld gisteren in Rome, waar de FIFA bijeen was voor de verkiezing van Pelé als voetballer van de eeuw, daarom opgeroepen haar ,,immense macht'' in te zetten voor hogere waarden als ,,loyaliteit, solidariteit en teamgeest''.

De paus vraagt te veel. Maar enig fatsoen binnen een zakelijke bedrijfsvoering is geen overbodige luxe. Het afgelopen weekeinde is dat weer geïllustreerd. Vooral het beeld van trainer/coach Gerets die april 1998 ergens in Belgrado de Servische sadist Arkan de hand schudde, omdat hij voor Club Brugge een speler van diens FC Obilic wilde contracteren, is pijnlijk. Arkan en zijn Tijgers waren toen al langer berucht wegens hun rol bij de `etnische zuiveringen' in Bosnië. Gerets, die ruim een jaar na dato trainer van PSV zou worden, verdedigt zich nu met de mededeling dat hij pas naderhand begreep wie Arkan was. Dat is op zichzelf al ongeloofwaardig. In een Belgisch weekblad zei hij een jaar geleden dat hij een ,,speler wou kopen'' en het hem niet kon schelen wat de verkoper ,,had uitgevreten''. Die eerste verklaring lijkt waarheidsgetrouwer dan de laatste.

HET GEDRAAI van Gerets is echter niet de kern van de zaak. Het gaat om de verdenking dat hij zelf financieel belang heeft gehad bij het contracteren van spelers. Gerets deed bij voorkeur zaken via één spelersmakelaar: zijn oud-ploeggenoot Stojic. Hij is niet de eerste coach die zo eenkennig is. Trainers vóór hem hebben ook zo zaken gedaan. Ware het niet dat drie hulptrainers van Gerets bij Club Brugge nu hebben toegegeven dat zij courtage hebben gekregen voor geslaagde transfers: contant in een enveloppe. Dat wijst op zwart geld en is een zaak voor onderzoek. Het is bovendien door de voetbalbonden verboden. De Belgische voetbalbond is daarom een ,,informeel onderzoek'' begonnen naar de aantijgingen. Gerets ontkent dat Stojic hem ook onder de tafel heeft betaald. PSV-voorzitter Van Raaij heeft ,,geen enkele bedenking'', maar wil desondanks voorlopig niet met Stojic werken. Vitesse heeft hetzelfde besluit genomen.

Deze reacties geven te denken. Enkele clubbestuurders voelen kennelijk aan hun water dat er iets niet pluis is. Nu Gerets in het verdachtenbankje verzeild dreigt te raken, kiezen zij de vlucht naar voren.

VOETBALBESTUURDERS gebruiken graag grote woorden als het gaat om hun zakelijk inzicht én hun maatschappelijke betrokkenheid. Wederom blijkt dat ze die verheven pretenties soms niet waarmaken. Als ze niet snel schoon schip maken, wordt het tijd dat de justitiële autoriteiten zich ermee gaan bemoeien. Voetbal wil een bedrijfstak zijn. Dat mag. Maar dan gelden daar dezelfde regels als elders, waar `maatschappelijk verantwoord ondernemen' langzamerhand een integraal onderdeel aan het worden is van het economische verkeer.