Canada lest oliedorst van VS

Het energierijke Canada zorgt in toenemende mate voor de groeiende behoefte aan olie en aardgas in de Verenigde Staten. Washington koopt zijn olie liever bij de noorderburen dan nog afhankelijker te worden van het Midden-Oosten.

De meeste westerse industrielanden gaan gebukt onder de huidige, torenhoge brandstofprijzen, maar er is er één in Noord-Amerika die baat heeft bij de krapte op de oliemarkt. In Canada, een netto-exporteur van olie en aardgas, dragen de hoge prijzen in belangrijke mate bij aan een sterke economische groei dit jaar van naar schatting 4,8 procent – bijna tweemaal zoveel als het groeicijfer in de Verenigde Staten.

Canadese oliemaatschappijen, waaronder Shell Canada en Imperial Oil, dochterondernemingen van Shell en Exxon, presenteerden in de afgelopen weken zeer gunstige derdekwartaalcijfers. Imperial Oil boekte een winst van 928 miljoen Canadese dollar (ruim 1,5 miljard gulden) in de eerste negen maanden van dit jaar, vergeleken met 305 miljoen in dezelfde periode in 1999. Voor Shell Canada liep de winst op van 283 tot 562 miljoen. ,,Dit belooft een uitstekend jaar voor ons te worden,'' verklaart Jan Rowley van Shell.

Het optimisme in de Canadese energiesector voert evenwel verder dan de korte termijn. Ook al maken de oliemaatschappijen zich volgens Rowley geen illusies dat de olieprijs weer stijgt naar het hoge niveau van twee weken geleden (bijna 34 dollar per vat), toch bestaat er breed vertrouwen in een ander, structureel groeicijfer: dat van de vraag naar energie op de Noord-Amerikaanse markt. Vooral in de VS neemt de vraag naar brandstoffen de komende jaren gestaag toe, zo wordt voorspeld.

De Amerikanen, die voor zestig procent van hun energie zijn aangewezen op het buitenland, streven naar zo weinig mogelijk afhankelijkheid van de OPEC. Bovendien beginnen Saoedi-Arabische olievelden volgens experts aan productiviteit te verliezen en brengen nieuwe bronnen in Rusland en Kazakstan logistieke problemen met zich mee. Het nabije Canada, met zijn grote voorraden ongetapt olie en gas, biedt uitkomst. Canada is dan ook in een ideale positie om in toenemende mate te voorzien in de Amerikaanse energiebehoefte.

,,We staan er zeer positief voor,'' zegt Pierre Alvarez, president van de Canadian Association of Petroleum Producers. ,,Amerikaanse vraag is opmerkelijk gestegen en blijft groeien. We hebben een infrastructuur van Noord-Amerikaanse pijpleidingen om van die kans gebruik te maken.'' Volgens Alvarez produceert Canada dit jaar met 2,3 miljoen vaten per dag een recordhoeveelheid aan olie. ,,De nabijheid van de Amerikaanse markt is een belangrijk voordeel, dus we verwachten een steeds sterkere rol te spelen op de Noord-Amerikaanse markt.''

De VS haalt al een aanzienlijk aandeel van zijn energievoorziening bij de noorderbuur. Zo leverde Canada, dat voorziet in een relatief bescheiden 5,5 procent van 's werelds energie, in 1999 en de eerste zeven maanden van 2000 meer olie aan de VS dan welk ander land ook. Canada bevat bewezen oliereserves van 4,9 miljard vaten en is in volume de vijfde energieproducent ter wereld, na de VS, Rusland, China en Saoedi-Arabië. Dertig procent van de Canadese olieproductie wordt geëxporteerd; negentig procent daarvan vloeit naar de VS.

De overgrote meerderheid van Canadese olie is van oudsher afkomstig uit de westelijke deelstaat Alberta, aan de oostkant van de Rocky Mountains. Via een wijdvertakt netwerk van pijpleidingen vloeit de olie naar zowel oostelijk Canada als de VS. Nieuwe bronnen zijn in gebruik genomen aan de Canadese oostkust, waaronder het enorme olieplatform Hibernia in de Atlantische Oceaan bij Newfoundland en Sable Island, een aardgasveld bij Nova Scotia dat gas levert aan onder meer het noordoosten van de VS.

Bovendien hebben de Canadese oliemaatschappijen vergaande plannen om nieuwe bronnen aan te boren - zowel van ruwe olie als van aardgas, dat olie inmiddels is voorbijgestreefd als belangrijkste vorm van energieproductie in Canada. De achtergrond is dat ,,hogere olieprijzen en nieuwe technologieën het haalbaar maken om dieper en verder weg te boren, en om moeilijkere bronnen te bereiken tegen lagere kosten,'' verklaart Alvarez. Toekomstplannen draaien dan ook om technisch lastiger oliezanden en om aardgasvelden in het afgelegen, hoge noorden van het land.

Zo is Shell Canada de belangrijkste partner in de zogenoemde Athabasca oliezanden, een ambitieus project in het noorden van Alberta dat volgens Rowley een investering vergt van 3,5 miljard dollar. Athabasca behoort tot de twee grootste oliezanden ter wereld, na de Orinoco Belt in Venezuela. Het moet in 2002 operationeel zijn. ,,De oliezanden vormen een zeer belangrijk groeipotentieel voor Shell Canada,'' verklaart Rowley. ,,Er is genoeg om 155.000 vaten aan bitumen per dag te produceren voor de komende dertig jaar.''

Oliezanden zijn echter ingewikkelder om te exploiteren dan conventionele olievelden; ze bevatten een mengeling van bitumen, zand, water en klei. Na opgraving en scheiding wordt de bitumen opgewerkt tot zogenoemd 'synthetische ruwe olie,' olie van hoge kwaliteit. Productiekosten zijn met acht dollar per vat dan ook hoger dan het geval is bij conventionele olie, al wordt gewerkt aan technologie om die kosten te drukken.

Hetzelfde geldt voor plannen om aardgas te winnen in de Mackenzie Delta, aan de Noordkust van Canada, waar de Mackenzierivier uitmondt in de Arctische Oceaan. Imperial Oil is betrokken bij een studie om te zien of het economisch haalbaar is om een enorm reservoir van aardgas aan te boren. Daarvoor zou onder meer een nieuwe, arctische pijpleiding nodig zijn.

,,We hebben al enige tijd grote aardgasreserves in het noorden van Canada, maar het was nooit economisch om ze te ontwikkelen,'' verklaart Richard O'Farrell van Imperial Oil. De aanwezigheid van aardgas in het afgelegen gebied is bekend sinds de jaren zeventig. Maar pas op dit moment, zegt hij, ,,nu de prijzen zijn opgelopen en we te maken hebben met een sterke vraag naar aardgas, is het aantrekkelijker geworden om het te exploiteren.''

Probleem voor de oliemaatschappijen is dat ondanks de gunstige vooruitzichten rond de Noord-Amerikaanse vraag naar brandstoffen, het lastig blijkt om kapitaal te trekken van investeerders. Volgens Alvarez ligt dat, behalve onzekerheid rond het prijsniveau, aan concurrentie om kapitaal van bedrijven in de nieuwe economie. Niettemin voorspelt hij dat ,,nu de hightech aandelen zijn gestruikeld, mensen weer uitzien naar stabielere investeringen.''

De oliemaatschappijen zelf hebben dit jaar ondertussen een recordbedrag van 21 miljard dollar aan investeringen aangekondigd, een aanmerkelijke stijging ten opzichte van voorgaande jaren. De sterk gegroeide winstcijfers spelen hierbij een rol. ,,Wegens onze grote investering in de oliezanden komen de contanten goed van pas,'' verklaart Rowley.

    • Frank Kuin