Bescheiden verzetsman

Wie de onlangs in Amersfoort overleden mr. A. H. van Namen alleen van gezicht kende, zou in hem niet een van de meest vooraanstaande figuren uit het verzet tegen de Duitse bezetter hebben vermoed. Hij was bescheiden van postuur, en voor zover zijn gezicht opviel, was dat omdat hij tot op gevorderde leeftijd was gezegend met een babyface. Toen hij kort voor de oorlog de advocatuur in ging, was een van zijn eerste cliënten, een potige Amsterdammer, zo weinig van zijn fysieke aanwezigheid onder de indruk dat hij zijn raadsman na de zitting toebeet: ,,Seg, hep jij eigelijk de masele al gehad?''

Maar deze uiterlijke schijn bedroog. Ook innerlijk was Arie Hermanus van Namen pretentieloos, maar zijn opvattingen over recht en onrecht waren onwrikbaar. Arie groeide op in een Amsterdams gereformeerd milieu en studeerde rechten aan de Vrije Universiteit. Meteen nadat Duitse troepen Nederland waren binnengemarcheerd, besloot Van Namen in verzet te gaan omdat hij de bezetting ervoer als een fundamenteel onrecht. In de zomer van 1940 colporteerde hij met patriottische blaadjes van de antirevolutionaire kiesvereniging waarvan hij lid was. Toen dat enkele weken later door de Duitsers werd verboden, richtten hij en een groepje vrienden onder leiding van de onderwijzer Cees Troost hun energie op het volschrijven, vermenigvuldigen en rondbrengen van een illegaal blad, Vrij Nederland. De rest van de oorlog zou Van Namen nauw bij de verzetsgroep rond VN betrokken blijven, een groep die trouwens meer deed dan een illegaal blad maken. VN ontfermde zich over de verzorging van onderduikers, de productie van valse papieren en spionage. Daarbij fungeerde Van Namen als de rechterhand van de man die VN na de arrestatie van Troost in 1941 was gaan leiden, de hoofdonderwijzer H. M. (Henk) van Randwijk. Ze vulden elkaar perfect aan: Van Randwijk was de emotionele doener, Van Namen de bedachtzame wikker en weger.

Zijn weinig markante voorkomen en trouwhartige blik kwamen hem nu zeer van pas. Wanneer hij voor zijn verzetsactiviteiten per trein door het land reisde, zat hij altijd in de eerste klas met de Deutsche Zeitung in den Niederlanden zo onopvallend te wezen dat controleurs hem steevast over het hoofd zagen ofschoon hij zwaar werd gezocht.

Het ging goed tot januari 1945, toen hij door verraad werd opgepakt. De Duitse capitulatie in mei 1945 voorkwam zijn executie.

Om zijn strijdmakker Van Randwijk te helpen, werd Van Namen na de bevrijding kortstondig directeur van het inmiddels als `bovengronds' weekblad verschijnende VN. Maar na een paar maanden ging hij terug naar zijn oude roeping, de advocatuur. Later werd hij rechter in Amsterdam, de bekroning van zijn drang om de gerechtigheid te dienen.