Zwerfkat (1)

Het is niet bijster aangenaam om 's winters op een zaterdagochtend om kwart over acht op een hoek van de PC Hooftstraat in Amsterdam-Zuid te staan. Het is er koud en nog schemerig en je wekt, eenzaam wachtend, de indruk van een man die na een lange, overspelige nacht door zijn vrouw is buitengesloten.

Toch stond ik er. Ik moest wel, als ik wilde zien hoe Marianne Jager en Ronald van Soest straks een kat vingen. Marianne en Ronald zijn grote kattenvrienden. Ze trekken zich vooral het lot aan van de zwerfkat in Amsterdam, waarvan er alleen al in de Bijlmer duizenden zijn. ,,In het voorjaar spreken wij van de kattenregen'', zegt Ronald, die als assistent in een dierenkliniek in de Bijlmer werkt. ,,Dan zetten de mensen de ramen en deuren open en vallen de katten bij bosjes naar beneden. De katten die het overleven, nemen heus niet de lift terug.''

Dat is de Bijlmer. Maar zwerfkatten komen overal in Amsterdam voor, ook in het chique Amsterdam-Zuid. Op zaterdagmiddag 4 november, omstreeks half zes Marianne weet het nog precies liep ze in de regen door de PC Hooftstraat. Voor haar liep een oude dame die haar huis wilde binnengaan. Op dat moment schoot er een cypers katje onder een auto vandaan en begon miauwend om de benen van de vrouw te kronkelen.

,,Dat u zo'n beestje in deze drukke straat durft buiten te laten'', zei Marianne.

,,Die kat hoort hier helemaal niet'', zei de vrouw en ze deed de deur achter zich dicht.

De kat keerde zich hoopvol naar Marianne, maar die had geen voedsel bij zich. Toen schoot de kat maar weer terug onder de auto. Het beeld van die vertwijfelde kat bleef Marianne achtervolgen. Ze had geconstateerd dat een stukje van het linkeroor was weggeknipt. Dat moest bij een stichting voor zwerfkatten zijn gebeurd. Die vangt zwerfkatten, castreert of steriliseert ze en zet ze terug op straat als ze niet socialiseerbaar lijken. Het verminkte oor geeft voortaan aan dat de katten al behandeld zijn.

Het is een methode die Marianne en Ronald verafschuwen. Zwerfkatten kunnen wel degelijk aan een huiselijke omgeving wennen, hebben zij gemerkt. Tenzij het om echte wilde katten gaat die in de vrije natuur zijn geboren. Marianne heeft thuis zelf twee zwerfkatten die zich snel en goed hebben aangepast. Ze begon inlichtingen in te winnen over de kat in de PC Hooftstraat. Het bleek een poes te zijn, vier tot zes jaar oud, die daar al een jaar of drie rondzwierf. Misschien was ze buitengezet toen ze zwanger was geraakt. Enkele daar wonende of werkende vrouwen voederden de poes elke morgen, één van hen was vermoedelijk de vrouw die haar huis binnenging.

Ik stond inmiddels niet meer alleen op mijn straathoek. Marianne en Ronald waren gearriveerd. Ronald had een vangkooi in zijn auto, maar die leek niet nodig, want daar was ons katje al: behoedzaam, maar niet overdreven schuw kwam ze op ons afgedrenteld. Valt er nog wat te bikken, vroeg ze luid en duidelijk.