Weinig geestdrift over verdrag Nice

De Tweede Kamer reageert lauw op de uitkomst van de onderhandelingen in Nice over een nieuwe structuur van de EU.

,,Niet echt een frisse start', meent Maxime Verhagen, Europa-woordvoerder van het CDA in de Tweede Kamer vanochtend. Nu nauwere Benelux-samenwerking in Europees verband geboden lijkt – Nederland, België en Luxemburg hebben in de Raad van ministers immers 29 stemmen, net als de grootmachten in Europa, terwijl hun afzonderlijk stemgewicht is afgenomen – treft het wel ongelukkig dat Nederland en België in Nice zo scherp tegenover elkaar kwamen te staan over het Nederlandse streven meer stemmen te krijgen dan de zuiderburen.

Net als andere Kamerleden zit Verhagen vanochtend gebogen over het vele papierwerk dat Nice heeft opgeleverd. Details te over, maar een algemene indruk laat zich onder de Kamerleden toch wel destilleren: weinig geestdrift. Frans Weisglas (VVD) noemt het resultaat van Nice `acceptabel'. Hij denkt trouwens niet dat de Belgisch-Nederlandse aanvaring in Nice op de lange termijn gevolgen zal hebben: ,,het beeld van een voetbalwedstrijd Holland-België is niet passend'.

Frans Timmermans (PvdA) geeft de top in Nice maar een `mager zes-minnetje'. Ook hij constateert dat de Benelux-landen samen in stemgewicht een grootmacht vormen, maar hij constateert dat zonder vreugde. ,,Het lijkt me een probleem dat, als ik het goed heb begrepen, drie grote landen in de huidige opzet samen een blokkerende meerderheid vormen'. De controverse België-Nederland is, meent hij, `nogal gezocht'. ,,Ik vind het eigenlijk veel opvallender dat de Belgen per slot van rekening op de top aansluiting hebben gezocht bij het Duitse standpunt. Dat moet de Fransen, die vroeger altijd dachten dat ze op België konden rekenen, de wenkbrauwen hebben doen fronsen'.

De Kamer spreekt naar verwachting morgenavond met premier Kok over de uitkomsten van Nice. Al te moeilijk zal de premier het daarbij op het eerste gezicht niet krijgen. VVD'er Weisglas, die eerder `liever geen akkoord dan een slecht akkoord' had bepleit, meent dat er onder het Franse voorzitterschap `met hangen en wurgen' toch iets nuttigs is gewrocht. In ieder geval, constateren de Kamerleden, staat de Unie nu open voor de toetreding van nieuwe leden. Daar ging het toch om?

Dat Nederland, althans de komende jaren, zijn eigen Euro-commissaris houdt, stemt tot enige tevredenheid. Gelukkig hebben de snode Franse plannen om deze commissariaten voor de kleine landen (waaronder Nederland) slechts bij toerbeurt te laten vervullen, het onderspit gedolven. Maar het gevaar is natuurlijk nog niet geweken, constateert Verhagen: als straks ergens na 2007 de Unie tot 27 landen zal zijn uitgegroeid, gaat de plafonnering van de Commissie alsnog een rol spelen.

Nederland had, geheel in de Europa-gezinde traditie van onze buitenlandse politiek, hoge verwachtingen van de mate waarin in Nice meer beleidsgebieden zouden worden uitverkoren voor beslissing bij meerderheid in de Raad van ministers, zonder de eis van unanimiteit en de mogelijkheid van nationale veto's. Vooral staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) had op dit streven voorafgaand aan Nice sterk de nadruk gelegd.

Dat besluitvorming bij meerderheid niet voor het onderwerp `belastingen' zal gelden, doet de VVD plezier. ,,Al is dat niet in de eerste plaats een Nederlands resultaat', vindt Weisglas. ,,De Brit Tony Blair heeft dat tegengehouden, die daarmee dus uitstekend het VVD-belang heeft verdedigd'.

Het CDA vindt het echter een teken aan de wand dat ten aanzien van asiel- en migratiebeleid geen overeenstemming is bereikt. ,,Dat was nu bij uitstek iets geweest waarop Europese samenwerking was vereist. Nu moet elk land maar afzonderlijk doorrommelen', meent Verhagen.

En nog bedenkelijker is dat ook over de verdeling van de zogenaamde structuurfondsen nog geen besluitvorming mogelijk is, zodat bijvoorbeeld Spanje, een land dat nu veel van dit soort steun van de andere Unie-landen ontvangt, over de eventuele beëindiging daarvan een nationaal veto kan uitoefenen. Aangezien er onder de nieuwe toetreders vele zijn die wel voor steun in aanmerking komen, kan dat nog voor vreemde toestanden zorgen.

Enfin, er is een verdrag en dat is beter dan geen verdrag - lijkt de grootste gemene deler in de Tweede Kamer. We hebben als Nederland evenveel stemmen als straks Roemenië – dat is fijn. Wel jammer eigenlijk dat het totale aantal Benelux-stemmen weliswaar een grootmacht suggereert, maar dat dat aantal in het totaal aantallen stemmen in de Raad van ministers minder gewicht heeft dan in de oude Raad.

En nu maar afwachten, of men in België achteraf even luchtig denkt over de Belgisch-Nederlandse aanvaring als in Den Haag. Tenslotte was er twee maanden geleden nog een Haags-Brussels memorandum waarin Den Haag beloofde alleen te streven naar meer stemmen als Duitsland er meer kreeg dan Frankrijk. Zekerheid over de Belgische gevoelens was vanochtend niet te krijgen: gans politiek Brussel was in vergadering.

Roemenië in EU

In het artikel Weinig geestdrift over verdrag Nice (in de krant van maandag 11 december, pagina 3) staat dat Roemenië in de Raad van Ministers in de toekomstige Europese Unie evenveel stemmen krijgt als Nederland (13). In de graphic Stemmenweging in de EU en het schema De vragen en antwoorden van Nice (pagina 5) staat dat Roemenië 15 stemmen krijgt. Beide zijn niet juist. Roemenië krijgt na toetreding tot de EU 14 stemmen.

    • Raymond van den Boogaard