Vervalsingen oude kunst in grote musea

De meest vooraanstaande musea ter wereld hebben vervalsingen van kunst uit de oudheid in huis. Bij grote veilinghuizen worden ze verhandeld. En elk jaar worden er 25.000 valse stukken op de kunstmarkt afgeleverd.

Dat blijkt uit de vandaag in Groningen verschenen studie en catalogus The Lie Became Great; The Forgery of Ancient Near Eastern Cultures van archeoloog Oscar White Muscarella, die als deskundige van het Nabije en Midden Oosten is verbonden aan het Metropolitan Museum in New York. Hij nam deel aan opgravingen in Turkije en Iran.

Bij veertig procent van de museumvoorwerpen die Muscarella liet onderzoeken, bleek de datering onjuist. De helft van de oudheidkundige stukken die bij Sotheby's en Christie's worden aangeboden, moet vanwege de onechtheid worden afgewezen. Deskundigen in handel en musea zwijgen er liever over, aldus Muscarella, uit angst voor gezichtsverlies. Bekende handelaren in Londen en New York, die in vervalsingen handelden, worden met naam genoemd.

Het boek, uitvoerig toegelicht in The Sunday Times van gisteren, vermeldt in totaal 1.250 als vals geïdentificeerde objecten; van Assyrische bronzen en Perzische stukken uit de derde eeuw tot Cycladische voorwerpen en vierduizend jaar oude Soemerische figuren in lapis lazuli. Bij het merendeel was er tot nu toe geen twijfel.

Bij het British Museum in Londen gaat het om 16 objecten, het Louvre bezit er 37, het Metropolitan Museum 45. Afgaande op Muscarella's lijst hebben ook alle kleinere, oudheidkundige musea in Europa en Amerika wel onechte voorwerpen in huis. Het Allard Pierson Museum in Amsterdam, dat per abuis als `Amsterdam' in het krantenartikel wordt vermeld, bezit geen Assyrische en Soemerische objecten, aldus een woordvoerster. ,,En voorzover er vervalsingen in de collectie zijn, staan ze niet in de opstelling.''

Musea geven liever de onechtheid van sommige bezittingen niet toe uit schaamte, of uit het oogpunt van wetenschappelijke rivaliteit, maar ook om schenkers niet voor hun hoofd te stoten. Vele conservatoren schieten vergeleken met universitaire medewerkers in kennis te kort, aldus Muscarella: ,,Ze geven weinig om onderzoek en al helemaal niet om archeologie''. Hij spreekt van een ware ,,vervalsingscultuur'', die mede kon ontstaan omdat door illegale opgravingen de herkomst en historische context van vondsten volledig verloren gaat. In dat vacuüm kunnen vervalsers hun slag slaan, wetende dat oudheidkundige objecten bij particulieren en musea ondanks gebrekkige gegevens zeer gewild zijn. Het British Museum erkent datzelfde probleem in The Sunday Times. Volgens het Ashmolean Museum in Oxford wordt een twijfelachtige authenticiteit bij het voorwerp normaliter wèl vermeld.