Verdrag uitbannen gevaarlijke stoffen

De wereld wordt schoner als het akkoord dat 122 landen dit weekeinde in Johannesburg hebben gesloten over het uitbannen van een aantal uiterst gevaarlijke stoffen ook zal worden geratificeerd. Na het echec van de klimaatconferentie in Den Haag konden de landen zich geen nieuwe blamage veroorloven.

De zogeheten Persistant Organic Pollutants (POPs) of slecht afbreekbare stoffen ,,bedreigen de gezondheid van mens en dier'', aldus John Buccini, de voorzitter van de VN-conferentie. ,,Dit nieuwe verdrag zal huidige en toekomstige generaties beschermen tegen kanker, misvormingen bij geboorte en andere ellende die door POPs wordt veroorzaakt.''

Overigens erkende Buccini dat zijn taak eenvoudiger was geweest dan die van de Haagse voorzitter, de Nederlandese minister van Milieu Jan Pronk. Het staken van de productie van deze gevaarlijke stoffen – waartoe het verdrag verplicht – heeft veel minder economische consequenties dan het terugdringen van het broeikaseffect. Bovendien bestaat er vrijwel geen onenigheid over de schadelijkheid van POPs.

In het akkoord zijn afspraken vastgelegd over controle op de naleving. Landen wordt gevraagd alternatieven te vinden voor de stoffen – in veel gevallen zijn die er al lang. Ontwikkelingslanden zullen financieel worden geholpen bij het uitbannen van de stoffen, die soms een belangrijke rol spelen in de bestrijding van insecten. Voor DDT is voorlopig een uitzondering gemaakt, omdat het volgens ontwikkelingslanden niet gemist kan worden bij de bestrijding van malaria.

Tot de twaalf stoffen, de dirty dozen, waartoe het verdrag zich voorlopig beperkt, behoren onder meer de drie insecticiden aldrin, dieldrin en endrin. Ook PCB's, koelvloeistof in transformatoren, worden verboden, en dioxinen en furans – beide bijproducten bij de vervaardiging van andere stoffen of bij verbranding van afval. Onduidelijkheid bestaat nog over wat er moet gebeuren met mogelijk nieuwe POPs. Europa en de VS verschillen daarover van meningen.

Milieuorganisaties zijn tevreden over het akkoord. Ze hebben er in het verleden vaak op gewezen dat Westerse bedrijven, zoals Shell, zijn doorgegaan met productie van bepaalde POPs en de export ervan naar ontwikkelingslanden, nadat ze in het Westen waren verboden.