SUPER MARIO IS KLEINE PATAT TE BOVEN

Na een korte carrière als wegrenner ontwikkelde Mario De Clercq (34) zich tot een begenadigd veldrijder; dit seizoen is hij de beste achter wereldkampioen Richard Groenendaal. Zaterdag fietste de Oost-Vlaming in het tenue van z'n nieuwe sponsor. En won.

Het broeikaseffect raakt ook de veldrijders. Mario De Clercq, uitblinker op bevroren ondergrond, werd twee keer wereldkampioen op een spijkerharde bodem, in het Deense Middelfart in 1998, een jaar later in Poprad, Tsjechië. ,,Vroeger vroor het af en toe vanaf november, nu niks nie meer'', zegt De Clercq in zijn woning in Wortegem-Petegem, een dorp in de Vlaamse Ardennen. ,,Alleen regen. Ongelooflijk.''

In zijn eigen achtertuin had De Clercq dit seizoen voor het laatst gewonnen, op de gevreesde Koppenberg. Dat was op 1 november, voor veldritbegrippen lang geleden. Zaterdag, daags voor de verjaardag van z'n zoon, won De Clercq voor het eerst dit seizoen een belangrijke veldrit, die in de Superprestige-competitie in Hoogstraten, net over de grens bij Hazeldonk.

Nadat de ruim vijftig winterse bondgenoten van regen, modder, zand en wind elkaar een uur lang hadden bevochten, stonden op het podium dezelfde drie cyclocrossers als begin dit jaar na het WK in Sint-Michielsgestel. Dit keer hadden ze alle drie reden om te lachen; De Clercq had weer een aansprekende wedstrijd gewonnen, Richard Groenendaal (tweede) verstevigde z'n positie als leider in het Superprestige-klassement en Nys (derde) was zijn blessures de baas.

Bij het WK lachte alleen Groenendaal. De nieuwe wereldkampioen werd geflankeerd door twee huilende Belgen. De tranen rolden nummer twee, Nys, over de wangen omdat hij door veel Belgische toeschouwers was uitgekotst door Rabo-ploeggenoot Groenendaal geen strobreed in de weg te leggen. Nys had het team- in plaats van het landsbelang laten prevaleren. België's Super Mario jankte, als onttroond tweevoudig wereldkampioen en bronzen-medaillewinnaar, net zo hard als Nys.

De Clercq: ,,Ik was ontgoocheld, maar nog het meest omdat ik die regenboogtrui kwijt was. Ik was daar zo aan gehecht en die spanning was voor de wedstrijd zo groot. En dan kom je over de finish en dan dumpen ze je daar in een kot, waar je je moet omkleden, en dan valt alles van je af. De spanning is weg, de trui is weg, en dan begint het. Dan komen de emoties. Niks was belangrijker dan die trui.'' Vanaf die dag was De Clercqs zoon ook geen fan meer van Nys. In zijn ogen had die z'n vader een gemene streek geleverd. ,,Hij is nu meer een fan van zichzelf, als mountainbiker.'' In huize De Clercq was het zaterdag dubbel feest: Mario won in Hoogstraten, zoon Angelo ging in zijn derde MTB-wedstrijd, in Deinze, als winnaar over de streep. ,,Om 't er dichtst'', hadden beiden 's ochtends voor vertrek afgesproken. De onderlinge strijd eindigde onbeslist.

Mario De Clercq stamt uit een familie van veldrijders. Zijn vader werd wereldkampioen bij de amateurs, in 1969, diens oudere broer Roger schopte het tot Belgisch kampioen, in 1960. Bij het huis van zijn grootmoeder, waar Mario vroeger veel vertoefde, werden internationale wedstrijden gereden, en uit die tijd stammen De Clercqs eerste veldritherinneringen. Nu vergezelt zijn vader hem naar wedstrijden, als chauffeur annex materiaalman. Kuist de fietsen en pleegt onderhoud. ,,Altijd ruzie'', zegt Mario. ,,Ach, een gewone vader-zoon-relatie. We zijn altijd aan het discuteren. Als we samen moeten werken, gaat dat niet goed. Het is altijd iets. Maar ik zou hem niet kunnen missen.''

Fietsen deed De Clercq van jongs af aan en aanvankelijk combineerde hij het wedstrijdfietsen met werk als onderhoudsmecanicien in een fabriek, in Kluisbergen. Zes jaar elke dag van Nederzwalm naar Kluisbergen, achttien kilometer heen, achttien terug, op de fiets. Hij had het geluk dat zijn baas een `wielerfreak' was, die hem zonder morren vrij gaf om te trainen.

Nadat De Clercq in 1990 als laatste Belg een etappe in de Vredeskoers had gewonnen, werd hij prof en bleef dat vijf jaar lang, maar zonder veel succes. In 1995 kwam hij bij Palmans, waar Roger De Vlaeminck hem `terugpousseerde' crosser te worden. ,,En met succes. M'n aanpassing was niet zo groot omdat ik elke winter, als wegrenner, crosste. Het veldrijden zat altijd in m'n achterhoofd. Ik had altijd zoiets van, ik ga nog herbeginnen als crosser. Ik zag het graag, ik deed het graag.'' In het veld oogstte hij twee wereldtitels.

De afgelopen maanden begon De Clercq wat aan zichzelf te twijfelen. Hoewel hij steeds voorin eindigde, kwam hij in de eerste ronden moeizaam op gang. In het begin van de wedstrijden kreeg hij telkens een `kleine patat', wielerjargon voor een achterstand oplopen, waardoor hij de aansluiting met snelle vluchters als Groenendaal miste. Sponsor Farm Frites kan zich geen fraaier beeldspraak wensen. ,,Ik moet steeds op m'n tweede adem komen. Is dat nu de leeftijd? Ik was altijd een goeie starter, het eerste half uur kon ik altijd het rapst van allen rijden. Vorig seizoen duurde dat één ronde, nu al twee. Ik ben sinds twee weken wat explosiever aan het trainen en het gaat weer wat beter.'' Zaterdag kreeg ,,de dominator van de wedstrijd'' in Hoogstraten de bevestiging die hij nodig had. ,,Ik ben nog niet versleten.''

De Clercq houdt van de fiets, maar maakte een jaar geleden in het tv- en radioweekblad Humo duidelijk dat het voor hem gewoon een vorm van kostwinning is. Als hij net zoveel betaald zou krijgen voor tv-kijken, dan zat hij een hele dag voor de televisie. ,,Dan geef ik m'n fiets met jullie mee'', zei hij tegen de Humo-verslaggevers. ,,Het enige waar ik m'n geld mee kan verdienen is wielrennen en dat is ook wat ik het liefste doe'', zegt hij nu. ,,Als het seizoen veertien dagen is gestopt, is er toch weer die drang zo vroeg mogelijk te herbeginnen.''

Van zijn besluit na het WK van februari 2001 in Tabor te stoppen, kwam De Clercq terug. Afgelopen voorjaar viel de beslissing nog langer door te gaan. ,,Ik zat met Walter Planckaert, m'n ploegleider bij Palmans, naar de Brabantse Pijl te kijken en daar won Museeuw, die zes maanden ouder is dan ik. Een week daarna won Tsjmil als 37-jarige de Ronde van Vlaanderen en weer een week later won Museeuw Parijs-Roubaix. Planckaert was mij altijd maar aan het overtuigen om nog verder te koersen. In mijn voorbereiding op de weg won ik twee wedstrijden en toen heb ik besloten er een winter bij te plakken. Ach, vorig seizoen had ik een rotwinter. Dan zeg je soms rap van die dingen als `ik stop ermee'.'' Twee weken geleden stapte De Clercq over naar de nieuwe formatie van Domo, waar hij tussen een twintigtal renners de enige veldrijder is.

Dit seizoen telt alleen een derde wereldtitel voor De Clercq, in 2002 lonkt het WK in eigen land, in Zolder; wellicht het podium van zijn afscheid. ,,Als ik nu de wereldbeker win of twee wedstrijden in de Superprestige, of kampioen van België word, is dat voor mij een achteruitgang. Het WK is het enige dat waarde voor mij heeft. Dat is het verschil met de weg. Daar heb je mooie klassiekers. In het veldrijden spreken andere wedstrijden niet aan, alleen het WK.''

De Clercq traint vooral op de weg, met renners als Peter van Petegem en, solo, achter de brommer. ,,Ik wil mijn snelheid onderhouden. Ik vind dat je juist je specialiteit moet proberen te verbeteren. Als je dan een goeie dag hebt en het parkoers zit mee, kun je wereldkampioen worden.'' Eén keer per week traint De Clercq in het veld, in Kluisbergen. ,,Een parkoers vergelijkbaar met Middelfart en Poprad. Goed berijdbare paadjes. Heb ik vier jaar geleden uitgestippeld met (bondscoach en zevenvoudig wereldkampioen veldrijden, red.) Eric De Vlaeminck. Ik zie het niet zitten een hele week de modder in te gaan.''

Bijgeloof is De Clercq niet vreemd. Heeft hij van z'n vader. ,,Als je twee eksters ziet is het goed, één brengt ongeluk. Waarom? Ik ben met dat bijgeloof opgegroeid, heb nooit anders gehoord. Negen op tien keer komt het ook uit.'' Als De Clercq een ekster opmerkt, loopt of fietst hij een extra blokje in de hoop er nog één te zien. ,,Je kunt ermee lachen, maar als ik een wedstrijd win, zie ik vaak twee eksters op weg naar die cross of na afloop.'' Hoeveel zag De Clercq er zaterdag? Niet één. Ook dat is een goed teken.

    • Ward op den Brouw