Ruzie nekt wederopbouw opera

Het operagebouw van Venetië, dat in 1996 afbrandde, wordt herbouwd. Maar wanneer is onzeker. De restauratie- plannen worden constant vertraagd door met elkaar ruziënde aannemers.

Het is een soort mantra geworden in Venetië. La Fenice, het befaamde operagebouw dat op 29 januari 1996 uitbrandde, zal worden herbouwd dove era e comera, waar zij was en zoals zij was. Maar wanneer deze belofte is gerealiseerd, durft niemand meer te zeggen.

Direct na de brand riep burgemeester Massimo Cacciari dat het operahuis in november 1999 weer in gebruik zou worden genomen. Anderhalf jaar geleden stonden er borden naast de steigers dat het werk eind 2001 klaar zou zijn. Nu wordt gesproken over eind 2002.

,,Twee eeuwen geleden kostte het ongeveer twee jaar om La Fenice te bouwen, en toen het gebouw in 1836 afbrandde hebben de Oostenrijkers [de toenmalige bestuurders van Venetië] het in één jaar weer opgebouwd'', zegt Enrico vanachter de tap in een barretje naast de opera. ,,Het is een schande dat het zo lang moet duren.''

Met lede ogen hebben de Venetianen naar Barcelona gekeken. In januari 1994 brandde daar het Liceu af, een ander beroemd operahuis. Ruim vijf jaar later werd het feestelijk heropend, terwijl het werk in Venetië toen nog niet eens goed was begonnen. ,,Zo'n glimlachende trots zullen we bij ons nooit zien'', schreef een jaloerse Italiaanse verslaggever.

La Fenice is geen geval op zich. Het nieuwe auditorium van Rome had ook af moeten zijn voor het begin van het jubeljaar. Wanneer de restauratie gereed is van het operagebouw van Bari dat in oktober 1991 is uitgebrand, of van de barokke kathedraal van Noto, ingestort in maart 1996, is volslagen onduidelijk.

De herbouw van La Fenice moet ruim 100 miljoen gulden kosten, maar geld is niet het probleem. Al snel na de brand was de financiering rond, en ook het besluit tot herbouw volgens de mantra lag er vrijwel meteen. Het probleem is de uitvoering. De krant La Repubblica vatte dat zo samen: ,,Achter de schermen begint de eeuwige guerrilla op zijn Italiaans, met corporaties en lobby's, met chantage en juridische dwangbevelen, met ondeugdelijke wetten en mensen die op schurkachtige manier voor slachtoffer spelen.''

Maandenlang is er niets gebeurd. Het holle karkas van het uitgebrande gebouw stond als een triest monument voor de onmacht van de bestuurders ingeklemd tussen de andere huizen. In juni 1997 kreeg een Italiaans consortium, Imprigelo, de opdracht tot de herbouw. Maar de rechter kwam ertussen. Een van de verliezers tekende beroep aan tegen de toewijzing van het contract. En de Italiaanse wet bepaalt dat dan het werk meteen wordt stilgelegd. ,,Dit was weer een van die typisch Italiaanse anomalieën'', zei minister van Openbare Werken Enrico Micheli onlangs. ,,In andere landen worden belangrijke projecten niet stilgelegd, met een grote schade voor de gemeenschap.''

Voorstellen om de wet te veranderen zijn vastgelopen, onder meer door verzet van de machtige lobby van advocaten. In februari 1998 stelde de rechter het protesterende consortium, het Duitse Holzmann, in het gelijk. Toen begon het werk opnieuw, maar met een slakkengang, want een derde bouwconsortium vond dat het project van Holzmann niet klopte. Pas in oktober 1999 is een definitief einde gekomen aan de juridische twisten.

Op last van de rechter is ook het geplande werk aan de kathedraal van Noto opgeschort. En bij het auditorium in Rome is iets vergelijkbaars gebeurd. Halverwege de werkzaamheden legden de aannemers het werk stil. Er is meer geld nodig, claimden zij. Ongeveer veertig miljoen gulden, een kwart meer dan was begroot. Hoe dat kon, zo'n grote overschrijding? De architect heeft zijn werk niet goed gedaan, was het antwoord.

Dat veroorzaakte nogal wat beroering en ongeloof. De architect van het auditorium, het belangrijkste bouwwerk van de afgelopen jaren in Rome, is Renzo Piano. Zijn bureau haalt de ene na de andere prestigieuze internationale opdracht binnen. Na maanden van touwtrekken en overleg tussen advocaten hakte de gemeente Rome de knoop door en stuurde de aannemers naar huis. De voltooiing van het werk werd toevertrouwd aan een andere groep, Imprigelo, de verliezer in Venetië. Beloofde opleveringsdatum: april 2002.

In Venetië klinkt een hoopgevende herrie als je door de smalle straten naar het kleine pleintje voor La Fenice loopt. De binnenkant is nog steeds een grote open ruimte, afgeschermd tegen de regen door glimmende steigers. De cementmolens en bouwmaterialen staan honderdvijftig meter verder. Alles wat nodig is bij de bouw wordt in kleine hoeveelheden via een smal kanaal naar de bouwplaats gebracht.

Het is de bedoeling het gebouw laag voor laag weer op te bouwen. Het bouwplan is opgesteld door architect Aldo Rossi, die inmiddels is overleden. Gelukkig zijn de archieven van het operagebouw niet verloren gegaan. De schetsen van vroeger moeten helpen het gebouw weer in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, met de moderne technische voorzieningen verstopt achter het rode pluche en de kroonluchters.

La Fenice opende zijn deuren in 1792, op de plaats waar vroeger het door brand verwoeste theater San Benedetto stond. De nieuwe naam, die feniks betekent, verwijst naar de mythische Egyptische vogel die uit zijn eigen as verrees. Venetië probeert dit wonder nu voor de derde keer te herhalen. De vertraging is uiteindelijk niet zo erg, zei advocaat Achille Cutrera, toen hij de rechtszaak voor de nieuwe aannemers had gewonnen. ,,Het gebouw zal eeuwen meegaan, dus waarom zouden we kibbelen over een jaar?''