Profzwemmen is er, nu publiek nog

Met de komst van de eerste commerciële zwemploeg lijkt het gevaar van een tweedeling eerder toe- dan afgenomen. Het tegendeel is waar, zo beweren betrokkenen.

Als de publieke belangstelling maatgevend is voor de staat van het Nederlandse zwemmen, hebben de meest succesvolle Olympische Spelen uit de geschiedenis hun uitwerking gemist. Vijf gouden, één zilveren en twee bronzen medailles viste de nationale ploeg ruim twee maanden geleden op in het Sydney Aquatic Centre. Maar storm liep het de afgelopen drie dagen niet bij de Nederlandse kampioenschappen kortebaan (25 meter) in Nieuwegein.

Zwemmen is van oudsher een familiesport, een sport waar vaders en moeders met een handdoek langs het bassin staan en kinderen het voorbeeld volgen van een oudere broer of zus. Tijdens een kampioenschap zitten opa en oma op de tribune, in het gezelschap van vrienden en vriendinnen. Voor zover die zelf niet in het water liggen. Het grote publiek laat het (top)zwemmen links liggen, zoals in zwembad Merwestein maar weer eens bleek.

Of was de geringe opkomst ditmaal een gevolg van de afwezigheid van de twee olympische kampioenen? Naar het antwoord kon gisteren slechts worden gegist. Feit was dat Pieter van den Hoogenband (twee keer goud) en Inge de Bruijn (drie keer goud) de voorkeur gaven aan een lucratieve invitatiewedstrijd in Sydney, de Skin Meets. In hetzelfde bassin waar het luidbejubelde PSV-duo ruim twee maanden geleden olympische roem vergaarde.

Bondscoach Stefaan Obreno treurde niet om de absentie van de trekpleisters van de nationale ploeg. Het bood anderen, de jeugd met name, immers een uitgelezen mogelijkheid de aandacht op zich te vestigen. Dat deden zij dan ook, onder het toeziend oog van Obreno die gisteren tevreden vaststelde dat ,,de toekomst er veelbelovend uitziet''.

Hoopgevend was onder meer het optreden van Sander Ganzevles, een van de zeven zwemmers met wie Obreno dinsdag op het vliegtuig naar Valencia stapt voor de gedevalueerde EK kortebaan. Nadat de 18-jarige scholier uit Beuningen vrijdag al de 200 meter wisselslag op zijn naam schreef, won hij een dag later de 50 meter rugslag. Op de slotdag voegde Ganzevles, afgelopen zomer net buiten de olympische ploeg gevallen, daar een derde titel aan toe, met een scherpe tijd op de 200 meter rugslag.

Excelleren deed ook Georgios Dimitras, de opvolger van het boegbeeld van de Nederlandse zwemsport dat gisteren officieel afscheid nam, Marcel Wouda. Zoveel vertrouwen heeft PSV-trainer Jacco Verhaeren in Dimitras dat de 18-jarige zoon van een Griekse vader en een Nederlandse moeder, in Nieuwegein winnaar van de 400 wissel en 1.500 vrij, een stageplaats kreeg bij de commerciële Philips-ploeg van kopman Van den Hoogenband.

Diens ploeg, met verder De Bruijn, Joris Keizer en Klaas-Erik Zwering, beschikt naar verluidt tot en met Athene 2004 over een budget van zes miljoen gulden. Ter vergelijking: PSV deed het de afgelopen vier jaar met 1,2 miljoen. Van dat bedrag konden concurrenten als DWK en AZ&PC alleen maar dromen, laat staan dat ze in staat zijn het huidige budget te evenaren. Vraag is dan ook of de komst van Nederlands eerste profploeg niet tot een ongewenste tweedeling zal leiden.

Volgens Verhaeren zal het zo'n vaart niet lopen. De nieuwe trainer-coach van de eliteploeg gelooft in een voortrekkersrol, zoals PSV die de laatste jaren al vervulde. ,,Wij willen vooruit. Dat de rest een beetje achterblijft, is een feit. Toch hoop ik dat door onze stap elders ook ruimte zal ontstaan voor soortgelijke initiatieven.''

Bondscoördinator Ad Roskam, één van de architecten van de wederopstanding van het Nederlandse zwemmen, helpt het Verhaeren hopen. Het Eindhovense initiatief moet andere clubs definitief wakker schudden, meent de Fries, die voor de bond meer dan ooit een rol als bruggenbouwer ziet weggelegd. ,,Professionele ploegen hebben we nodig om over vier jaar in Athene weer serieus mee te doen.''

Om dat doel te bereiken, en dus te voorkomen dat de kloof tussen top en subtop te groot wordt, legt de bond de komende jaren de nadruk op het ontwikkelen en begeleiden van jeugdig talent, alsmede op de opleiding van trainers. In het nieuwe topsportbeleidsplan zijn verder de kwalificatienormen aangescherpt. Roskam: ,,Het niveau vasthouden kan alleen door de toelatingseisen daarop af te stemmen.''

Het wachten is vooralsnog op een tweede profploeg, beseft Roskam. Maar afgaande op de interesse van het bedrijfsleven, aangewakkerd door de olympische successen, verwacht hij binnen afzienbare tijd dat de stap van PSV navolging krijgt. ,,Het is een nieuw avontuur, voor alle partijen. Dat heeft tijd nodig, maar de ruimte en de wil is er. Het is net als met een staatslot. Elke maand een prijsje en op een goede dag valt de jackpot.''

Tastbaar is vooralsnog wel die tien miljoen gulden die de overheid toegezegd heeft voor de bouw van een topsportwaardige zwemaccommodatie. Die komt zo goed als zeker in `zwemstad' Eindhoven te staan, mits de gemeente bereid is dertig miljoen te investeren. Vraag is alleen of de tribunes volstromen zodra het complex gereed is. Want zwemmen blijft, wel of geen olympisch succes, een familiesport.