Oppergerecht riskeert partijdige ingreep

Door het verbieden zaterdag van het hertellen van de stemmen in Florida zette het Amerikaanse Supreme Court zijn gezag als onpartijdige hoogste rechter op het spel.

Het federale Supreme Court speelde met vuur zaterdag. Door het hertellen van de `blanco' stemmen met onmiddellijke ingang te verbieden, deed het een ingreep die de Amerikaanse presidentsverkiezing kan beslissen. Het hoogste Hof zette tegelijkertijd zijn gezag als bovenpartijdig hoogste gerecht op het spel.

Terwijl staatshoofden en regeringsleiders in Nice worstelden met de toekomstige staatsinrichting van de Europese Unie, werden de staatsinstellingen van de al meer dan twee eeuwen bestaande Verenigde Staten van Amerika misschien heftiger door elkaar geschud dan tijdens de impeachment-crises rond de presidenten Clinton (die de beschuldiging van liegen onder eed overleefde) en Nixon (die de eer aan zichzelf hield).

Nog nooit liet een meerderheid van de negen opperrechters zich zo meeslepen als nu in het bittere politieke gevecht dat de laatste supermogendheid al sinds de verkiezingen van 7 november verscheurt. Vorige week ontkwamen de negen nog ongeschonden aan hun eerste bemoeienis met het Gore-Bush-conflict. Zij verwezen het probleem terug naar het Supreme Court van Florida. Nu staken zij hun arm diep in de beerput. De gevolgen zijn niet te overzien als het definitieve vonnis even verdeeld en even partijdig uitvalt als het voorlopige van zaterdag.

Amerika beleefde vrijdag en zaterdag binnen 24 uur opnieuw een verbluffende opeenvolging van judiciële en politieke verwikkelingen. Vrijdagmiddag wezen twee lagere rechters in Florida de eisen van Democratische kiezers af om 25.000 poststemmen in twee kiesdistricten ongeldig te verklaren. De kiescommissies hadden een loopje genomen met de nieuwe, strikte wetgeving van de staat Florida en Republikeinse partijactivisten alle ruimte gegeven ongeldige aanvraagbiljetten alsnog in orde te maken. Het was fout, maar niet erg genoeg om de resulterende stemmen ongeldig te verklaren, oordeelden de rechters. Daarmee verloor Gore de kans op honderden, zo niet duizenden beslissende stemmen.

Een paar uur later keerden de kansen van de Democraat dramatisch toen het Supreme Court van Florida in een scherp verdeeld vonnis (getekend door vier rechters, terwijl drie tegen stemden) opdracht gaf alle door machinefouten niet getelde stemmen alsnog met de hand te tellen. Al getelde undervotes werden direct meegerekend. De voorsprong van Bush slonk tot 154 stemmen.

Het was meer dan Gore had gevraagd, en het betekende een enorme opgaaf voor ambtenaren en vrijwilligers: in een sterk gedecentraliseerde staat, die ruim duizend kilometer lang is, moest binnen één dag weer een hertellingsproces op gang worden gebracht. Het lukte, na veel vergaderen over de methode en de criteria, om stembiljetten met kuiltjes en half loshangende prikkaartgaatjes te beoordelen.

Men was zaterdag een paar uur aan de slag, toen het federale Hof van Hoger Beroep in Atlanta uitspraak deed. Het wees de eis van Bush af, het hertellen met de hand mocht doorgaan. Maar slechts enkele minuten later kwam de voorlopige voorziening, die de Bush-advocaten tegelijkertijd in Washington hadden gevraagd bij het federale Supreme Court. Ook deze opperrechters bleken zwaar verdeeld: met vijf tegen vier bevolen zij het tellen direct te stoppen. Florida bleef in verwarring en verbijstering achter. Gore had nog amper extra stemmen gewonnen.

Het zoeklicht werd opnieuw op het hoogste Hof in het land gericht. Met huiver zag men aan hoe de gevreesde splitsing van het Supreme Court langs puur partijpolitieke lijnen zich aftekende. Alleen uitgesproken pro-Bushjuristen waren het er mee eens, maar zelfs die niet allen.

The New York Times citeert vandaag een conservatieve jurist van de universiteit van Michigan, Terrance Sandalow. Hij noemt het verbod om `blanco' stemmen nog eens te bekijken ,,onbegrijpelijk''. Sandalow was tegen het befaamde Supreme Court-vonnis Roe vs. Wade (dat abortus toestond). Desondanks noemt hij de ingreep die het Hof zaterdag deed ,,onmiskenbaar partijdig, en zonder juridisch fundament''.

Het sleutelargument om het tellen der `undervotes' te verbieden was dat een voor Gore gunstig resultaat een politieke realiteit zou veroorzaken die door een andersluidend vonnis niet meer herroepen zou kunnen worden. Dat was een puur politieke taxatie, en waarschijnlijk een geldige. Alle vijf rechters die samen de meerderheid vormden werden door Republikeinse presidenten benoemd. Twee van hen, Scalia en Thomas, werden door Bush jr. tijdens de verkiezingscampagne regelmatig genoemd als het soort Supreme Court-rechters dat hij zou benoemen.

,,Eerst tellen en dan de dubieuze rechtsgeldigheid van de stemmen in kwestie bekijken doet onherstelbare schade aan eiser [Bush] en het land door de legitimiteit van de verkiezingen in het geding te brengen'', schreef Scalia namens de vijf.

De tachtigjarige rechter Stevens schreef namens de minderheid van vier dat ,,het niet tellen de rechtsgeldigheid van de verkiezingen zou schaden''. Hij wees er op dat de meerderheid afweek van de gebruikelijke terughoudendheid waarmee het Supreme Court de interpretatie van het recht van de staten door de hoogste Gerechten in de staten beoordeelt. Dat is een sleutelelement van de huisstijl van dit conservatieve Supreme Court geweest. Het is dat argument waarop Gore's advocaat David Boies vandaag moest proberen de door Reagan benoemde relatief gematigd-rechtse rechters Day O'Connor en Kennedy los te weken van de ultra-conservatieven Rehnquist, Scalia en Thomas.

Er is nog één ander sprankje hoop voor Gore. Als de president van het Supreme Court, William Rehnquist, de reputatie van zijn Hof wil redden, laat hij het niet aankomen op een zo partijdig 5-4 vonnis als de voorlopige schisma-uitspraak van zaterdag deed verwachten.